“Vandaag gespard met het hele managementteam van PBL over kennis en beleid. Mooie ideeënuitwisseling.” “In afvalkoploper Dalfsen aan Vecht aan t sparren met bestuur beroepsvereniging accountants.” “Business Analist & Agile? Bij geen enkele organisatie hetzelfde. Een keer sparren over jullie organisatie?” “Ontmoeten,sparren en culinair genieten onder de Sint Jan.” “‘Kijk, sparren doe je op 70%. Geeft iemand voluit, dan sla je m meteen 100% op zn bek en verlaat je de ring’, zegt coach.”

De laatste klinkt mij het beste in de oren. Ik zie de minister van Infrastructuur en Milieu van de eerste tweet al met bokshandschoenen tegenover haar team staan. Maar zij bedoelt iets anders en Van Dale geeft me gelijk in dat het geen Nederlands is. De betekenis volgens het woordenboek is namelijk:

spar (de; m; meervoud: sparren; verkleinwoord: sparretje)1bep. naaldboom: kerstbomen zijn sparren
spar·ren (sparde, heeft gespard)1(vechtsport) met een tegenstander oefenen, trainen

Volgens Onze Taal staat het woord tussen spammen en spawnen (verschijnen in een computerspel) en betekent het oefenen met een parner als oefenpartner fungeren, ideeën uitwisselen. Volgens mij bedoelde de minister vooral dat laatste. Mijn boksende tweep bedoelde de betekenis van het werkwoord die Van Dale ook noemt. De minister haalt haar sparren uit het Engels. Daar is volgens the cambridge dictionary de eerste betekenis ook het oefenen van boksen zonder hard te slaan en discussiëren, ‘to argue’. Hier in het Nederlands heeft het dus een uitgebreidere eigen betekenis gekregen. Eentje die als het aan mij ligt buiten het woordenboek blijft. Oefenen en discussiëren voldoen als alternatieven, dus waarom zouden we er dennenbomen bij halen? Binnenskamers zijn sparren voor de kerst en niet voor een gesprek met het managementteam.