Van koekjes naar cultuur

Aan de noordkant van het historische centrum van ‘s-Hertogenbosch ligt een klein industriegebied. Het is voor vele meisjes uit de omgeving de plek waar hun carrière begon. Daar staat de fabriek van koekjesgigant Verkade. Koekjes zijn er nu alleen nog bij de koffie in het café-restaurant. De fabriek van weleer heeft plaatsgemaakt voor een cultureel centrum en ontmoetingsplek.

Architect Hubert-Jan Henket heeft er in samenspraak met de huidige gebruikers een cultureel centrum van gemaakt in opdracht van de gemeente. De totale verbouwing kostte zo´n 13 miljoen euro. De gele vloertegels van de oude expeditieruimte dragen nu cultuurminnend publiek.

Een klein industrieterrein tegen het centrum van ’s-Hertogenbosch is niet de meest logische locatie voor een cultureel centrum. Toch durfde de gemeente het aan op verzoek van enkele cultuurminnaars. Met succes. Zelfs als er geen films of voorstellingen zijn, komen mensen naar de Verkadefabriek voor een ontmoeting, een zakelijke bespreking of zomaar voor een hapje en een drankje. Het deels moderne en deels historische gebouw is een begrip geworden in de stad en de wijde omgeving. De ruimtes zijn ook te huur voor feesten en partijen, vergadersessies of andere bijeenkomsten. De inrichting is modern en bevat verschillend meubilair voor verschillende functies, zoals loungen, eten en een serieus gesprek voeren. De herinnering aan de koekjesfabriek van weleer blijft door de stalen buizen aan het plafond en de tegelvloer.

Meisjes

De meisjes van Verkade zijn in Den Bosch en ver daarbuiten nog steeds een begrip. Het waren de Bossche meisjes die na de huishoudschool aan de slag gingen in de koekjesfabriek. Hele generaties werkten er in de bakkerij, de inpakafdeling of de expeditie. De oude bakkerij maakt halverwege de vorige eeuw plaats voor productiehallen. De architect, Adolf Eibink, ontwierp ook andere fabrieken voor Verkade. Zijn werk in ’s-Hertogenbosch bestaat uit een betonskelet over twee verdiepingen met een getoogde betonnenkap. Deze vroegere afzuigkap van de koekjeshal bestaat uit een staalskelet over één verdieping met een sheddak met de karakteristieke zaagtanden. Tussen het betonskelet zijn de buitenpuien geplaatst van baksteen borstweringen en stalen kozijnen. Deze delen staan nog overeind. Alle andere bouwwerken en de later gebouwde bedrijfshallen zijn gesloopt. Deels omdat ze vergaan waren, te lelijk, of omdat ze niet meer voldeden aan de wensen van deze tijd. Henk van Laarhoven van architectenbureau Henket: “De ruimte van de kleine theaterzaal is herbouwd, omdat de nieuwe technische snufjes niet in het oude bouwwerk verwerkt konden worden. Het is wel in de oude stijl herbouwd.”

Theater Bis

“Het begon allemaal met Theater Bis. Een simpel theater met één zaal en we wilden wat anders`, zegt één van de initiatiefnemers Jos Dolk. Vanuit Theater Bis groeide de groep met Theatergroep De Wetten van Kepler, Productiehuis Brabant, Amateurtheaterschool Picos en Filmhuis Jeroen. De initiatiefnemers wilden een kunstcluster neerzetten. Een theater met ruimte voor andere kunsten. Het gebouw moest groot genoeg zijn voor meerdere groepen en ook genoeg oefenruimten hebben. Toen de gemeente de oude Verkadefabriek aankocht, heeft de groep interesse getoond. De gemeente ging akkoord en de ontwikkeling van een kunstencentrum kon beginnen. De architect werd ingehuurd en de toekomstige gebruikers dachten intensief mee. Onderling verdeelden zij de taken. Jan van der Putten werd directeur en Dolk nam samen met anderen de technische kant voor zijn rekening.

Sheddaken

Architect Hubert-Jan Henket heeft in zijn ontwerp voor het kunstcluster de karakteristieke eigenschappen van de oude Verkadefabriek behouden. De sheddaken bleven en zijn doorgevoerd in de nieuwbouw. De driehoekige vormen van de daken maken dat er vrijwel overal in het gebouw daglicht is. De ruimtelijkheid van de lichtinval valt meteen op als je het pand betreedt. Van alle kanten komt het licht je tegemoet.

De oude bakkerij en expeditiehallen zijn verlengd met nieuwe gedeelten. De achttienduizend oude gele vloertegels zijn verwijderd, schoongebikt en teruggeplaatst in de hal, die nu in gebruik is als café-restaurant. De gele tegelvloer loopt door naar buiten op het terras, wat het idee geeft dat binnen en buiten in elkaar overlopen. De verdiepingsvloer -van de vroegere koekjeshal- is open gezaagd voor een ruimtelijk effect. Op de eerste verdieping zijn de kantoren gevestigd. Verder zijn er in het cultureel centrum de grote (270 stoelen) en de kleine zaal met 106 stoelen, filmzalen, vergaderzalen en repetitieruimten. Wie voor een voorstelling in de grote zaal komt en nog even moet wachten neemt plaats in de serre, pal voor de ingang van de zaal. Glas reikt tot het plafond en tegen het glas staan vrolijke banken om zittend het begin van de voorstelling af te wachten. De glazen pui is voor de voorkant van de Verkadefabriek geplaatst. Twee kunstenaressen, Jolanda Huntelaar en Roosje Klap, hebben daar in verschillende kleuren de letters Verkadefabriek opgezet en ook gespiegeld. “Het kunstwerk hoort niet bij ons ontwerp, maar wij hebben wel uitdrukkelijk gezegd dat er iets met de gevel mocht gebeuren”, zegt Van Laarhoven. Op de wand is ook een lichtkrant aangebracht waarmee de leiding van de Verkadefabriek zelf teksten of afbeeldingen op het glas kan laten verschijnen. De invloed van de toekomstige gebruikers is vanaf het begin groot. Zij praten mee over het ontwerp en kunnen ook hun wensen aangeven. Zij brengen ook enkele kleine vaak technische veranderingen in het ontwerp aan. De gebruikers nemen verder de hele inrichting op zich.

Kleuren

In het cultureel centrum is veel gewerkt met kleuren. De filmzalen hebben bijvoorbeeld allemaal een andere kleur. De grootste heeft lichtpaarse muren en blauwe stoelen, de middelste gele muren en groene stoelen, de kleinste heeft een blauw met oranje motief op de muur en grijze stoelen. De grote theaterzaal heeft knalrode stoelen, net als veel oude theaters. In het café-restaurant staan comfortabele banken om wat te loungen of chillen. In het midden staat een grote leestafel en daarachter is de ruimte om te genieten van een hapje of een drankje. Aan het plafond van het café hangen grote stalen buizen die nog een beetje doen denken aan de fabriek van weleer. Anders dan toen kun je nu verder kijken dan dat plafond naar de eerste verdieping met kantoorruimten. Grote televisieschermen tonen de te verwachten films en voorstellingen. Aan het bovenste plafond hangen de ellipsvormige lampen met rose glas. Ook de rest van de ruimte is sfeervol verlicht met oog voor detail in de verschillende lampenkappen. Grote koperen lampenkappen verlichten bijvoorbeeld de leestafel, kleine effen oranje/bruine lampen de loungeruimte.

Toiletten

Een speciale vermelding bij de inrichting is voor het tegelwerk rond de toiletten. De Verkadefabriek en de geschiedenis zijn vastgelegd op zwartwitfoto´s die zijn verwerkt op de tegelmuur voor de ingang van het toilet. Het geeft een goed beeld van het oog voor detail en de geest van de kunsten die de oplettende bezoeker in het hele gebouw terugziet. Volgens Van Laarhoven heeft vooral directeur Jan van der Putten zich hard gemaakt voor de inrichting. Hij heeft Piet Hein Eek ingehuurd voor de inrichting van het café-restaurant. Van der Putten is erin geslaagd de uitstraling van weleer te combineren met de functies van nu, waardoor de Verkadefabriek een begrip is geworden op cultureel gebied.

Architect Hubert-Jan Henket

Hubert-Jan Henket (1940) studeerde in 1969 cum laude af aan de afdeling Bouwkunde van T.H. Delft. Daarna studeerde hij een jaar stedenbouw aan de Otaniemi Universiteit in Helsinki. Na enkele jaren werken begon hij in 1976 zijn eigen bureau Hubert-Jan Henket architecten. Nu heet het Henket&partners architecten. Henket is ook actief in het architectuuronderwijs.

Uitgangspunt in het werk van Henket is: Architectuur is gebruikskunst, het ruimtelijk vormgeven van sociale structuren. Henket wil menselijke behoeften realiseren en hun dromen verbeelden. De architect is inspirator én dienaar. Hij zoekt naar de essentie en naar evenwicht in alle aspecten van een gebouw. Het ontwerp is gericht op de toekomstige functie met lichtheid, helderheid, rust en transparantie. Henket vindt daarbij de intensieve samenwerking met de gebruikers in het ontwerp essentieel.

Henket is onder meer verantwoordelijk voor de verbouwing van het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen, het MECC in Maastricht en het Catharijneconvent in Utrecht. Voor zijn werk kreeg hij vele prijzen. In 2003 is hij bijvoorbeeld onderscheiden tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en in november 2004 ontving hij de BNA Kubus.

Verkadefabriek ´s-Hertogenbosch

Oppervlakte:             5000m2 inclusief 140 parkeerplaatsen

Investeringsbedrag:  13 miljoen euro

Eerste ontwerp:        rond 1950

Architect:                  Adolf Eibink

Nieuw ontwerp:        2000 – 2001

Oplevering:               2004

Opdrachtgever:        Gemeente ’s-Hertogenbosch

Initiatiefnemers:       Theater Bis, Theatergroep De Wetten van Kepler, Productiehuis Brabant, Amateurtheaterschool Picos en Filmhuis Jeroen

Architect:                  Henket & partners architecten

Hubert-Jan Henket, Henk van Laarhoven, Yvonne Segers, Janneke Bierman, Teresa van Rosmalen

Adviseurs:                 Arcadis

D3BN

Huisman & van Muijen

Adviesbureau Peuts en Associés bv

Bremen Bouwadviseurs

Landschapsarchitect:           MTD Landschapsarchitecten

Inrichting café:         Piet Hein Eek

Aannemer:                BDW Bouwgroep

 

Bio-ecologisch wonen in De Waterspin

De Waterspin is een bio-ecologisch woon/werkproject in hartje Den Haag. Verborgen tussen de Buitenom en de Prinsengracht ligt een oase van rust rond een oude meterwerkplaats. Het is een voorbeeldproject voor het duurzaam bouwen van nu. De bewoners werken samen om hun woonplek zo mooi en duurzaam mogelijk te houden.

“Het wonen in De Waterspin is een manier van leven. Je bent er elke dag mee bezig.” Andrea Cornets de Groot, cultureel volwassenenwerker en voorzitter van de stichting voor huurderszaken, is vanaf het begin betrokken bij de Waterspin. Zij woont samen met haar twee tienerdochters in een huurwoning van het ecologisch woon/werkproject aan de Spijkermanstraat. Cornets de Groot is één van de ‘doeners’ in het project. De bedoeling is dat iedereen samenwerkt aan het behoud en in activiteiten, maar in de praktijk valt dat tegen. “Vooral de kopers laten het vaak afweten”, aldus Cornets de Groot.

Meterwerkplaats

Het begon allemaal begin jaren negentig met de dreigende sloop van de oude Meterwerkplaats van het vroegere Duinwaterbedrijf ‘s-Gravenhage en de bijbehorende kantoren. De werkplaats is gebruikt voor het herstellen en ijken van watermeters. Een groep krakers kwam in actie voor het behoud van het industrieel erfgoed dat dateert van 1908.

De gemeente Den Haag ging akkoord met de plannen van Vestia voor een duurzaam wonen/werken-project. Vestia kocht het complex en hielp de bewoners bij de realisatie. Het hoofdgebouw telt drie verdiepingen, een kelder en een grote met glas overdekte binnenplaats. “Het gebouw heet nu Alcatraz en is genoemd naar het gevangeniseiland vanwege de stalen hekken. Daardoor lijkt het van binnen net een gevangenis. Sloop zou zonde zijn geweest”, zegt voorzitter van Vereniging De Waterspin, Rob Sprinkhuizen. Hij huurt met zijn vrouw de portierswoning net buiten het hek. Alcatraz is van binnen door de bewoners opgeknapt met vloerschilderingen en mozaïek op de plantenbakken.

 

Consulent Beheer & Herhuisvesting Rikko Bulten: “Vestia wil een voortrekker zijn op het gebied van duurzaam bouwen. Dit was een voorbeeldproject.” Het aanlooptraject duurde zo’n vijf jaar en de bouw begon op 3 april 1997. “De samenwerking tussen huurders en kopers was fantastisch”, zegt fysiotherapeute Gita van Duinen. Zij is één van de initiatiefnemers en woont met drie kinderen in een koopwoning van 85 m2. De bewoners kregen punten voor hun inzet bij de ontwikkeling. Degene met de meeste punten had eerste keus voor een woningtype. “De punten bleven een half jaar geldig en ik verdenk wel wat mensen ervan dat ze precies op tijd weer even komen kijken, om hun punten te houden”, zegt Liesbeth Stinissen, partner van Verenigingsvoorzitter Sprinkhuizen.

Zelfbeheer

Zelfbeheer staat centraal bij De Waterspin. De grote zaken, zoals het verven van de gevels en onderhoud aan de waterpompen regelt Vestia. Het klein onderhoud doen de bewoners zelf. Er zijn werkgroepen voor bijvoorbeeld tuin, composthoop, wasmachineruimte, fietsenstalling, klein onderhoud, vuil en Alcatraz. “Iedereen wordt geacht in een werkgroep te zitten”, zegt Sprinkhuizen, maar hij beaamt dat een aantal mensen het laat afweten. Toch vinden de actieve bewoners niet dat het duurzaam wonen in De Waterspin veel tijd kost. In het begin was dat voor sommigen wel het geval. Een aantal huurwoningen is namelijk casco opgeleverd. Alleen de badkamer was ingericht, de rest moest de bewoner zelf doen. De tegenprestatie was een blijvend lagere huur. Momenteel lopen er gesprekken met Vestia, dat op termijn het verschil in huur zou willen wegwerken. De bewoners zijn daar boos over, maar volgens Vestia staat de uitkomst nog lang niet vast.

Snufjes

De Waterspin diende als een voorbeeldproject voor het duurzaam bouwen van tegenwoordig. Verschillende technische snufjes zijn aangebracht. Een helofytenfilter zuivert het afvalwater van de wasmachines in de gezamenlijke wasruimte voor hergebruik. Regenwater wordt opgevangen voor het doorspoelen van de toiletten. Het afvalwater komt niet in het riool, maar wordt in tanks afgevoerd. Sprinkhuizen: “Je kunt niet blijven recyclen, soms houdt het op”. De Waterspin heeft ook energiebesparende maatregelen. Zo staat er de eerste warmtepomp van Den Haag. Dat was wel een kwestie van volhouden, bekent Sprinkhuizen, omdat het apparaat vaak stuk was en niemand wist hoe het precies werkte. Bulten heeft ervan geleerd: “Het is belangrijk een goede gebruiksaanwijzing te geven aan de bewoners.” Vestia heeft nu ook waterpompen gebruikt bij de nieuwbouw in Spoorwijk.

Werken

Van Duinen heeft een praktijk voor fysiotherapie in de oude kantoren. Stinissen is kunstenaar en heeft haar atelier in Alcatraz. Met hondje Knor loopt zij dagelijks naar haar werkplaats. Daar heeft zij bijvoorbeeld de doeken in de gerenoveerde Ridderzaal ontworpen. “Ik heb hier een mooi uitzicht over de stad, een goede werkplek”, zegt ze trots. Andere kunstenaars, maar ook bijvoorbeeld ontwerpbureaus en fotografen hebben een werkruimte in De Waterspin.

Tuin

Grote voordelen van het wonen in De Waterspin zijn de locatie in het Haagse stadscentrum en de grote tuin. Achterin is een grote kooi met kippen en konijnen en composthopen voor de bemesting van de tuin. De fruitbomen geven schaduw. De tuin is een ideale speelplek voor de kinderen. China Zijlstra kwam op haar achtste met haar moeder Janine mee naar De Waterspin. “Soms is het hier wel chaos, bijvoorbeeld in de fietsenstalling, maar die is nu opgeruimd.” Met een stickersysteem heeft elke fiets daar onlangs een eigen plaats gekregen. Zijlstra en haar moeder zijn de enigen met een eigen wasmachine. “Die hadden we al, dus die hebben we gewoon meegenomen”, zegt ze. Of zij later zelf ook in een duurzaam project gaat wonen? “Het is goed voor het gevoel om het te doen en niet extra lastig of zo. Maar zeker weet ik het nog niet.”

De Waterspin in punten

 

  • Duurzaam: bouwmaterialen, dubbel glas, serre als warmte- en koudebuffer, hergebruik  regenwater en wasmachinewater.
  • Zelfbeheer: bewoners innen huur en houden gebouwen en tuin bij.
  • Aantal huishoudens: 42
  • Aantal huurwoningen: 21
  • Aantal koopwoningen: 18
  • Aantal werkruimten/ateliers: 7
  • Gemeenschappelijke ruimten: tuin, fietsenstalling, bergkelder, binnenplaats Alcatraz
  • Bedrijven: o.a. Ontwerpbureaus, kunstenaars, fysiotherapeut, fotografen.

Duurzaam bouwen

De Waterspin is een voorbeeldproject voor het duurzaam bouwen. Het helofytenfilter zuivert het afvalwater uit de gezamenlijke wasruimte. Dat werkt zo: Het vuile water van de vier wasmachines komt in een put terecht. Daar zakt het grofste vuil naar de bodem. De rest van het water komt in een grote vijver en grind en zand vormen het tweede filter. De helofyten, bacteriën op het riet, doen de rest. Het geschoonde water wordt weer in de wasmachines gebruikt. De toiletten worden doorgespoeld met regenwater. Het afvalwater wordt in een aparte put opgeslagen en afgevoerd.

In de gebouwen staan drie grote waterpompen, de eersten van Den Haag. De pompen halen het grondwater van 13 graden Celsius naar boven. In de pomp wordt het water verwarmd en daarna gebruikt in verwarmingen en als warm kraanwater. De serres aan de achterkant van de huizen dienen als een warmte en koudebuffer. In de zomer houdt de serre de warmte vast en in de winter de kou tegen. Daardoor zijn de stookkosten voor de bewoners laag. Ook de bouwmaterialen zijn zorgvuldig gekozen. Het kalkzandsteen voor de muren was toen nieuw, nu is het normaal. De verdiepingsvloeren en muren zijn gemaakt van gerecycled asfalt ofwel puingranulaat. De voorgevel is bedekt met duurzaam redcederhout. De kozijnen zijn van hardhout en zijn geverfd met verf op waterbasis. De ramen zijn allemaal van dubbelglas. De energiebesparing daarvan is niet het hoogst haalbare, want daar was geen geld meer voor. Ook de vloerverwarming en andere duurzame juweeltjes gingen daarom niet door.

 

 

Alle zorg onder één dak

Gemak dient de mens en het is handig als je op één plek al het benodigde kan vinden. Een school wordt een leer- en leefwereld en een ziekenhuis kan straks niet meer zonder een zorgpark. Voeg deze twee plannen samen en daar ligt de toekomst van de locatie Dr. Hengeveldweg van het Regionaal Opleidingscentrum Deltion College in Zwolle. Het gebouw naast de nieuwe Isala klinieken ondergaat een metamorfose. De leerlingen gaan naar de leef- en leerwereld elders in de stad. De nieuwe bewoners zijn voornamelijk zorgaanbieders. Er is plaats voor bijvoorbeeld een huisartsenpost, een reïntegratiedienst en een kraamkliniek, die intensief gaan samen werken. Het aangrenzende ziekenhuis kan meeprofiteren. Verschillende zorgdiensten onder één dak, een zorgpark, is een concept van ontwikkelaar TCN Property Projects.

Op de tekentafel is het gebouw aan de Dr. Hengeveldweg in Zwolle ontworpen als bedrijfsverzamelgebouw. Die functie heeft het in de praktijk niet gehad. Sinds de oplevering, begin jaren negentig, is het in gebruik door het Deltion College, een grote mbo-school met meerdere locaties. Aan de Dr. Hengeveldweg begon het Deltion College met het cluster Economie. In 1994 is het gebouw uitgebreid, toen het cluster Horeca en Reizen erbij kwam. Handel, Mode en Beauty is ook op de locatie ondergebracht. Het gebouw telt sindsdien vier bouwdelen die onderling zijn verbonden.

Het Deltion College bouwt elders in Zwolle aan een leef- en leerwereld voor alle opleidingen met extra faciliteiten, zoals een restaurant en een garage voor de praktijklessen. Het gebouw aan de Dr Hengeveldweg is daarom binnenkort overbodig en er is gezocht naar een nieuwe gebruiker. Het pand ligt vlakbij de nieuwbouw van het fusieziekenhuis de Isala klinieken. Dat ziekenhuis is ontstaan uit een fusie van de Wezenlanden en het Sophiaziekenhuis. Ontwikkelaar TCN Property Projects heeft het pand naast het toekomstige ziekenhuis gekocht en wil het inrichten als een zorgpark. Een bedrijfsverzamelgebouw wordt het niet. Het is de bedoeling dat alle huurders intensief samenwerken, zodat er één groot zorgcentrum ontstaat. Het Deltion College huurt het pand terug tot eind 2008. Dan is de nieuwbouw klaar en kunnen de clusters verhuizen. Tot die tijd kunnen de leerlingen gewoon lessen blijven volgen in het gebouw.

Concept

De plannen zijn nog redelijk vers. Het koopcontract voor het pand aan de Dr. Hengeveldweg is pas half mei getekend. De anderhalf jaar dat het Deltion College het pand terughuurt, gebruikt TCN om het concept voor het zorgcentrum verder uit te werken. “De basis ligt er al”, zegt Tom Weghorst, programmadirecteur TCN Cares. “Het wordt een geïntegreerd zorgpark met eerste-, tweede- en derdelijns zorg. Dat betekent dat er plaats is voor huisartsen, reïntegratiediensten, zelfstandige behandelklinieken en bijvoorbeeld een zorghotel. Alle huurders maken zoveel mogelijk gebruik van de elkaars diensten en zo ontstaat er een volledig zorgprogramma. Belangrijk is dat de bezoeker centraal staat”. TCN neemt het beheer van het zorgpark op zich.

Weghorst praat nog met het ziekenhuis en de gemeente over mogelijke samenwerking in het project. Het ziekenhuis werkt aan nieuwbouw op dezelfde plek. “Het is zeker de bedoeling dat we samenwerken. De Isala klinieken hebben eigen nieuwe plannen, maar er is wel een duidelijk verband met het zorgpark”, aldus Weghorst. De beide instellingen kunnen ook aanvullend werken. Zij kunnen bovendien gezamenlijke voorzieningen efficiënt inzetten.

Het idee achter het zorgpark is het denken vanuit een ziektebeeld. Bijvoorbeeld voor diabetici. Die worden nu vaak van het kastje naar de muur gestuurd, voordat ze een volledige behandeling hebben. In het zorgpark komt de patiënt meteen bij de juiste specialisten, omdat ze bij elkaar zitten. Dat begint meestal bij de internist, maar de orthopeed en de hart- en vaatspecialist zijn ook in het gebouw aanwezig voor de aanvullende zorg. “Nu moet een patiënt naar allerlei loketten, straks nog maar naar één”, aldus Weghorst. Eenzelfde soort zorgketen kan ontstaan voor patiënten met overgewicht of voor pijnbestrijding. Als zo’n keten goed in elkaar zit, wordt het verzorgingsgebied groter. Weghorst voorpelt dat er dan ook mensen van ver buiten Zwolle naar het zorgpark komen.

Het project is redelijk uniek. In Nederland zijn er voor zover bekend geen zorgparken. Wel zijn vijf vergelijkbare plannen bekend. TCN ontwikkelt bijvoorbeeld een soortgelijk project in Utrecht. In de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn is tegenover het medisch centrum een gezondheidsboulevard gepland. Daar wordt een intensief samengewerkt met het medisch centrum. Onderdelen van dat centrum worden mogelijk ondergebracht bij de gezondheidsboulevard. In Zwolle streeft de ontwikkelaar naar een vergelijkbare samenwerking. Of dat gaat gebeuren is in dit vroege stadium van het project nog niet duidelijk. Dat hangt af van de nog te voeren gesprekken met de Isala klinieken.

Herontwikkeling

TCN investeert 12,5 miljoen euro in de herontwikkeling van de school tot zorgpark. Dat bedrag is voor het hele project, dus voor de aankoop, aankleding en de directe omgeving van het complex. Het pand is met een vloeroppervlak van 15.840 m2 groot genoeg voor de nieuwe functie. Het gebouw is van zichzelf niet erg bijzonder, het oogt als een gewoon kantoorgebouw. Het grootste gedeelte van het pand telt drie etages, het centrale punt van de bouwdelen heeft een vierde etage erop. De zijgeveldelen zijn opgebouwd uit grote raampartijen. Deze delen lopen schuin van het gebouw tot aan de grond. Volgens Weghorst zijn alle voorwaarden aanwezig voor de herontwikkeling. “De structuur, het volume en de opzet maken het pand prima bruikbaar”. Dat de locatie bestaat uit vier verbonden gebouwen biedt voordelen. Eén bouwdeel kan worden afgezonderd als dat nodig is. Bovendien bestaat de mogelijkheid meerdere entrees te maken. De locatie is gunstig vanwege de nabijheid van het ziekenhuis, het Ronald McDonaldhuis en er is voldoende parkeergelegenheid.

Uiteenlopende zorgaanbieders, de toekomstige huurders, praten mee over de nieuwe inrichting. Het resultaat hangt mede af van het volledig uitgewerkte concept voor het zorgpark. Daarom is er ook nog geen architect benaderd. “Een architect kan het concept niet bedenken en voor ons is belangrijk dat het gebouw ten dienste van een functie wordt neergezet”, zegt Weghorst. De buitenkant van het pand krijgt nog een opknapbeurt om het er wat aantrekkelijker uit te laten zien.

Zorg

In het toekomstige Zwolse zorgpark is ruimte voor 20 tot 50 instellingen en bedrijven. Weghorst: “Samen moeten zij een soort one-stop-shop vormen, maar dan voor genezing, verzorging en gezondheid.” Het park past in de ontwikkelingen in de zorg. Technische mogelijkheden maken het makkelijker snel en frequent aandacht te besteden aan lichaamsverzorging. Tandcorrectie, plastische chirurgie, of een ooglaserbehandeling, bijvoorbeeld, zijn niet langer voorbehouden aan de elite. Een belangrijke factor is ook de toenemende vergrijzing. De komende decennia zal het aantal ouderen blijven toenemen. Daarmee stijgt ook het aantal chronisch zieken en de behoefte aan specifieke zorg. Een andere factor is het invoeren van marktwerking in de zorg. Ziekenhuizen moeten meer met elkaar en andere aanbieders concurreren. Aanvullende voorzieningen in het zorgpark maken de Isala klinieken aantrekkelijker, omdat de patiënten op één locatie terechtkunnen. Het zorgpark kan bovendien het imago van het ziekenhuis verbeteren. Onderzoek wijst uit dat mensen zich beter voelen en sneller genezen in een rustige, parkachtige omgeving.

Contacten

Contacten met landelijke zorgaanbieders zijn al gelegd voor het zorgpark in Zwolle. Namen wil Weghorst niet noemen, maar hij kan ze wel omschrijven. Hij is in gesprek met een bedrijf dat ziekteverzuim bij werknemers wil voorkomen, een fitnessketen, een landelijke orthopediekliniek en een tandartsenkliniek. Privé-klinieken voor bijvoorbeeld plastische chirurgie en ooglaserbehandelingen kunnen wel een ruimte huren, maar die categorie zorgaanbieders is niet het belangrijkste voor de ontwikkelaar. Het project draait helemaal om het verbinden van de eerste, tweede en derdelijnszorg. “Daar staan nu nog hoge schuttingen tussen, het zou mooi zijn als we die weg kunnen nemen.” De verbouwing staat gepland voor 2009.