Vrouwen belangrijk voor vrede, veiligheid en stabiliteit

Gelijkheid voor vrouwen is belangrijk voor vrede, veiligheid en stabiliteit. Dat zegt speciaal coördinator van de Verenigde Naties voor Libanon Sigrid Kaag. Nederland heeft volgens haar nog een lange weg te gaan met een zestiende plek in de vertegenwoordiging van vrouwen in het parlement. Ze pleitte in de Tweede Kamer voor quota en en riep politieke partijen op geen poortwachter te zijn, maar vrouwen aan te moedigen.

VVD-Kamerlid Ingrid de Caluwé had Kaag namens het Gender Meerpartijen Initiatief uitgenodigd om in de Tweede Kamer te praten over vrouwen in de MENA-regio (Midden-Oosten en Noord-Afrika) en hun rol in vredesbesprekingen. Haar partij is tegen quota, maar vindt meer aandacht voor de rol van vrouwen in vredesprocessen wel erg belangrijk.

Duurzamere vrede
En die is groot, legde Kaag uit. “We zien dat als vrouwen betrokken zijn bij vredesprocessen dat er meer dan 50 procent kans is op een duurzamere vrede. Het is een utopie dat je een vredesproces tot een goed einde brengt met alleen heren, maar zij zijn er wel het meest bij betrokken”, aldus Kaag. De aanwezigheid van vrouwen zou versterkend werken.

Dat leert ook de geschiedenis. “Emancipatie gaat vaak hard in tijden van conflicten. Vaak omdat vrouwen in die tijden wel moeten werken en voor zichzelf op moeten komen. Op  treurige wijze werkt dat bevrijdend.”

Het is belangrijk dat vrouwen de kans krijgen om een bijdrage te kunnen leveren. “We moeten stoppen om vrouwen te zien als sectorgroep. In Libanon zijn 128 parlementsleden en onder hen drie vrouwen. Daar zien ze vrouwen als sectorgroep in plaats van de helft van de maatschappij. We moeten het belang benadrukken van complementariteit.” Volgens Kaag roept de nieuwe Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties juist op tot de inzet van vrouwen bij vredesprocessen van het onderhandelen tot het waarborgen.”

Opwaardering
In dat kader wees ze ook op moeders van jihadisten die zich verenigen in netwerken en samen praten over hoe ze dat kunnen voorkomen. De thuiszorg, sociale netwerken en de familie zijn daarbij ook van groot belang. “Een opwaardering van de rol van de vrouw is ontzettend belangrijk. Een stijging van 5 procent aan vrouwen die deelnemen, betekent vijf keer minder geweld.”

Een quotum instellen om een minimum aantal vrouwen in de politiek te krijgen is niet genoeg, betoogde Kaag. Dat illustreerde ze met een voorbeeld uit haar eigen werk: “De premier van Libanon vroeg mij of hij een vrouw moest vragen voor het ministerie van gender. Dat hebben ze daar. Ik heb gezegd dat een vrouw benoemen tot minister prima is, maar wel op Defensie, Financiën of Economische Zaken, wat ze daar soevereine dossiers noemen. Dat resulteerde tot een man op genderzaken. De arme man werd vervolgens door iedereen bekritiseerd om zijn post.” Haar advies is om portfolio’s op te zoeken en te kijken naar de bredere samenleving. De juiste persoon moet op de juiste plek komen. “Dat geldt ook voor Nederland, we hebben hier ook nog geen vrouwelijke premier gehad”, hield ze de Kamerleden voor. “We hebben hier ook nog geen minister voor Financiën of Buitenlandse Zaken gehad”, vulde PvdA-Kamerlid Roelof van Laar aan. Volgens Kaag is het in sommige vrouwen heel normaal dat vrouwen in hoge functies zitten, bijvoorbeeld in Syrië. Terwijl daar nu geen vrouwen betrokken zijn bij het vredesproces. Ook is er voor hen een rol als mentor en ondersteuner om ook degenen die nu nog niet actief zijn ‘de nieten’ een rol van betekenis te laten spelen.”Verandering komt meestal van binnenuit. We hebben champions nodig.”   

Senator Christine Teunissen van de Partij voor de Dieren hoopt op doorbraak

Een jaar geleden stond ze in Opzij, maar sindsdien is er veel gebeurd. “Het was in één woord enerverend”, zegt Christine Teunissen. We zitten in de fractiekamer van de Partij voor de Dieren in de Eerste Kamer met uitzicht op de Ridderzaal. Een jaar geleden zaten we even verderop in de ontmoetingsruimte van de Eerste Kamer, maar daar is het vandaag vol. Nu is ze bijna twee jaar senator.

“Ik ben nog enthousiaster over de rol van de Eerste Kamer. Ik heb goede contacten gelegd met collega’s. Hier zijn we minder concullega’s dan aan de overkant in de Tweede Kamer. Daar lijkt altijd een soort onderlinge strijd aan de gang en dat is hier veel minder.”

Het absolute hoogtepunt van afgelopen jaar was voor Teunissen de reis met senatoren naar het Caribisch gebied. “Tijdens zo’n reis krijg je andere gesprekken dan hier. Je leert collega’s op een andere manier kennen.” En hoewel zij nog steeds de jongste is in de Eerste Kamer op dit moment, waren het niet alleen grijze mannen die mee waren. Goed, een Ruud Vreeman valt wel onder die noemer, want ook een Sophie van Bijsterveld en Meta Meijer waren mee. “Je krijgt tijdens zo’n reis ook beter zicht op wat er verderop in het Koninkrijk speelt. Ik ben zelf ook veel buiten het programma op pad geweest met verschillende organisaties. Hierdoor kwam ik ook op de vraag die ik aan de regering heb gesteld over de verschillen in dierenbescherming in Nederland en de overzeese delen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Ik vind dat hetzelfde beschermingsregime zou moeten gelden als hier, maar dat is niet zo. Je ziet veel zwerfhonden, uitgedroogde dieren en koralen verdienen ook bescherming.” Dat laatste is volgens haar geen probleem, ook al hebben we dat aan onze kant van het grote water niet. “We hebben wel Natura 2000 gebieden en dat betekent dat er in bepaalde natuurgebieden niet mag worden gebouwd. Daar zetten ze er gewoon een gebouw neer. Ik heb ook campagne gevoerd voor een natuurgebied op Saba om dat de door het Rijk uitgeschreven verkiezing van het mooiste natuurgebied van Nederland te laten winnen. Daar zat een subsidie van drie ton aan vast. Het is echt een geweldig mooi vulkanisch gebied daar en met mijn campagne hier stond ik daar in alle kranten, maar het is helaas niet gelukt.”

Vorig jaar was ze als beginnend Kamerlid nog op zoek naar wat ze kon inbrengen en wat haar rol precies was. De grootste teleurstelling was het aannemen van de Natuurbeschermingswet door de Eerste Kamer. “Ik had gehoopt dat er meer gedaan zou zijn tegen de plezierjacht.” Zij had daar in de senaat diverse betogen over gehouden, maar tevergeefs. Meer succes had ze met een motie over het decentraal toegankelijk houden van medische dossiers die werd aangenomen. Dat wil zeggen dat naast een centraal opgeslagen patiëntendossier decentrale systemen mogelijk blijven, omdat zorgverleners soms ook gebaat zijn bij toegang tot de dossiers om de beste zorg te leveren. En daarnaast zette ze zich in voor zaken waar ze als raadslid in Den Haag ook mee te maken heeft, zoals bewonersparticipatie.

Kandidaat

Het lijkt haar niet genoeg, want vorig jaar besloot ze ook dat ze kandidaat voor de Partij voor de Dieren wilde zijn voor de Tweede Kamer en nu staat ze op nummer 7 van de kandidatenlijst. “Ik vind mijn werk voor de Eerste Kamer en in de raad heel leuk. Ik heb me kandidaat gesteld in het belang van mijn partij. Zeven zetels zou een geweldige doorbraak zijn en als dat gebeurt wil ik er zijn voor mijn partij. Maar ik sta niet op drie, omdat ik mijn huidige werk ook heel leuk vind.” In Nederland kan een kandidaat ook met voorkeurstemmen worden gekozen. Dat betekent dat een kandidaat die niet op de eerste plek staat een kwart van de kiesdeler haalt. Dat is het aantal geldige stemmen op alle kandidaten, gedeeld door het aantal beschikbare zetels. “Ik ben daar wel ontvankelijk voor, dus dan ga ik wel de Tweede Kamer in”, zegt Teunissen.

Eerder was zij al eens medewerker van de Tweede Kamerfractie van haar partij. “In het begin werden we uitgelachen. Wij waren de eerste partij die verband legde tussen het eten van vlees en de ontbossing. Andere partijen maakten dat belachelijk. Die ontbossing komt door de toenemende behoefte aan veevoer en dat is inmiddels een aangenomen feit, dus de acceptatie is er. Daar kan ik nu op varen.”

Vrouwvriendelijke, milieuvriendelijke en diervriendelijke partij

Toen de Partij voor de Dieren net in de Tweede Kamer zat, diende partijleider Marianne Thieme 40 moties in bij de begroting van Landbouw om de strijd van de partij voor dierenwelzijn zichtbaar te maken en nog steeds sluit Thieme elke inbreng in de Tweede Kamer af met de woorden: ”Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie”. Vrij naar de Romeinse senator Cato, die altijd zei: “Overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden”. Teunissen neemt dat gebruik niet over. “Dat is uniek voor Marianne, dat is van haar.” Thieme voerde afgelopen Prinsjesdag geen actie tegen dierenleed, maar voor meer vrouwen in de politiek. “Wij zijn heel erg voor emancipatie. Dat staat ook in onze beginselen die zijn bijgewerkt in 2005. Wij zijn een vrouwvriendelijke, milieuvriendelijke en diervriendelijke partij. In de politiek zijn nu vooral veel mannen van middelbare leeftijd, dus het is goed dat Marianne hier aandacht voor vraagt. Politieke partijen moeten meer naar zichzelf kijken en meer vrouwen uitnodigen om een actieve rol te spelen. Op het punt van vrouwen met een andere culturele achtergrond is er voor de Partij voor de Dieren ook nog wel wat werk te verrichten”, geeft Teunissen toe. Op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart staan 19 vrouwen bij de eerste 30 kandidaten. “Elke veranderingsbeweging heeft tijd nodig”, zegt Teunissen en zij haalt haar eigen onderzoek erbij dat zij deed tussen 2002 en 2008 naar hoe de media reageerde op de Partij voor de Dieren. “Wij zijn niet verschoven, maar de media is wel anders over ons gaan berichten. Het duurde even voor de pers verder keek dan de naam van de partij.” Mogelijk speelde de tijdsgeest hier ook in mee, omdat er in die jaren vier kabinetten Balkenende zijn geweest. Er waren regelmatig verkiezingen en wisselende samenstellingen in de Tweede Kamer, waardoor ook de kleine partijen meer meetelde. “Dat speelt nu ook. Wij zijn bijvoorbeeld beslissend geweest bij de splitsingswet, al kan de Onafhankelijke Senaatsfractie dat natuurlijk ook zeggen.” Saai vindt ze het nog steeds niet in de ‘chambre de reflection’, de kamer van reflectie, zoals de Eerste Kamer ook wordt genoemd. De bedoeling is dat de senatoren geen politiek bedrijven, maar met meer afstand naar wetten kijken of ze goed zijn. Al is dat onder Rutte enigszins veranderd, omdat hij tijdens zijn kabinetten geen meerderheid had in de Eerste Kamer. “Wij zijn een soort dijkbewaking en dat is wel nodig in deze tijd met een opmars van het rechts populisme. Ik vind het een eer dat ik daar aan kan bijdragen.”

De komende tijd gaat er wel wat veranderen. In de Eerste Kamer komen minder wetsvoorstellen binnen, vanwege de komende verkiezingen en de daaropvolgende formatie. Het zal nog even duren voor er een nieuw kabinet zit dat nieuwe wetsvoorstellen kan gaan maken. Maar de renovatie van de Eerste Kamer waar Teunissen aan wilde werken is nog steeds gaande. De senator gaat binnenkort vloggen. Eens per week bespreekt ze maatschappelijke onderwerpen, bijvoorbeeld over het dumpen van kippenvlees en andere zaken op het gebied van milieu en dierenwelzijn. “Ik ontken niet dat het iets te maken heeft met de campagne. In verkiezingsdebatten komt het klimaat weinig aan de orde en D66 en PvdA stellen me ook teleur. De urgentie om klimaatverandering tegen te gaan, wordt niet begrepen.” In haar eigen verkiezingsprogramma staan de meest verregaande voorstellen om dat doel te bereiken. En die zijn haalbaar. “Wij willen vooral geen loze beloften doen en kijken naar wat we in het beleid willen veranderen. We moeten realistisch zijn, maar houden wel vast aan onze idealen.”

Plannen

Behalve het vloggen heeft Teunissen nog meer plannen voor komend haar. Ze hoopt op een goed jaar in de Eerste Kamer, waar ze nog meer en beter wil samenwerken met collega’s. Uiteraard hoopt ze ook op een prachtig resultaat voor haar partij tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. “Bij een status quo van twee zetels zou ik iets minder blij zijn. Ik ga zeker niet uit van verlies. Hoop en vertrouwen is belangrijk tijdens de campagne.” En een campagnedier is ze wel. Ze raakt naar eigen zeggen in een ‘flow’. “Ik krijg er heel veel energie van. Het is de leukste tijd van een verkiezingsjaar. Mijn fractievoorzitter Niko Koffeman maakt langere dagen, maar ik ga zelf ook een paar debatten doen, zoals het Leids verkiezingsdebat en het laaggeletterdendebat. Het is mooi om te laten zien waar je voor staat.”

Vorig jaar zei Teunissen dat ze niet in de senaat zat als stemvee en dat is voor haar gevoel nog steeds niet het geval. “We zitten hier als aanjager en de aanjager wint. Tijdens een door ons aangevraagd debat over duurzaam consumeren en dat we met zijn allen te veel vlees eten in de Haagse gemeenteraad namen ook andere partijen het woord en dat is onze aanjagersrol.” Zij vindt het leerzaam en nuttig dat ze op meerdere overheidslagen actief is. En hoopt dat nog lang te blijven doen. Al droomt ze stiekem dat haar Partij voor de Dieren zeven zetels haalt in de Tweede Kamer.

Het interview met Christine Teunissen in Opzij van ruim een jaar geleden is via Blendle beschikbaar (€ 0.79)

Maurice Boyer: ‘Ik heb de wereld leren kennen door mijn camera’

Maurice Boyer was één van de laatste fotojournalisten met een vast contract bij een krant. Nu hij 65 is, is dat contract met NRC Handelsblad beëindigd. Hij wist het nog een half jaar te rekken om de tijd tot zijn AOW te overbruggen.

‘Maurice Boyer – Thuis in Amsterdam’ is nog tot 14 juni te zien en toont foto’s rondom de thema’s stadsvernieuwing en vluchtelingen. Een tweeluik. Het eerste deel is zijn eerste grote project van eind jaren ’70 met subsidie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst: het vastleggen van de sloop, renovatie en nieuwbouw in verschillende Amsterdamse wijken zoals de Staatsliedenbuurt, Spaarndammerbuurt en Dapperbuurt. Hij begaf zich midden tussen de krakers, was bij de rellen in de Vondelstraat en rondom de kroning van prinses Beatrix. “Vaak waren er twee groepen. Bij de krakers van de Groote Keijser ging een groep als afleiding de ene kant op en mijn groep liep zo het stadhuis binnen. Ik wist van niks en zat midden in een bezetting. Ze duwden de bewakers opzij en nadat ze hun zegje hadden gedaan gooiden ze een rookbom en vertrokken weer”, vertelt Boyer. Veel later, in 2010 had de Bijenkorf toevallig een keer ME’ers op de posters voor de Drie Doldwaze Dagen en Boyer legde vast hoe de krakers daarlangs liepen. Twee jaar fotografeerde hij de stadsvernieuwing, gewone mensen tijdens de afbraak en opbouw en de krakers.

Boyer fotografeert vanuit maatschappelijke betrokkenheid: “Ik heb de stad en de wereld leren kennen door de ogen van mijn camera. Door met mijn onderwerpen bezig te zijn begreep ik beter hoe de wereld in elkaar zat, hoe mensen daarop reageerden. Ik ben niet zo’n prater maar een camera gaf mij de gelegenheid om makkelijker in gesprek te raken.”

Vluchtelingen

Voor zijn nieuwste project, het volgen van Syrische vluchtelingen, vroeg Maurice weer subsidie aan bij het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Hij kreeg het niet, maar wel van Fonds Anna Cornelis en zo kwam het tweede deel van de tentoonstelling tot stand. “Ik wilde niet als een nachtkaars uit gaan, ik wilde nog iets neerzetten. Iets dat los stond van het gewone krantenwerk, een restaurantje hier en een portretje daar. Samen met de NRC  kwamen we op het idee om een vluchtelingengezin in Amsterdam te volgen.”

Maurice werkte veertig jaar voor NRC. Hij kwam daar terecht via Bert Nienhuis. “Ik werkte vooral in de doka. Bert werkte veel voor het linkse Vrij Nederland en voor de liberale NRC. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen. Toen schoof hij mij naar voren bij de NRC voor de popconcerten. Waarschijnlijk ook omdat het zwaar was. Je had nog geen gereserveerde plekken, dus je moest er om acht uur zijn en hangen bij het voorprogramma, terwijl het concert pas om een uur of tien, elf, begon. Dan moest je de film ontwikkelen en je afdrukken bij de krant afgeven, dan was ik om een uur of drie, vier thuis en verwachtte Bert wel dat ik weer om tien uur voor zijn deur stond.” Maar hij vond het geweldig. Nienhuis was de tweede leermeester bij wie hij het vak leerde. De eerste was de buurman van broer Luc, Robb Buitenman, graficus en beeldend kunstenaar en vooral met zichzelf bezig. Nienhuis was totaal anders “Ik wist niet dat je de werkelijkheid zo kon vangen. Er waren dagen dat ik niet wist wat er buiten gebeurde of wat voor weer het was. Dan kwam Nienhuis langs met zes, acht, of twaalf filmpjes om te ontwikkelen. Ik heb daar heel veel geleerd en door de popconcerten voor NRC en de subsidie voor het project over stadsvernieuwing kon ik na twee jaar voor mezelf beginnen. Daarna kreeg ik van NRC meer andere klussen en portretten en brak ik door.

Eigen doka

Mijn vader was een verwoed fotoamateur en had zijn eigen doka bij ons op zolder. Ik vond het wel intrigerend al die chemicaliën die hij in de keuken mengde. Daar is wel een zaadje geplant.” Maurice wilde wel een taal studeren, maar daarvoor had hij de hbs moeten volgen en hij zat bij de eerste lichting van de havo, dus ging hij naar de lerarenopleiding. “Ik heb het drie jaar volgehouden. Toen moest ik voor de klas staan”, zegt Maurice en trekt een vies gezicht.

“Het erbovenop zitten, dat heb ik van Bert Nienhuis meegekregen. Soms trok er wel iemand aan mijn kraag, omdat ik in zijn beeld stond, maar dat nam ik op de koop toe. Ik wil erbovenop zitten.” Het werk voor de krant was niet altijd even inspirerend. Dat zag je volgens Maurice ook aan zijn werk. “Ik heb een aantal jaar niet altijd even geïnspireerd gewerkt. Maar ik moest mijn huis en mijn gezin onderhouden en ik had gewoon ook veel werk, drie tot vier klussen per dag en zeven dagen in de week. Vooral in het pre-digitale tijdperk was dat stampen, de doka in terwijl je amper op je benen kon staan, productie maken. Ik had simpelweg geen tijd voor eigen projecten.”

Naast zijn werk voor de krant, doet Maurice ook commerciële klussen. Voor Thonik, bijvoorbeeld, een grafisch ontwerpbureau in Amsterdam. Zo kwam hij onder meer in Japan, China en de Biënnale van Venetië terecht om daar hun uitingen in het straatbeeld te fotograferen. Dit soort klussen blijft hij doen. Net als het volgen van de vluchtelingen, zijn neef Nick, autistisch en met een verstandelijke beperking die sinds kort in een woonvoorziening woont en zijn broer Luc.

“Mijn broer Luc kreeg in 2012 een beroerte waarbij hij halfzijdig verlamd raakte. Het was een schok om mijn oudste broer die altijd met zijn lijf bezig was in zijn performances zo te zien. Het zijn wel dezelfde genen. Ik ben hem gaan fotograferen om dat te verwerken.” Het Amsterdamse theater Frascati waar hij vaak optrad, heeft in 2014 een serie foto’s van zijn vroegere optredens samen met een serie van na zijn beroerte  tentoongesteld. Luc verwerkte zijn beroerte met het maken van het drieluik Step by Step en Hart en Ziel waarmee hij in 2015 in het Amsterdamse theater Bellevue stond. Uiteraard, net als bij zijn voorstellingen van voor de beroerte op de voet gevolgd door zijn zestien jaar jongere broer Maurice.

Voor het project met de vluchtelingen heeft Maurice van het fonds voor een jaar geld gekregen en dat gaat hij zeker volmaken. “Het zijn nu vrienden. Ik wil dat ze goed terechtkomen.” Hij hielp ze al bij de reis vanuit de noodopvang Heumensoord in Nijmegen naar hun nieuwe tijdelijke onderkomen in Amsterdam- Oost. “Op initiatief  van een groep buurtbewoners Gastvrij Oost werd een kantoorcomplex voor een half jaar ingericht als tijdelijke opvang.” Daarna fotografeerde hij de verhuizing naar hun nieuwe huis en ging hij mee om de eetkamerstoelen te kopen. “Het zou ongeveer 20 kilometer ver zijn, maar bleek in Sassenheim. En de stoelen pasten niet in één keer in de auto. Ik moest twee keer rijden”, lacht hij. Desondanks blijft Maurice voor ze klaar staan met zijn camera in de aanslag.

Amsterdam 8-4-2016 Ammar haalt zijn kinderen Yazan en Mohamed(r) op van de naschoolse opvang Foto Maurice Boyer

Ex-PVV’er De Mos: ‘Ik richt me nu op Den Haag’

De Ouderen Partij Nederland met als boegbeeld de Haagse ex-PVV’er Richard de Mos doet niet mee aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017. De Mos liet de partij twee jaar geleden registreren bij de Kiesraad, maar wil zich nu richten op zijn lokale partij in Den Haag. Verder lezen Ex-PVV’er De Mos: ‘Ik richt me nu op Den Haag’

Ko

Hoe hij precies op het idee kwam, weet hij niet meer, maar Ko Hage maakte in de zomer van 2015 als afstudeerproject van de Fotoacademie in Amsterdam een reportage over Almere. Het was veertig jaar nadat de eerste paal was geslagen en hij maakte er een onderzoek van naar de structuur van de stad. Verder lezen Ko

Graafsewijk

John van Hamond was benieuwd naar het leven in probleemwijk de Graafsewijk in Den Bosch. Voor zijn afstuderen aan de Fotoacademie ging hij naar die wijk. ‘Ik ben op de fiets gestapt en erheen gereden. Ik wilde weten wie daar woont en ben een half jaar lang een paar dagen per week en een paar uur per dag in de wijk geweest.’ Verder lezen Graafsewijk