Last minute

“Het last minute besluit over Lili en Howick zorgt voor pijn in de coalitie. De VVD wil van haar senaatsvoorzitter af. En de Nederlandse bombardementen tegen IS worden wegens succes gestaakt.” “Hoe bizar wil je het hebben: de politiek wil kinderen deporteren, de politie veroorzaakt bijna een halve klopjacht, het volk staat op, deportatie wordt last minute gestopt en de politiek claimt vervolgens het succes. Bizar. Bizar.” “Daar is Last Minute Luuk #FRANED.” “De zaterdagplannen zijn lastminute afgezegd. Wat zullen we morgen eens gaan doen?” “Yep. Zeker weten. Graag op tijd vallen zodat ik het kan inplannen voor @libelle Zomerweek 2019. Anders geeft het zo n gedoe. Dat last minute geregel, gebel en alles… “; De vraag is voor mij meer: hoe hard hebben #CU en #D66 dit gespeeld? Tot hoever zijn ze gegaan om #LilienHowick te laten blijven? Hoop dat daar t.z.t. een reconstructie van komt. En hoop nu vooral dat er nog een last-minute uitweg is voor #LiliHowick.”

Het was de afgelopen dagen wat. Geen plotseling besluit, maar een last minute besluit rondom twee kinderen die al tijden in angst leven. Net als dat de laatste aanbiedingen in reisland ook ineens last minute gingen heten en dan toch vaak pas een vertrektijd over een maand hebben. Laatste nipper besluit klinkt toch ook best aardig? Waarom weer dat Engels. Omdat we interessant willen doen, erbij willen horen, of heeft u een beter idee?

De term is in ieder geval al doorgedrongen tot Van Dale:

1last mi·nute (de; v(m); meervoud: last minutes)1op het laatste moment geboekte reis
2last mi·nute (bijvoeglijk naamwoord)1op het laatste ogenblik: last minute boeken

In 1951 was de Schotse ruit last-minute bag in en te koop voor 10,50 gulden. Eind 1973 roemt De Waarheid D.W. Griffith voor de last-minute rescues in zijn films. In 1974 verschenen de eerste advertenties met last minute stuntreizen in de krant. En die last minute reizen zijn niet meer weg te denken in de reiswereld, hoewel ze dus niet altijd geschikt zijn voor mensen die in de laatste minuut van een dag besluiten dat ze nu op reis willen. Integendeel. En de aanbieding is er vaak ook al af. Het is een lege term in de huidige reisbranche. Maar het bekt kennelijk lekker genoeg om er nu ook besluiten achter te hangen.

Niets mis met een besluit op het laatste moment, hoewel je in het geval van de twee kinderen kunt afvragen of het niet al na dat moment was. Maar noem het dan zo. Of laatste nipper besluit En bij de reizen kan het er helemaal wel vanaf. Daar is niks meer aan wat ook maar iets met het laatste moment of de laatste minuut te maken heeft.

Managen

“Louis over Roy, zo’n hype kon Bryan niet managen.” “Elk grassprietje moet worden verantwoord. Vervolgens gaan ze dat managen met 2 benen op het bureau en 1 vinger in de neus.” “Tijd om weg te gaan van het ‘managen’ van ‘resources’. Medewerkers zijn mensen. Tijd dus voor het managen van mensen.” “Het gaat om verwachtingen managen en de bot heel specifiek gericht 1 ding laten doen.” “Goed leven houdt in dat je kunt sturen, je energie kunt managen en zin kunt ervaren.”

Het nieuwe leiden is managen, zo lijkt het. Bedrijven zoeken geen directeuren of chefs meer, maar managers. Weer een woord waar we het kennelijk interessanter vinden om de Engelse term te gebruiken. Voor internationaale bedrijven en organisaties valt daar nog iets voor te zeggen, als het om de functietitel gaat. Maar om dan hier in het Nederlands ook de werkwoordversie te pas en te onpas te gebruiken, gaat mij persoonlijk iets te ver. Ik hou daarvoor te veel van de Nederlandse taal.

De eerste vermelding van het woord managers trof ik aan in het Bataaviaansch Handelsblad van 9 maart 1888. Zij deden hun stars schitteren, volgens de krant. Enkele jaren later, op 1 april 1905, verschijnt in diezelfde krant een bericht over ‘groote instellingen’ die hun zaken weten te managen. We jatten dus al heel lang uit het Engels deze term voor leiding geven, maar ook onder controle hebben. Want als je nu iets goed weet te ‘managen’,  heb je de boel onder controle.

Dat kun je ook gewoon zeggen, dat je het onder controle hebt of dat je ergens grip op hebt. En dat je leiding geeft. Dat zegt meer dan het managen dat inmiddels een verzamelbegrip is voor heel veel interessantdoenerij. En dat soort begrippen zegt vaak het minst, omdat ze heel veel en daarom juist helemaal niets betekenen.

Quick wins

“Als iemand me zoekt ben ik even wat laaghangend fruit aan het plukken qua quick wins.” “Eens, politiek is het vooral veel schreeuwen met puntige qoutes om aandacht te vragen en de snelle stem. Veel ad-hoc, quick wins en de lange termijn wordt onderbelicht.” “Kilometers geluidsschermen vervangen door zonnepanelen is ook nog zo’n Quick win.” “Ga je voor quick wins en kortetermijn-groei, of voor langetermijn-waarde?”

Meteen maar een bekentenis: ik heb deze woorden laten staan in een stuk wat ik laatst moest bewerken. Jaren lang heb ik deze woorden niet kunnen lezen zonder aan quick and dirty te moeten denken. En eigenlijk komt dat deels ook wel overeen. Snel en vies is een snelle winst. En daar gaat menig organisatie voor en ook degene waar ik voor werk en daarom heb ik het laten staan. De taal van mijn lezer volgend. Maar er zijn eerlijk gezegd ook veel Nederlandse alternatieven die ik had kunnen opschrijven: snelle acties, korte klappen, die laatste hoor je bijna niet meer, maar was voorheen ook populair in kantorenland. β

Quick win staat niet in de Van Dale en toch vindt Delpher de eerste vermelding al in 1925 bij een artikel over een voetbalwedstrijd. De etymologiebank heeft ook niks te melden maar dat de uitdrukking uit het Engels komt, is wel duidelijk. Zoals bij veel Engelse termen in kantorenland zijn ze via de marketing binnengekomen. Hoe behaal je snel resultaten zonder dat het veel moeite kost, snel en vies via de snelle winstpunten. Misschien vind ik het daarom nog steeds een beetje vies klinken.

Doen

“Even chill drankje doen.” “Op het #terras is ‘t ook gezellig, kom lekker een #drankje doen.” “Ik ga drankje doen in Utrecht, waar moet ik zijn?” “Doe jij eens heel snel kappen daarmee!” “Doe jij eens n dagverslag.”

Doen is het equivalent van smurfen, denk ik wel eens. Als klein meisje verwonderde het mij al als ik ouders tegen hun kinderen hoorde zeggen: “doe jij eens een doekje halen”, bijvoorbeeld. En tegenwoordig gaan mensen niet meer een drankje drinken op het terras of in de kroeg, maar een drankje doen. Wat doen ze er dan mee? Dat is toch echt meestal opdrinken, tenzij ze het omstoten.

Van Dale zegt dat doen een handeling uitvoeren is, dus wellicht ook drinken:

Doen
1. een werking 
verrichtenuitvoerenzo gezegd zo gedaan het uitgesproken voornemen werd direct uitgevoerdiets gedaan krijgen zorgen dat het gebeurtniets te doen hebben geen werk hebbenhet is niet te doen te moeilijk om gedaan te wordenertoe doen belangrijk zijn, meetellen, verschil maken(België) iem. laten doen hem zijn gang laten gaan.

Maar het is nog veel meer: 2. als beroep hebbenwat doet je vader? 3. iets verrichten ten voor- of nadele van het objectdie hond doet niets doet geen kwaad. 4. het gewenste effect hebbendat nieuwe boek deed het goed werd veel verkochtdat doet er niet toe maakt niets uit. 5. functionerende rem doet het niet meer. 6. (voortdurend) het genoemde verrichtenaan toneel doen. 7. het doen (met iem.) geslachtsgemeenschap hebben (met iem.). 8. zich uiten, zich gedragenmoeilijk, vervelend doen over een kwestie. 9. omschrijvend of versterkend werkwoordhij doet een pogingroken doet hij niet.

Niet alleen zijn de betekenissen talrijk, de geschiedenis ook al. De eerste vermelding is uit de tiende eeuw, volgens de etymologiebank: doen ww. ‘handelen, verrichten, maken; veroorzaken’. Onl. duon ‘doen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. doen.

En toch is dat doe jij eens iets doen nog niet zo oud. Wellicht zou de uitspreker ervan het willen scharen onder betekenis nummer zes. Maar ik vind het infantiel klinken en vraag me af of dat de juiste betekenis is. Zeker om dat het te pas en te onpas voorkomt, net als dat de smurfen voor elk werkwoord het woord smurfen gebruikte. Ik heb dan meer sympathie voor de persoon die een drankje gaat doen, want zelden blijft het bij een enkel drankje en daarom heeft het misschien meer van (voortdurend) het genoemde verrichten.

Draadje

“Draadje. Een paar rechtse opiniemakers probeert op dit moment op een nogal opzichtige manier het energiebeleid in diskrediet te brengen. Ze schuwen de grote woorden niet en gebruiken woorden als ‘gasgekte’. Maar zoals meestal zijn ze niet echt geïnteresseerd in de feiten.” “Tijd voor een draadje met mooie kattenrassen!” “Dit draadje met antwoord van AZG. complete waanzin. En steeds hetzelfde antwoord.”

Een draadje is bij mij meestal een hinderlijk loszittend deel van een kledingstuk, wat je het beste kunt afknippen voor het ergens aan blijft hangen en je ineens een gat in je kleding trekt. Op Twitter heeft het inmiddels een hele andere betekenis en betekent het vaak dat je een stroom tweets over je uitgestort krijgt. Het twitterwoord is de letterlijke vertaling van thread, draad. een twitterthread is een serie opeenvolgende tweets die een verhaal vertellen, of iets verduidelijken, of een mening weergeven met als gemene deler dat het niet in 240 tekens past en dus meerdere tweets vergt.

Het Nederlandse draadje kwam in 1761 voor het eerst voor in de krant, voor zover ik kon nagaan: ‘het haakje van de boot is met een rood draadje gebonden’, want draadjes hangen niet alleen aan kleren, maar dus ook aan boten en haakjes.

Is het nu gebruikte draadje dan echt wereldvreemd in het Nederlands? Nee hoor, we kennen immers al heel lang de uitdrukking de draad van een verhaal kwijt zijn. Ruim voor de intocht van Twitter. En wellicht klinkt draadje kleiner en lieflijker dan draad, waardoor het op Twitter een geliefd woord is voor een verhaal/reeks tweets achter elkaar.  Dus waar u daar een draadje leest, volgt de draad van het verhaal. volg het, of laat het los, die keus is aan u.

Reces

“Gaan ze weer met reces? Ze waren net begonnen…!!#2ekamer”. “Hallo hardwerkende burgers van NL: ‘De Tweede Kamer is vanaf vandaag met reces t/m maandag 5 maart 2018.” “Mocht je verwachting hebben: de TK is op reces.”

De gemiddelde Nederlander gaat op vakantie, politici gaan met reces. Het klinkt sjieker, maar is eigenlijk niets anders dan vakantie. Een eeuwenoude traditie om vakantie van bestuurders zo te noemen, of zoals het woordenboek het stelt:

re·ces (heto)1(vakantie)periode waarin een college niet vergadert

De etymologie ligt wat ingewikkelder. reces zn. ‘vakantie van bestuurs- of rechtscollege’
Vnnl. reces eerst ‘besluit, overeenkomst; verslag van onderhandelingen’ in nae dat … partyen gehoirt syn, is … reces gemaect [1528; WNT], dan op reces ‘na de laatste besluiten’ in de Staten van Zeeland zyn verleden woensdach … op reces … gescheyden [1632; WNT]; nnl. reces ‘vakantie van bestuurscollege’ in het reces der tweede kamer [1862; WNT].
Ontleend, zowel via Frans recès, ouder recez ‘besluit, overeenkomst, verdrag’ [1551; TLF], eerder al recès‘onderbreking, pauze’ [14e eeuw; TLF], als rechtstreeks aan Latijn recessus ‘het teruggaan, terugtocht, afgelegen plaats’

Maar een andere stroming zegt dat het woord uit het Engels komt:

1. Tydperk tussen sittings van die parlement of hof. 2. Vakansie tussen twee kwartale of semesters van ‘n opvoedkundige inrigting.
Uit Eng. recess (1620 in bet. 1). Die Mnl. bet. van reces is ‘raadsbesluit’, en hoewel die bet. ‘uiteengaan’ van Ndl. recesal uit 1632 dateer, het die Afr. bet. wsk. na die voorbeeld van die Eng. parlementêre taal alg. geword.

Het heeft dus nogal een historie en de kans is klein dat we reces ooit vakantie gaan noemen. Het heeft ook wel iets, al is het eigenlijk gewoon hetzelfde. Hoewel Kamerleden in de zomer over elkaar heen buitelen om te zeggen dat dat niet zo is. Want ze gaan heus nog wel op werkbezoek en hebben echt geen weken vakantie. Alsof de rest van Nederland alleen maar vrij heeft en niets doet tijdens de vakantie. Maar goed, historisch verantwoord is reces dus wel iets anders dan vakantie.

De oudste vermelding in een krant is ‘In plaats van een repliek een reces overgegeven’ (zinsnede vertaald) uit de Ordinarisse middel-weeckse courante van 22-06-1649. De Courante uyt Italien, Duytslandt, &c. vermeldt in april 1667 dat de Staten van Holland op zaterdag 14 dagen met reces gaan. Toen al. Twee maanden eerder dan nu bestond het al. Alleen noemen we het nu Krokusreces. Daarnaast hebben veel gemeenteraden nu al verkiezingsreces. Voor de Tweede Kamer is dat vanwege de raadsverkiezingen maar anderhalve dag: van 20 maart aan het eind van de middag tot en met 21 maart, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Nu zijn de bewindslieden, Kamerleden en waarschijnlijk ook hun entourage even aan het genieten van de vakantie om daarna vol in campagne te gaan.

Nieuw hart

Gelukkig is er met mijn hart niks mis, ook niet met mijn andere organen, tenminste niet dat ik weet. Maar als ik naar Pia Dijkstra kijk tijdens het debat in de Eerste Kamer, bloedt mijn hart een beetje. Hoe zorgvuldig ze haar woorden ook weegt, het hoeft maar even verkeerd te klinken en haar wet voor orgaandonatie haalt het niet. Ik denk dat zij na de stemmingen van volgende week wel een nieuw hart kan gebruiken.

Want hoe zenuwslopend moet dit zijn. Eerst nipt een meerderheid in de Tweede Kamer, mede omdat Partij voor de Dieren een Kamerlid miste die op zijn beurt zijn trein had gemist. Dat was nou net de ene stem die het aantal stemmen had kunnen doen staken. Nu haalde Dijkstra 75 stemmen voor haar wet en waren er 74 tegen. De kleinst mogelijke meerderheid. En de Eerste Kamer houdt het spannend. Binnen enkele fracties denken de leden er anders over en de stemming is verklaard tot vrije kwestie. De fractiediscipline, meestemmen met je partijgenoten, geldt komende dinsdag niet.

En dat hoor je terug in het betoog van Dijkstra. Steeds weer herhalen, mensen masseren, zo veel mogelijk proberen te zeggen wat de senatoren willen horen en vooral die senatoren die ze nog voor zich kan winnen. ‘Ik snap de vraag’, keurig staaltje tijd winnen. Maar ze weet dat ze nog een week de tijd heeft. Nu moet ze voor het oog van de camera’s en in live debat haar publiek overtuigen en straks moet ze achter de schermen aan de bak. Op gouden schaaltjes haar woorden wegend en met kleine speldenprikjes de senatoren die nog twijfelen over de streep bewegen.

Dit is de zenuwslopende kant van de politiek. Op eieren lopen en pas over een week zien of een meerderheid van de eitjes dat heeft overleefd. Denk om je bovendruk zouden de gebroeders Temmes zeggen en dat advies zou Dijkstra ook wel kunnen gebruiken. En misschien na volgende week ook wel een nieuw hart.

AANVULLING: Het debat is niet afgemaakt en daarom zijn de stemmingen een week uitgesteld tot 13 februari 2018.

Persoonlijke noot Rutte bij debat regeringsverklaring

“Als ik aan het einde van deze regeringsverklaring toch ook nog even persoonlijk mag worden: ik sta hier vandaag voor de derde keer met een nieuwe ploeg om me heen en dat blijft een heel speciaal moment.”, zo luidde premier Mark Rutte het einde van zijn derde regeringsverklaring in. Het is zijn derde kabinet en deze persoonlijke noot wijst erop dat het ook zijn laatste is.

Maar dat klinkt negatief en zo is Rutte niet, bleek ook uit de lachsalvo’s tijdens het debat over de regeringsverklaring wat meteen de algemene politieke beschouwingen zijn. Maar de premier zag een positief moment, met nieuw elan en nieuwe energie. “En ik weet heel goed: er komt onvermijdelijk kritiek. Het debat in dit huis en in de Eerste Kamer zal op momenten hard en fel zijn. Dat hoort ook zo want hier bevechten we elkaar op ideeën. Dat is de crux van democratie. Maar wat zou het mij veel waard zijn als we er de komende periode met elkaar blijk van kunnen geven dat we de urgentie van deze tijd snappen. Dat we snappen dat van ons niet alleen strijd, maar ook oplossingen worden gevraagd. Dat we als politici aan Nederland kunnen laten zien dat verschillen er zijn om te koesteren en tegenstellingen om te overbruggen. Zodat mensen weer voelen dat de politiek er voor hen is. Ik zal me daar persoonlijk, samen met de collega’s, samen met u, met hart en ziel voor inzetten.

Die kritiek kwam ook. De onbetwiste oppositieleider tijdens dit debat was Jesse Klaver, voorheen mede-onderhandelaar. De kersverse VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff noemde hem even Jesse Klager om eraan toe te voegen: “flauw grapje, ik weet het”, maar hij kreeg hem terug van de GroenLinksleider die hem even bij zijn oude columnistennaam Zeikhoff noemde. Asscher probeerde wat, Roemer ook, Wilders dreigde met moties van wantrouwen tegen diverse ministers. Maar Klaver ging het debat aan, verbruikte zijn interrupties en maakte ook duidelijk dat hij uit de onderhandelingen was gestapt vanwege onmin met het CDA. “Ja ik ken uw argumenten”, ontlokte hij van CDA-fractieleider en voorheen onderhandelaar Sybrand van Haersma Buma.

De coalitie hield met een meerderheid van één zetel de gelederen gesloten. “De heer Voordewind zit naast mij in goede vriendschap”, zei ChristenUnieleider Gert-Jan Segers nog op speculaties dat zijn rechterhand wel eens de eerste dissident zou kunnen zijn. Mocht dat toch gebeuren, raakt de coalitie de meerderheid in de Tweede Kamer kwijt, maar blijft er nog één zetel meerderheid in de Eerste Kamer.

Participatiesamenleving

‘De burgers die het ‘t moeilijkst hebben, hebben het minste profijt van de participatiesamenleving.’ ‘De ‘participatiesamenleving’ is niets anders dan een bezuiniging op sociale voorzieningen en zorg, zodat de rijken niks zullen missen.’ ‘Dit lag helaas in de lijn der verwachting. Die ‘participatiesamenleving’ gaat nou eenmaal uit van zelfredzaamheid.’ ‘Vandaag is de Participatiesamenleving vier jaar geworden. Deze bezuinigingskleuter mag nu naar school.’

Zou het dit jaar weer in de Troonrede staan? Participatiesamenleving? Vier jaar geleden sprak koning Willem-Alexander dat woord uit in zijn eerste Troonrede. Het woord is ook de hele ochtend al te horen op Radio1. De participatiesamenleving…. Wat mij betreft een foute tautologie. De koning wilde ongetwijfeld benadrukken dat we samen moeten leven, maar dat zegt samenleving al. En we moeten meedoen. Maar als je echt samenleeft, dan doe je toch al dingen met elkaar en doe je mee?

Tijdens het congres van Onze Taal, eind 2013, koos een kwart van de ruim 1300 aanwezige bezoekers participatiesamenleving als Woord van het jaar 2013. Een maand later won het woord de Vaagtaalverkiezing van 2013. Volgens Vaagtaal.nl was het een nipte overwinning: participatiesamenleving kreeg 13,6% van de stemmen, terwijl de nummer twee, uitbodemen, bleef steken op 13,0%. Derde werd horizontaal beleid, met 11,8%.

De participatiesamenleving heeft zelfs een eigen wiki: “De term participatiesamenleving betekent , dat de overheid voortaan uitgaat van de eigen kracht en zelfredzaamheid van eenieder. Ziek of gezond, weerbaar of kwetsbaar, oude of nieuwe Nederlander, alle burgers hebben naast rechten op zorg en andere voorzieningen, ook de plicht om voor zichzelf en hun omgeving op te komen. De huidige verzorgingsstaat dreigt door de voortdurend stijgende zorgkosten onbetaalbaar te worden. De discussie over de participatiesamenleving is ook verdelingsvraagstuk: wat is de rol van de overheid, de markt en de burger.”

Onlinewoordenboek Van Dale doet er niet aan: Het woord is verkeerd gespeld of het staat niet in het gratis woordenboek. Ook de etymologiebank kent het woord nog niet. Ongetwijfeld komt daar ooit nog eens de opmerking te staan dat het woord dateert van 18 september 2013 toen koning Willem-Alexander het in zijn eerste Troonrede noemde. Hij gaf er destijds meteen zijn betekenis bij, of beter die van premier Mark Rutte (VVD) die de rede schrijft. Letterlijke tekst uit de Troonrede 2013: “Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.”

Ik ben benieuwd of hij het dit jaar weer aandurft. Ik hoop van niet. In een samenleving leef je met zijn allen en doe je dus ook mee. Van Dale is het met me eens:

Betekenis ‘ participatie ‘

par·ti·ci·pa·tie (devmeervoud: participaties)1het hebben van aandeel in ietsdeelname

Betekenis ‘ samenleving ‘

sa·men·le·ving (dev)1het geheel van de met elkaar verkerende mensenmaatschappijde moderne samenleving

Samenleving met nadruk op samen zou voldoende moeten zijn. Dat doe je met zijn allen en dan heb je dus ook een aandeel in iets. Hij zou het warm kunnen uitspreken, zoals alleen de koning dat kan. Dat zou mooi zijn. En samen kunnen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie dan trots zijn op de Troonrede die zij ongetwijfeld met een vleugje demissionair PvdA hebben onderschreven. En dan kan er snel een kabinet zijn en gaat de vis in de krant met de Troonrede. Niets bijzonders, want samenleven doen we al eeuwen. En dat gaat ook gewoon door zonder missionair kabinet, net als Prinsjesdag.

Formatiedagboek Dag 184

De formerende partijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zijn op het punt gekomen dat ze niet meer terug kunnen. Bij elk punt waar ze nu nog over soebatten, komt ongetwijfeld het zinnetje voorbij: laten we het hier nog op klappen? Nu er zelfs over de vluchtelingen een akkoord lijkt, kunnen ze niet meer terug. Bovendien hebben ze het land al lang genoeg laten wachten. Vandaag zat ik achter het formatiedagboek van Frontbencher.

Dag 184