Draadje

“Draadje. Een paar rechtse opiniemakers probeert op dit moment op een nogal opzichtige manier het energiebeleid in diskrediet te brengen. Ze schuwen de grote woorden niet en gebruiken woorden als ‘gasgekte’. Maar zoals meestal zijn ze niet echt geïnteresseerd in de feiten.” “Tijd voor een draadje met mooie kattenrassen!” “Dit draadje met antwoord van AZG. complete waanzin. En steeds hetzelfde antwoord.”

Een draadje is bij mij meestal een hinderlijk loszittend deel van een kledingstuk, wat je het beste kunt afknippen voor het ergens aan blijft hangen en je ineens een gat in je kleding trekt. Op Twitter heeft het inmiddels een hele andere betekenis en betekent het vaak dat je een stroom tweets over je uitgestort krijgt. Het twitterwoord is de letterlijke vertaling van thread, draad. een twitterthread is een serie opeenvolgende tweets die een verhaal vertellen, of iets verduidelijken, of een mening weergeven met als gemene deler dat het niet in 240 tekens past en dus meerdere tweets vergt.

Het Nederlandse draadje kwam in 1761 voor het eerst voor in de krant, voor zover ik kon nagaan: ‘het haakje van de boot is met een rood draadje gebonden’, want draadjes hangen niet alleen aan kleren, maar dus ook aan boten en haakjes.

Is het nu gebruikte draadje dan echt wereldvreemd in het Nederlands? Nee hoor, we kennen immers al heel lang de uitdrukking de draad van een verhaal kwijt zijn. Ruim voor de intocht van Twitter. En wellicht klinkt draadje kleiner en lieflijker dan draad, waardoor het op Twitter een geliefd woord is voor een verhaal/reeks tweets achter elkaar.  Dus waar u daar een draadje leest, volgt de draad van het verhaal. volg het, of laat het los, die keus is aan u.

Reces

“Gaan ze weer met reces? Ze waren net begonnen…!!#2ekamer”. “Hallo hardwerkende burgers van NL: ‘De Tweede Kamer is vanaf vandaag met reces t/m maandag 5 maart 2018.” “Mocht je verwachting hebben: de TK is op reces.”

De gemiddelde Nederlander gaat op vakantie, politici gaan met reces. Het klinkt sjieker, maar is eigenlijk niets anders dan vakantie. Een eeuwenoude traditie om vakantie van bestuurders zo te noemen, of zoals het woordenboek het stelt:

re·ces (heto)1(vakantie)periode waarin een college niet vergadert

De etymologie ligt wat ingewikkelder. reces zn. ‘vakantie van bestuurs- of rechtscollege’
Vnnl. reces eerst ‘besluit, overeenkomst; verslag van onderhandelingen’ in nae dat … partyen gehoirt syn, is … reces gemaect [1528; WNT], dan op reces ‘na de laatste besluiten’ in de Staten van Zeeland zyn verleden woensdach … op reces … gescheyden [1632; WNT]; nnl. reces ‘vakantie van bestuurscollege’ in het reces der tweede kamer [1862; WNT].
Ontleend, zowel via Frans recès, ouder recez ‘besluit, overeenkomst, verdrag’ [1551; TLF], eerder al recès‘onderbreking, pauze’ [14e eeuw; TLF], als rechtstreeks aan Latijn recessus ‘het teruggaan, terugtocht, afgelegen plaats’

Maar een andere stroming zegt dat het woord uit het Engels komt:

1. Tydperk tussen sittings van die parlement of hof. 2. Vakansie tussen twee kwartale of semesters van ‘n opvoedkundige inrigting.
Uit Eng. recess (1620 in bet. 1). Die Mnl. bet. van reces is ‘raadsbesluit’, en hoewel die bet. ‘uiteengaan’ van Ndl. recesal uit 1632 dateer, het die Afr. bet. wsk. na die voorbeeld van die Eng. parlementêre taal alg. geword.

Het heeft dus nogal een historie en de kans is klein dat we reces ooit vakantie gaan noemen. Het heeft ook wel iets, al is het eigenlijk gewoon hetzelfde. Hoewel Kamerleden in de zomer over elkaar heen buitelen om te zeggen dat dat niet zo is. Want ze gaan heus nog wel op werkbezoek en hebben echt geen weken vakantie. Alsof de rest van Nederland alleen maar vrij heeft en niets doet tijdens de vakantie. Maar goed, historisch verantwoord is reces dus wel iets anders dan vakantie.

De oudste vermelding in een krant is ‘In plaats van een repliek een reces overgegeven’ (zinsnede vertaald) uit de Ordinarisse middel-weeckse courante van 22-06-1649. De Courante uyt Italien, Duytslandt, &c. vermeldt in april 1667 dat de Staten van Holland op zaterdag 14 dagen met reces gaan. Toen al. Twee maanden eerder dan nu bestond het al. Alleen noemen we het nu Krokusreces. Daarnaast hebben veel gemeenteraden nu al verkiezingsreces. Voor de Tweede Kamer is dat vanwege de raadsverkiezingen maar anderhalve dag: van 20 maart aan het eind van de middag tot en met 21 maart, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Nu zijn de bewindslieden, Kamerleden en waarschijnlijk ook hun entourage even aan het genieten van de vakantie om daarna vol in campagne te gaan.

Nieuw hart

Gelukkig is er met mijn hart niks mis, ook niet met mijn andere organen, tenminste niet dat ik weet. Maar als ik naar Pia Dijkstra kijk tijdens het debat in de Eerste Kamer, bloedt mijn hart een beetje. Hoe zorgvuldig ze haar woorden ook weegt, het hoeft maar even verkeerd te klinken en haar wet voor orgaandonatie haalt het niet. Ik denk dat zij na de stemmingen van volgende week wel een nieuw hart kan gebruiken.

Want hoe zenuwslopend moet dit zijn. Eerst nipt een meerderheid in de Tweede Kamer, mede omdat Partij voor de Dieren een Kamerlid miste die op zijn beurt zijn trein had gemist. Dat was nou net de ene stem die het aantal stemmen had kunnen doen staken. Nu haalde Dijkstra 75 stemmen voor haar wet en waren er 74 tegen. De kleinst mogelijke meerderheid. En de Eerste Kamer houdt het spannend. Binnen enkele fracties denken de leden er anders over en de stemming is verklaard tot vrije kwestie. De fractiediscipline, meestemmen met je partijgenoten, geldt komende dinsdag niet.

En dat hoor je terug in het betoog van Dijkstra. Steeds weer herhalen, mensen masseren, zo veel mogelijk proberen te zeggen wat de senatoren willen horen en vooral die senatoren die ze nog voor zich kan winnen. ‘Ik snap de vraag’, keurig staaltje tijd winnen. Maar ze weet dat ze nog een week de tijd heeft. Nu moet ze voor het oog van de camera’s en in live debat haar publiek overtuigen en straks moet ze achter de schermen aan de bak. Op gouden schaaltjes haar woorden wegend en met kleine speldenprikjes de senatoren die nog twijfelen over de streep bewegen.

Dit is de zenuwslopende kant van de politiek. Op eieren lopen en pas over een week zien of een meerderheid van de eitjes dat heeft overleefd. Denk om je bovendruk zouden de gebroeders Temmes zeggen en dat advies zou Dijkstra ook wel kunnen gebruiken. En misschien na volgende week ook wel een nieuw hart.

AANVULLING: Het debat is niet afgemaakt en daarom zijn de stemmingen een week uitgesteld tot 13 februari 2018.

Participatiesamenleving

‘De burgers die het ‘t moeilijkst hebben, hebben het minste profijt van de participatiesamenleving.’ ‘De ‘participatiesamenleving’ is niets anders dan een bezuiniging op sociale voorzieningen en zorg, zodat de rijken niks zullen missen.’ ‘Dit lag helaas in de lijn der verwachting. Die ‘participatiesamenleving’ gaat nou eenmaal uit van zelfredzaamheid.’ ‘Vandaag is de Participatiesamenleving vier jaar geworden. Deze bezuinigingskleuter mag nu naar school.’

Zou het dit jaar weer in de Troonrede staan? Participatiesamenleving? Vier jaar geleden sprak koning Willem-Alexander dat woord uit in zijn eerste Troonrede. Het woord is ook de hele ochtend al te horen op Radio1. De participatiesamenleving…. Wat mij betreft een foute tautologie. De koning wilde ongetwijfeld benadrukken dat we samen moeten leven, maar dat zegt samenleving al. En we moeten meedoen. Maar als je echt samenleeft, dan doe je toch al dingen met elkaar en doe je mee?

Tijdens het congres van Onze Taal, eind 2013, koos een kwart van de ruim 1300 aanwezige bezoekers participatiesamenleving als Woord van het jaar 2013. Een maand later won het woord de Vaagtaalverkiezing van 2013. Volgens Vaagtaal.nl was het een nipte overwinning: participatiesamenleving kreeg 13,6% van de stemmen, terwijl de nummer twee, uitbodemen, bleef steken op 13,0%. Derde werd horizontaal beleid, met 11,8%.

De participatiesamenleving heeft zelfs een eigen wiki: “De term participatiesamenleving betekent , dat de overheid voortaan uitgaat van de eigen kracht en zelfredzaamheid van eenieder. Ziek of gezond, weerbaar of kwetsbaar, oude of nieuwe Nederlander, alle burgers hebben naast rechten op zorg en andere voorzieningen, ook de plicht om voor zichzelf en hun omgeving op te komen. De huidige verzorgingsstaat dreigt door de voortdurend stijgende zorgkosten onbetaalbaar te worden. De discussie over de participatiesamenleving is ook verdelingsvraagstuk: wat is de rol van de overheid, de markt en de burger.”

Onlinewoordenboek Van Dale doet er niet aan: Het woord is verkeerd gespeld of het staat niet in het gratis woordenboek. Ook de etymologiebank kent het woord nog niet. Ongetwijfeld komt daar ooit nog eens de opmerking te staan dat het woord dateert van 18 september 2013 toen koning Willem-Alexander het in zijn eerste Troonrede noemde. Hij gaf er destijds meteen zijn betekenis bij, of beter die van premier Mark Rutte (VVD) die de rede schrijft. Letterlijke tekst uit de Troonrede 2013: “Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.”

Ik ben benieuwd of hij het dit jaar weer aandurft. Ik hoop van niet. In een samenleving leef je met zijn allen en doe je dus ook mee. Van Dale is het met me eens:

Betekenis ‘ participatie ‘

par·ti·ci·pa·tie (devmeervoud: participaties)1het hebben van aandeel in ietsdeelname

Betekenis ‘ samenleving ‘

sa·men·le·ving (dev)1het geheel van de met elkaar verkerende mensenmaatschappijde moderne samenleving

Samenleving met nadruk op samen zou voldoende moeten zijn. Dat doe je met zijn allen en dan heb je dus ook een aandeel in iets. Hij zou het warm kunnen uitspreken, zoals alleen de koning dat kan. Dat zou mooi zijn. En samen kunnen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie dan trots zijn op de Troonrede die zij ongetwijfeld met een vleugje demissionair PvdA hebben onderschreven. En dan kan er snel een kabinet zijn en gaat de vis in de krant met de Troonrede. Niets bijzonders, want samenleven doen we al eeuwen. En dat gaat ook gewoon door zonder missionair kabinet, net als Prinsjesdag.

Formatiedagboek Dag 184

De formerende partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn op het punt gekomen dat ze niet meer terug kunnen. Bij elk punt waar ze nu nog over soebatten, komt ongetwijfeld het zinnetje voorbij: laten we het hier nog op klappen? Nu er zelfs over de vluchtelingen een akkoord lijkt, kunnen ze niet meer terug. Bovendien hebben ze het land al lang genoeg laten wachten. Vandaag zat ik achter het formatiedagboek van Frontbencher.

Dag 184

Setting

“Je speelt nu pubs en niet in competitive setting.” “Genoten van magische muziek in prachtige setting; dank!” “Omdat het interview in neutrale setting plaats vindt en docu Klaver is gemaakt als content marketing door PR man en vriend van Klaver.” “Schitterend decor en setting bij theaterspektakel Reukema. Dit soort theater is mooie aanvulling op programma theater.” “Pas op! Zulke figuren kunnen in een andere setting een gevaar worden.”

Even bij de settings kijken, een veelgehoorde opmerking onder vroege computerliefhebbers die zelf uitvogelden hoe het apparaat werkt en hoe ze het naar hun hand kunnen zetten. Nu kijk je bij de instellingen, maar speel of geniet je van settings, zoals de tweets hierboven suggereren. Geen instellingen, maar omgeving. Of decor, maar je kunt het dus schijnbaar ook dubbel gebruiken. Onmiskenbaar weer een woord om sjiek te doen.

Omgeving klinkt te goedkoop, dus maken we er als talenkenner en interessantdoener het Engelse setting van. Of het is gewoon een poging om erbij te horen, want in de taal is en blijft de mens een kuddedier. Woorden nemen we over van de voorhoede van de kudde en komen soms verbazingwekkend snel bij de achterhoede terecht. Dit keer is het ook al doorgedrongen tot Van Dale:

set·ting (de; v(m); meervoud: settings)1omstandigheden waaronder iets gebeurt

En de etymologiebank kent het woord al sinds 1971: setting [achtergrond] {1971} < engels setting [montuur, omlijsting, achtergrond], van to set [zetten, plaatsen] (vgl.zetten).

De eerste vermelding in een Nederlandse krant was in het NRC in 1990 naar aanleiding van het rapport ‘Setting priorities in prevention’ dat door het TNO-instituut voor Preventieve Gezondheidszorg aan het ministerie van WVC is aangeboden. Op 22 april 1992 verschijnt het woord in Trouw in de nu zo vertrouwde betekenis van omgeving. En dat het soms snel maar soms ook traag gaat met nieuwe woorden in Nederland blijkt uit het feit dat pas in 1999 het woord elke maand wel in een krant verschijnt en sinds 2003 elke week wel een keer.

Dat de term computer uit het Engels komt, maakt dat daar ook settings inzitten. Nu hoor je het nog zelden en gebruikt bijna iedereen het woord instellingen. Beter. Ik ben benieuwd wanneer de omgeving of omstandigheden weer in de mode raakt en setting uitsterft in het Nederlands. Omgeving vind ik zelf ook passender, je bent door het moois omgeven. Dat voelt warm en veilig.

Prikkel

“Je baan opzeggen, WW krijgen en in alle rust kijken wat je gaat doen. Waar is de prikkel om heel snel een baan te zoeken?” “Na de 0-0 tegen MSV’19 vandaag een 5-0 nederlaag tegen DESTO. Conditionele prikkel. Wie maakt het 1e doelpunt?” “Ben voor minimaal eigen risico, ivm prikkel. Ben nog van die tijd dat gezondheid de verantwoordelijkheid van het systeem was.” “? Eigen risico is geen ‘boete op ziek zijn’ maar een prikkel tot selfmanagement.” “Uitbetaling op basis van het aantal likes: eerlijk, of een verkeerde prikkel?”

Politieke partijen zijn er dol op, of misschien zijn het de politici zelf: prikkels. En ze zijn bijna allemaal tegen perverse prikkels. In veel debatten valt het woord wel een keer, of het over vluchtelingen, de bankensector, bijstandsgerechtigden of de mensen die het meest verdienen gaat: je moet ze prikkels geven. In het ene geval om terug te gaan of ‘mee te doen in de maatschappij’, in het andere geval om meer of juist minder geld binnen te halen. Een prikkel dus, of ook al gehoord: incentive.

Het woord komt ook voor in de verkiezingsprogramma’s en op de sites van politieke partijen. In het laatste geval een snelle telling op de sites van de formerende partijen met dank aan Google: 98x op vvd.nl, 210x op cda.nl, 171x op d66.nl en liefst 3900x op christenunie.nl, waarbij alle afgeleide sites van de vier partijen in de telling zijn meegenomen.

De politici gebruiken het woord vaak in de derde betekenis die in de Van Dale staat vermeld:

prik·kel (demmeervoud: prikkelsprikkelen)
stekel
inwerking op de zintuigen of zenuwen
aansporing, aanmoediging

Maar het doet bij mij betekenis 2: het werkt op mijn zenuwen. Want wat is die prikkel dan. Vaak gaat het om geld. Bijstandsgerechtigden moeten prikkels krijgen om zelf geld te gaan verdienen door een baan te vinden en het bedrijfsleven moet prikkels krijgen om de mensen aan de top niet exorbitant veel te betalen. Van dat soort zinnen gaat betekenis 1 bij mij overeind staan, want vaak leidt dat weer tot veel nieuwe regels waar niemand baat bij heeft. Maar politici zijn vaak maar vier jaar aan de macht, delen prikkels uit en hun voorgangers breken die weer af en leggen eigen prikkels op. Dat is de politiek en eerlijk gezegd heeft dat ook zijn charme. Als golven gaat het beleid op en neer. Dat kan ook gewoon met aansporingen. Daar heb je geen stekels bij nodig. Hoewel bij paardrijden ligt dat voor cowboys weer iets anders, maar dat terzijde.

De etymologiebank meldt het volgende:

prik I (’t prikken, geprikt gaatje enz.), sedert Kil., die ’t holl. noemt. Bij hem ook voor ’t eerst ’t ww. pricken (nnl. prikken) = mhd. pfrëcken, mnd. pricken “prikken, steken”. Laat-mnl. komt. al prickelen “prikk(el)en” (nnl. prikkelen) voor, prickel znw. misschien in Salomon ende Marcolphus (± 1500) voor prijckel te lezen (nnl. prikkel); mnd. reeds pricke v. “prikkel, puntig werktuig voor palingvangst”: maar vroeger komen de vormen met één k voor: mnl. (nog zuidndl.) mnd. prēkel m. = ags. pricel m. (pricla m., pricle v.) “scherpe punt, puntig voorwerp”, vgl. os. prëkunga v. “steek, prik”, ags. prica m. “puntje, klein deel”, prician “prikken” (eng. to prick), on. prika “steken, stooten”. Ags. echter ook â-priccan “prikken”. Verwant is lit. brėżiu, brėżti “krassen”.

Een kijkje in het krantenarchief leert dat in 1992 het Algemeen Dagblad een artikel heeft over elektrische prikkels in het hart. NRC Handelsblad meldt drie maanden later dat de CNV-bond past voor louter negatieve prikkels en Trouw kopt een paar weken later dat de FNV-bond prikkels tegen ziekteverzuim na ’94 denkbaar acht. De vakbonden hebben het woord in de politiek gebracht. In het begin dus vooral over de wao waarbij Lubbers pleitte voor het invoeren van prikkels om het bedrijfsleven te stimuleren om er minder beroep op te doen. Met een mooi citaat van hem opgetekend door het Algemeen Nederlands Persbureau in april 1994: “Het gaat in ieder geval om prikkels, prikkels en nog eens prikkels”, aldus Lubbers. En zelfs nu gebruiken CDA-politici het nog graag: de eerste tweet was van een wethouder van het CDA.

Meeting

“Zo de wagen staat geparkeerd.. nu maar op kantoor wat mensen vervelen met meetings enzo.” “10.000 FvD-leden. Tienduizenden nazitrolls op FB en Twitter. Honderden die meetings dreigend verstoorden.” “Er komen nog meetings dit jaar, wanneer weet ik nog niet precies!” “Strandslippers? Hotel gereserveerd? Meetings ingepland? Workshops gereserveerd?” “Werk = meetings, meetings, meetings. We praten wat af. En de week is pas maandag over, dus ik zal zo de keel maar weer smeren”

Enzo Knol, bekend vlogger met 1,5 miljoen volgers noemt ontmoetingen met hem meetings. En vandaag begint voor veel mensen de eerste werkweek na de vakantie en ook zij kijken uit naar de bijbehorende meetings. Dat melden ze in ieder geval op Twitter. Vergaderen is niet meer genoeg, werkoverleg ook niet. De moderne kantoortijger gaat naar een meeting.

Van Dale ziet er geen kwaad in en heeft het woord opgenomen in het woordenboek:

mee·ting (de; v(m); meervoud: meetings) 1 openbare bijeenkomst

Onze Taal heeft het ogenschijnlijk ook al geaccepteerd als een toevoeging aan de Nederlandse kantoortaal, al wil ik u dit stuk over de invloed van andere talen op de voetbaltaal van René Appel niet onthouden.

De etymologiebank noemt 1869 als introductiejaar voor het woord in het Nederlands en ja, het komt uit het Engels: meeting [bijeenkomst] {1872} < engels meeting, eigenlijk gerundium van to meet [ontmoeten]; een verouderd equivalent van meeting is moot.

In de Nederlandse media is NRC Handelsblad de eerste die het woord gebruikt en wel bij een verslag over de opening van de October Meeting, een jazzfeest in 1991 en een week later bij een sfeerverslag over de meeting die de hele week heeft geduurd. Metal Meetings, Jazz Meetings en Music Meetings volgen. Begin van deze eeuw komen daar automeetings en atletiek meetings bij, gevolgd door spirituele meetings en management meetings. Pas in 2010 maakt Alphencc. in een artikel reclame voor een systeem en gebruikt meeting als equivalent voor vergaderen en overleggen: “Je bespaart er veel tijd mee en je kunt precies in de gaten houden welke taken al gedaan zijn. Vergadersyteem. Meeting Systems in ontwikkeld door Alphenaar Jaap Roggeveen.” En daar sloop het onze taal in en het is nu niet meer weg te denken in kantorenland. Niet op het mijne, maar ik zit alleen op kantoor.

Waarschijnlijk omdat we het veel doen in Nederland is er behoefte ontstaan aan alternatieven voor het woord vergadering. Naast meeting zijn dat overleg, samenzit, bijeenkomst, afspraak, assemblage, bijeenroeping, bijeenzijn, colloquium, conferentie, congres, convent, ontmoeting, oproeping, rendez-vous, reünie, samenkomst, samenzijn, workshop, zitting, bespreking, conferentie, onderhoud etc.. Een bonte verzameling met Franse en Engelse trekjes, zelfs nog een beetje Latijn, maar keuze genoeg ook in het Nederlands.

Oorlogstaal en de kabinetsformatie

Het kabinet laat economisch sterk Nederland na, kopt het ministerie van Economische Zaken in het bericht over de groeiende Nederlandse economie. Je zou bijna denken dat de VVD van minister Henk Kamp niet zit te formeren. Het klinkt als een oorlogstaal van verliezers, die elke strohalm aangrijpen om een succes te vieren. VVD en PvdA hebben beide zetels verloren, maar de echte verliezer is PvdA, want de VVD is de grootste gebleven en leidt de kabinetsformatie. En daarmee krijgen we het Wilhelmus terug op school.

Dat laatste is door een lek uit de formatie via het AD naar buiten gekomen. Gisteren bracht die krant al dat er een akkoord lag over de ethische kwesties. Gert-Jan Segers van de ChristenUnie liep vrolijk naar het Johan de Witthuis, zette daar zijn onweersmasker op en was boos over het lek en een akkoord is er nog helemaal niet, zei hij in menig microfoon. Alexander Pechtold liep snel achter hem en zijn haag van journalisten langs om het Johan de Witthuis in te gaan. Het lek kwam na een middag vergaderen niet boven. En vandaag een nieuw lek, weer naar het AD over het Wilhelmus op school.

Bij de vorige formatiepoging met GroenLinks zong CDA-voorman Sybrand Buma het volkslied met schoolkinderen op het Binnenhof. Nu zingt hij een toontje lager. Voor het Johan de Witthuis hangen ook doorgaans geen schoolkinderen en zeker niet zolang ze nog vakantie hebben. De kabinetsformatie is weer een serieuze zaak. Vandaag praten de onderhandelaars met werkgevers, werknemers en de Sociaal-economische raad. Dat wordt vast een fijn gesprek als we het persbericht van kamp moeten geloven en waarom ook niet. Bovendien is er de aloude wet hoe langer het duurt tot een nieuw kabinet, hoe rijker een land wordt. Een demissionair kabinet moet immers op de winkel passen en geeft daarom weinig uit. 

Daarnaast is er ook een ongeschreven wet dat hoe langer een radiostilte duurt, hoe grotere de kans op lekken is. Er is altijd iemand die graag wil laten zien dat hij meer weet dan de buitenstaanders en dat er achter de gesloten deuren en de gesloten monden na afloop van elke dag van deze kabinetsformatie wel meer inhoud zit. Er zit muziek in deze formatie, zo weten we inmiddels. De vier partijen gaan steeds beter met elkaar om, er liggen teksten, de ruzie tussen Pechtold en Segers is gesust en Mark Rutte die zegt dat ze stap voor stap verder gaan.

Rutte zei vanochtend ook dat hij vandaag wel even wil vieren dat de economische cijfers zo goed zijn. Dat zei hij voor het gesprek met de onderhandelaars, werkgevers en werknemers. Zouden ze daarvoor dan met zijn alleen even het Wilhelmus inzetten en hoe veel coupletten houden ze vol? Halen ze het zuur en het zoet of zelfs ‘mijn ruiters zag men draven zeer moedig in dat veld‘? Het is toch een prettig idee dat die schoolkinderen in de toekomst verder met Buma mee kunnen zingen dan het eerste couplet. Overigens was het leren van de rest van de coupletten van het volkslied op het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen een vorm van strafwerk.

Laten landen

“Aanvraag uitprinten, bij iemand op het bureau laten landen, die er bij Almere niet over gaat, maar wel gevoel heeft en iets te zeggen!” “We doen er echt alles aan om de islam uiteindelijk zacht te laten landen.” “Vanochtend 1e opzet gemaakt positionering coforce. Eerst maar even bezinken en laten ‘landen’.” “Is dit een pleidooi om externe contacten begeleid te laten plaatsvinden, om de boodschap beter te laten landen bij stakeholders?”

Meestal haal ik de inspiratie voor mijn blogs uit gesprekken. Dit keer kwam het van een folder: Helpt u vluchtelingen te laten landen? Ik zag mezelf al met twee spiegeleieren helpen bij het taxiën. Maar nee, dat bedoelden ze vast niet en op Twitter en andere sociale media zijn het vooral nare doktersuitslagen of grote verliezen die mensen moeten laten landen. En dan blijkt het Dagblad van het Noorden nog een serie te hebben. Daarin probeerden ze trends uit de Randstad in Drenthe te laten landen.

Van Dale is het niet eens met deze interpretatie:

lan·den (landde, is geland)
1(van vliegtuigen) op de grond neerkomen
2(van schepen, schepelingen) aan land komen

Dat komt in de buurt wat de ongetwijfeld goedbedoelde foldermakers schreven, maar niet bij de betekenis ervan. Of ze moeten willen dat we echt allemaal naar de kust gaan of naar landingsbanen, maar dat lijkt me niet. Onze Taal lijkt nog niet toegekomen aan een oordeel over deze nieuwe uitdrukking. En van het aloude laten zegt het etymologisch woordenboek: [niet verhinderen, nalaten, afstaan] {1236} oudsaksisch latan, oudhoogduits lazan, oudfries leta, oudengelslætan, oudnoors láta, gotisch letan; van laat. En over landen: [aan land zetten] {1450} middelnederduits landen, middelhoogduits lenden, lenten; afgeleid van land.

Laat die maar eens aankomen en dan bedoel ik niet in gewicht, maar met schepen of vliegtuigen. Als ik dames hoor zeggen dat ze iets moeten laten landen, zie ik daar twee wapperende handen bij tegen de opkomende tranen. Als ik het mannen hoor zeggen, zie ik ze peinzen omdat iets kennelijk te ingewikkeld is. Ja, er zijn echt verschillen tussen mannen en vrouwen en ik generaliseer. Ik sta klaar, spiegeleieren in de aanslag. En dan bedoel ik niet die uit de pan, maar die aan een stokje bekend in de transportsector.