Vroeger vond ik het al raar klinken: dames en heren. Ik wist als klein meisje niet eens wat een dame was. Laat staan een heer. Maar een dame was ik niet, ik was een meisje. En nu is er veel te veel gedoe rond deze begrippen. Waar is de gelijkheid? Jongens moeten spelen als jongens, op de beelden van de SIRE-campagne zie ik een jongen ravotten zoals ik vroeger deed in het gras, door de modder en met gescheurde kleren. En dames en heren mag je in Amsterdam en Londen niet meer zeggen, beste mensen, Amsterdammers, aanwezigen.

En in de hitte van de strijd om dames, heren, jongens en meisjes krijgt een uitspraak van Donald Trump over het verbannen van transgenders uit het leger, sturen de bewindslieden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker en Sander Dekker een rapport naar de Tweede Kamer met de titel ‘Verschil moet er niet zijn, dat moet je maken’. Alleen het voorwoord al staat vol met ronkende teksten: “Het benutten van de talenten van alle leerlingen, ongeacht afkomst, is immers een kernopdracht van het onderwijs. Niet alleen voor de eigen ¬†toekomst van jongeren, maar ook voor de toekomst van Nederland.” De bewindspersonen noemen een moslima die in het onderwijs steeds te laag werd ingeschat en nu drie masteropleidingen aan de universiteit volgt, een voorbeeld uit het rapport van de Gelijke Kansen Alliantie. Opgericht om iedereen in het onderwijs gelijke kansen te bieden. Hoewel…

Als ik dat doel lees, verwacht ik gelijke kansen voor iedereen, arm of rijk, ongeacht afkomst, seksuele voorkeur en geslacht. Maar het gaat in het rapport vooral om de kinderen van hoogopgeleide ouders en laagopgeleide ouders die gelijke kansen moeten krijgen. Weer meer hokjes erbij. Volgens de bewindslieden en/of de alliantie ligt daar dus de crux voor gelijke kansen, bij de opleiding van de ouders. Niet bij slimheid of geslacht, of je je man, vrouw of ertussenin voelt, maar bij de opleiding van je ouders.

En toevallig of niet, was daar deze week ook nog Alexander Rinnooy Kan die in de Volkskrant. Universiteitshoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, prominent D66’er en senator. Hij vindt dat het onderwijsstelsel bijdraagt aan de verdeeldheid in Nederland. In de verzuiling zaten kinderen van alle lagen in de samenleving bij elkaar in de klas, want de zuil bepaalde de school. Nu ontmoeten jonge kinderen op school vooral de kinderen van de vrienden van hun ouders, betoogt de senator. “Basisscholen zijn in toenemende mate gesegregeerd: niet eens zozeer tussen ‘wit’ en ‘zwart’ als wel tussen hoogopgeleide en laagopgeleide ouders. Dat is de tweedeling die Nederland steeds meer bedreigt.” Hij roept het nieuwe kabinet in wording op om ‘de strijd tegen de schadelijke tweedeling’ op alle fronten te voeren. “Vrije schoolkeuze werkt sociaal isolement van de leerling in de hand en belemmert gelijke kansen.” ¬†Gelijke kansen in het onderwijs ten koste van keuzevrijheid en dat voor een liberale democraat.

Het verschil in kansen zitten volgens de alliantie en Rinnooy Kan dus niet in hoe je wordt aangesproken, of je dame, heer, jongen, meisje of iets daartussenin bent, niet in of je vroeger wel genoeg geravot hebt, maar in de opleiding van de ouders en het einde van de verzuiling. Zonder dat einde van de verzuiling hadden we wel meer duidelijkheid gehad over hoe te leven, welke school te volgen en op welke partij te stemmen. Zonder dat einde hadden we waarschijnlijk ook al een kabinet gehad. Gelijke kansen zitten niet in aanspreekvormen, onderwijs, zuilen, buiten spelen, maar in respect voor elkaar. Wat gij niet wil dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet. Behandel elkaar met respect en zoals je zelf behandeld wilt worden en je zult zien: de gelijkheid stijgt.