Hoofd veerkracht

Nieuws van de gemeente Den Haag: burgemeester heeft een Chief Resilience Officer aangesteld. Ik heb het Engelse woordenboek er even bijgepakt. Resilience is het vermogen [van een systeem] om verandering aan te kunnen, of de kracht om sterk, gezond of succesvol te worden nadat iets slechts gebeurt. Ik meende toch dat Den Haag alweer een tijdje gezond was, dus zal het het eerste wel zijn.

Onder leiding van deze Chief Resilience Officer “moet Den Haag nog veerkrachtiger  – ‘resilient’ – worden voor onverwachte gebeurtenissen met grote impact”, staat geschreven in het persbericht van de gemeente. Een Hoofd veerkracht dus? In goed Nederlands, al doet Den Haag daar liever niet aan als Internationale stad van vrede en recht, getuige ook het woord impact in de uitleg.

De gemeente gaat ver terug in de tijd om de nieuwe functie uit te leggen. “Waar in 1900 nog maar 10 procent van de wereldbevolking in steden leefde, zal dat in 2050 naar verwachting 70 procent zijn. Steden worden dus steeds belangrijker bij het oplossen van grote problemen. Daarom heeft  de Rockefeller Foundation het ‘100 Resilient Cities’ (100RC) netwerk opgericht, waar Den Haag sinds 2016 deel van uitmaakt.” Deze steden werken samen aan oplossingen voor fysieke, sociale en economische problemen zoals bijvoorbeeld mobiliteit, misdaad en overstromingen. Naast de Hofstad maken ook Rotterdam, Parijs, New York, Londen, Kaapstad en Singapore deel uit van het netwerk.

Aandachtspunt van Krikke
Burgemeester Krikke gaf tijdens haar aantreden al aan dat ze meer aandacht wil besteden aan de gevolgen van onverwachte gebeurtenissen die van grote invloed zijn op de stad. met grote impact voor de stad, zoals klimaatverandering en huiselijk geweld. Ze werd ook niet voor niets toegezongen door een klimaatkoor.  Krikke reageert in een persbericht van de gemeente dan ook enthousiast: “We zijn als Den Haag trots dat we partner zijn van het 100RC netwerk. Met de expertise vanuit het 100 Resilient Cities netwerk kan Den Haag beter inspelen op uitdagingen zoals de tweedeling in de stad of de effecten van klimaatverandering. Dat lijken grote, abstracte problemen, maar de gevolgen ervan slaan juist vaak in stedelijke gebieden, dicht bij mensen neer. We moeten er alles aan doen om te zorgen dat Den Haag goed voorbereid is en tegelijk een aantrekkelijke en veerkrachtige stad blijft om te wonen, werken en recreëren.”

Ik zie het al voor me dat we allemaal een helm moeten dragen tegen de neerslaande gevolgen van abstracte problemen, uitgedeeld door het Hoofd veerkracht. En jawel meteen daarna schrijft de gemeente: “Het Haagse Resilience Programma zet in op een veerkrachtig Den Haag”.  Den Haag heeft niet op de aanstelling van het nieuwe Hoofd gewacht, maar heeft al ‘innovatieve en duurzame technische maatregelen’ genomen tegen de stijging van de zeespiegel. “De zandmotor voor de kust van Kijkduin is daar het meest sprekende voorbeeld van. Daarnaast wordt er actief samengewerkt met programma’s als Smart The Hague en Duurzaamheid. Ook gaat Den Haag met Rotterdam en de regio optrekken voor een veerkrachtige metropoolregio.” Waarom dan een Hoofd veerkracht voor Den Haag alleen en niet meteen voor de hele Metropoolregio? De naam voor het gebied tussen Den Haag en Rotterdam.

Geld
Aha, de gemeente krijgt door het lidmaatschap van het stedennetwerk geld voor het aanstellen van zo iemand. En kan ook nog kennis inhuren om de stad veerkrachtiger te maken. Dat geldt overigens niet alleen op het gebied van klimaatverandering, maar ook voor het tegengaan van digitale criminaliteit. Daarom is gekozen voor een ‘stedenbouwkundige en geograaf die heeft gewerkt aan ecologische steden en het ontwikkelen van decision support tools in New York, Nairobi, Shanghai en Londen’.  Voor de gemeente Den Haag was het nieuwe Hoofd veerkracht project manager voor het Haagse klimaatadaptatieplan en initieerde programma’s als big data for peace and humanity, water diplomacy en urban security.

Anne-Marie Hitipeuw gaat de functie bekleden en dat is dan ook een lichtpuntje. Met het vertrek van gemeentesecretaris Annet Bertram naar een functie bij de Rijksoverheid, raakt de gemeente een topvrouw kwijt, maar hiermee is er hopelijk weer eentje binnengehaald.

‘Volgend college op één gang’

Burgemeester Jozias van Aartsen vindt dat de wethouders en burgemeester volgend jaar, na de vorming van het nieuw college, bij elkaar op één gang moeten gaan zitten.  Dit verbetert het onderlinge contact, vindt de burgemeester. “De wethouders zouden elkaar meer mogen zien”, zegt Van Aartsen in een interview met deze krant.

In Rotterdam zitten de wethouders al op één gang en Van Aartsen prijst dit Rotterdamse model, dat het snelle informele contact met collega-wethouders mogelijk maakt.  “Wethouders hebben het ontzaglijk druk maar als je bij elkaar op de gang zit, loop je sneller even bij elkaar binnen om iets te regelen”, aldus de burgemeester.

Van Aartsen, die zelf op de tweede etage huist,  wijst naar boven: “Soms is het ingewikkeld om hier in deze verticale kolom afspraken te maken.  De weg van het korte contact bestaat hier niet. Hier kun je niet zeggen: ‘hé daar loopt ie’.  Maar zo gaat dat wel in Rotterdam “.

Van Aartsen geeft eerlijk toe dat hij niet altijd kan onthouden welke wethouder welke etage in het stadhuis ‘bewoont’.  Dat moet hij  meestal even vragen.  Hij heeft wel de weg naar etage nummer 11 gevonden, waar de wethouder van Cultuur en Financiën zit.  “Bij  wethouder Huffnagel kom ik ook geregeld, maar ik weet eerlijk gezegd nog steeds niet precies waar dat is. Hij zit wel vrij hoog”.

Politieke spel

Iedere wethouder heeft volgens de burgemeester wel zijn eigen ambities, plannen, ideeën, aanpak, de manier van zeggen, van doen en  de manier van toneelspelen. Dat hoort allemaal bij het politieke spel. “Ik heb daar zelf in de Tweede Kamer en als minister met zeer veel gretigheid aan meegedaan, dus ik kan me goed in een positie van wethouders inleven, al ben ik het nooit geweest”.

Wat Van Aartsen opviel toen hij een jaar geleden aantrad als burgemeester, was de organisatie van het gemeentelijk apparaat in verschillende diensten die soms over delen van hetzelfde onderwerp gaan. “Dat mag wel iets meer  een centraal element hebben. Het  is nu heel erg opgebouwd volgens dat dienstenmodel. Omdat ik met al die portefeuilles te maken heb, merk ik dat”.

Gemeentesecretaris

Hij ziet daarbij een belangrijke rol weggelegd voor gemeentesecretaris Annet Bertram, die de directeur is van het gehele ambtelijk apparaat. “Den Haag is gezegend met een hele goede gemeentesecretaris”, prijst hij haar. Een voorbeeld van haar rol is dat zij vier wethouders, Marnix Norder (PvdA, Bouwen en Wonen), Sander Dekker (VVD, Onderwijs, Jeugd en Sport,), Henk Kool (PvdA, Sociale Zaken, Werkgelegenheid en Economie) en Bert van Alphen (GroenLinks, Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie) betrokken heeft bij de aanpak van de krachtwijken. Hoewel Norder politiek verantwoordelijk is, waren de andere wethouders medeondertekenaars van de afspraken met het Rijk en daarmee medeverantwoordelijk.

Van Aartsen is niet alleen trots op de kwaliteiten en de inzet van de wethouders. Hij prijst ook de raadsleden. “Den Haag mag zich gelukkig prijzen met een goede raad en een goede waaier aan fractievoorzitters en dat geldt voor alle partijen binnen de raad. De raadsleden steken veel tijd in hun werk en dat doen ze allemaal met zoveel passie. Daar zou iedereen echt wat meer respect voor mogen hebben, dat is ongelooflijk”.

 

Zaterdagschool succesvol heringevoerd

Ze hadden gerekend op ongeveer 130 leerlingen, maar er kwamen meer dan 200 aanmeldingen binnen voor de zaterdagschool van het Nova College. Eind januari gingen de deuren open. Halverwege de eerste lesperiode van negen weken valt de uitval mee: Van de 170 leerlingen zijn er 145 over.

“We begonnen met 170 deelnemers in de vakken Nederlands, Engels, Wiskunde en Sport. Daarnaast lopen kinderen uit groep zeven en acht van de basisschool zich warm voor de brugklas via lesstof en nieuwkomer is ICT voor volwassenen. De buurt begint ons om meer te vragen”, zegt Jeroen Vrolijk, coördinator van de zaterdagschool.

De zaterdagschool is het eerste duidelijk zichtbare onderdeel van aanpak van de krachtwijken in Den Haag. Het doel is de kinderen van straat te houden, maar ook de ouders een plek te bieden, bijvoorbeeld voor het bijspijkeren van de Nederlandse taal. De zaterdagschool is een samenwerkingsverband tussen de school, welzijnsorganisatie Zebra, wooncorporatie Haagwonen en de gemeente Den Haag.

Gastheer, directeur Kars Veling, staat vlak voor de opening op zaterdag 31 januari glunderend bij de ingang van het Nova College, waar de zaterdagschool huist. Achter hem lopen leerlingen die hun eerste les er al op hebben zitten. “Het is toch fantastisch dat er zaterdagochtendvroeg al honderd kinderen aan het werk waren. Hier in de buurt is veel energie. Mensen zijn niet tevreden met een zesje, ze willen een zeven of acht”, reageert Veling. Veling heeft op voorwaarde dat gemeente en Rijk hem steunden de zaterdagschool heringevoerd.

Hij wacht op staatssecretaris Marja van Bijsterveldt en de wethouders Bert van Alphen en Sander Dekker die gezamenlijk de openingshandeling zullen verrichten. Voor de officiële opening is de zaterdagschool eerder die ochtend al begonnen.

Leergierig

Docenten van het Nova College geven op zaterdag (bij)les, maar er zijn ook workshops dansen en toneel, bijvoorbeeld. De leerlingen die de eerste dag in de bankjes van de zaterdagschool zitten, zijn allemaal leergierig. Op de eerste dag vullen zij na een voorstelrondje een lijst in met vragen over wat ze willen leren. De ene wil begrijpend leren lezen, de ander wil Engels bijspijkeren en een derde heeft veel moeite met Wiskunde. Jongens en meisjes van verschillende groepen zitten bij elkaar. De leerlingen willen allemaal graag wat bijleren. Ze zijn, net als de docenten, een contract voor negen weken aangegaan met school dat zij op zaterdag lessen volgen. Als zij niet komen, belt een klassenondersteuner meteen om te vragen waar ze blijven. Op de gang loopt ondersteuner Fatma. Vrolijk informeert naar de absenties. “Jean-Pierre is al een half uur onderweg”, antwoordt ze. Vrolijk zijn gezicht betrekt. Hij had al indringend gesproken met Jean-Pierre, maar nu moet nog een gesprek volgen. Even later staat hij beneden bij de conciërge.

Hij lijkt een uitzondering. Halverwege de eerste periode van negen weken is het enthousiasme over het algemeen nog niet gedaald. De leerlingen zitten vol aandacht te luisteren, leren hun breuken bij Wiskunde en doen kruiswoordpuzzels in het Engels. Lidy van Wijk geeft Wiskunde. “We begonnen met een breukentoets en herhalen bepaalde stukken. Dat is niet gemakkelijk, want we hebben hier alle niveaus van de eerste klas tot vier havo. Aan het einde geven we weer een breukentoets, om te kijken wat de vooruitgang is”, zegt ze. Fikria is 21 en heeft moeite met het rekenen. Zij gebruikt haar telefoon als rekenmachine, maar eigenlijk mag dat niet. Haar zus Ikram van 22 zit naast haar en naast Wiskunde volgen ze Nederlands op de zaterdagschool. Ze zijn anderhalf jaar geleden uit Marokko gekomen. En dromen allebei van een carrière. In ieder geval wil Ikram doktersassistente worden. Achter hen zit Marouan van 13 jaar oud, ook uit Marokko. Hij maakt trouw zijn sommen, maar zou eigenlijk liever buiten spelen op zaterdag.

Het zaterdagcollege is voornamelijk vraaggestuurd. Het initiatief ligt bij de school, die alleen door wilde zetten met steun van gemeente en Rijk. Dat is gelukt. Een aantal docenten is bereid gevonden en leerlingen zijn er ook al meer dan genoeg. Aan het begin van de lesperiode van negen weken geven zij hun leerdoelen op. Daarbij kwam ook de vraag binnen of economieles kon worden gevolgd. Veling: “We hebben nu al meer leerlingen dan verwacht en natuurlijk gaan we ook bekijken of we economie kunnen geven. Er is vraag naar, dus we proberen het. Waar we het geld vandaan moeten halen , weet ik nog niet, maar dat komt vast goed.” In de eerste periode heeft de economieles het niet gehaald. “We willen eerst vijftien leerlingen hebben, dat aantal is er nog niet/. Misschien halen we dat wel voor de tweede periode die op 18 april begint”, aldus Vrolijk.

Drijvende kracht

De Haagse gemeentesecretaris en drijvende kracht achter de aanpak van de krachtwijken is Annet Bertram. Zij prijst het Nova College met het initiatief en ziet de zaterdagschool als een teken dat de school het centrum in de wijk wordt. Wethouder Dekker noemde het initiatief ongelooflijk bijzonder. “Ik zie jullie allemaal glimmen en dat is goed”, zei hij bij de opening tegen de aanwezige leerlingen. Bij de school komt ook een Cruyffcourt, een voetbalveld. “Er was geen sportmogelijkheid hier, maar vanochtend zag ik dat er nog geen matje in het veld lag. Ik heb meteen gebeld en dat kan pas bij beter weer, vanaf 12 graden”, aldus Dekker eind januari.

In Den Haag zijn grote projecten in de krachtwijkenaanpak geadopteerd door bewindslieden. Van Bijsterveldt heeft het zaterdagcollege geadopteerd. “Het is de enige school die ik echt heb geadopteerd, als staatssecretaris en als mens. Daardoor ben ik iets meer betrokken dan normaal. Het is heel leuk om bij één school iets meer betrokken te zijn en meer te weten van de mensen daar. Dat betekent niet dat de school een voorkeursbehandeling krijgt, alle scholen zijn me even lief, maar ik heb nu wel een sterkere band met deze school. Dit is de tweede keer dat ik hier ben. Ik ben ook echt van plan hier vaker te komen. Het is de kunst om plezier te houden in het leren en de kinderen gemotiveerd te houden. Zag je die koppies daarnet? Dat is toch geweldig”, glundert de staatssecretaris. Zij is van plan ook onverwachts op de stoep te staan. Of zij adoptiemoeder blijft als zij geen staatssecretaris van Onderwijs meer is, weet ze nog niet. “Dat zien we tegen die tijd wel.”

Begin

Wethouder Dekker ziet het zaterdagcollege als het begin van een groter project met de school als centrum van de wijk, niet alleen in de Schilderswijk, maar later ook in andere wijken. “Een mooie bijkomstigheid is dat de jongeren van de straat zijn.” Hij ziet het onderwijs als goed middel om de buurt te verbeteren. Of hij zelf vrijwillig op zaterdag naar school zou gaan, weet hij niet. Zijn collega Van Alphen heeft nog meegemaakt dat hij zaterdags naar school moest.

Bij de opening is ook An van Erkel, secretaris van bewonersorganisatie Schilderswijk de Paraplu. “Ik vind het belangrijk dat kinderen die niet goed kunnen leren dit gaan doen en de ouders moeten er ook van weten”, zegt zij. Als het moet wil ze wel voor gastvrouw spelen en de mensen van de zaterdagschool ontvangen. Veling vindt dat een gastvrouw bij de zaterdagschool hoort. Hij wil de ingang van het schoolgebouw verbouwen tot een uitnodigende entree en gastheren en –vrouwen inzetten om de cursisten te verwelkomen. Zowel de staatssecretaris als de Haagse gemeentesecretaris zien zichzelf best een keer optreden in die rol. Nu worden we ontvangen door Juliëtte uit de Filippijnen. Zij heeft net een gezin een rondleiding gegeven door de school en vermaakt zich nu met de vier maanden oude dochter van de conciërge die vandaag ook even op school is.

Na de negen weken komen de leerlingen nog een keer terug voor een evaluatie. De leerlingen krijgen aan het eind van de rit een certificaat mee als bewijs dat zij de zaterdagschool hebben doorlopen.

Als het aan Veling ligt, komt er ook een zondagschool in het Nova College. Wethouder Van Alphen, voorstander van een leven lang leren, kan zich voorstellen dat er zoiets komt, maar hij ziet dan meer ruimte voor overleg. “Zeven dagen naar school voor Wiskunde is volgens mij iets te veel van het goede.” Een zomerschool kan hij zich wel voorstellen. Volgens onderwijsdirecteur Ajoeb Muhamed heeft het Nova College daar ook oren naar, maar eerst wil hij de zaterdagschool stevig neerzetten. De leerlingen zijn zo gemotiveerd dat een aantal desgevraagd aangeeft ook op zondag naar school te willen, als dat mogelijk zou zijn.

Kosten

De zaterdagschool zou gebaseerd op 130 leerlingen €160.000,- kosten. De deelnemende partijen, de corporatie, de welzijnsorganisatie, de gemeente en natuurlijk de school zelf hebben afgesproken dat ze samen voor de financiering zorgen. Hoe dat in de praktijk vorm krijgt en wie wat bijdraagt, moet nog blijken. Van Bijsterveldt geeft zelf niet direct geld aan het project en ook CFI is hierbij niet betrokken. “De gemeente kan achterstandsgeld gebruiken voor het project. Daarnaast zijn er participatiegelden beschikbaar. Ik heb ook niet direct de vraag gekregen voor extra middelen”, aldus de staatssecretaris.

‘Gerichte aandacht beste medicijn voor probleemwijken’

WIE Annet Bertram, 49 jaar, getrouwd met Kees, twee dochters
OPLEIDING Sociologie en Rechten aan de Technische Universiteit Delft
VORIGE BAAN Directeur-generaal Wonen, ministerie van VROM
HUIDIGE BAAN Gemeentesecretaris Den Haag

De probleemwijken zijn een hardnekkig probleem en prioriteit van het kabinet. Annet Bertram stond aan de wieg van adoptiewijken en past dit nu ook toe in de krachtwijken in Den Haag.

De klok tikt door voor de probleemwijken. Over acht jaar moeten ze in alle opzichten bloeien. Annet Bertram, gemeentesecretaris in Den Haag, heeft de hulp ingeroepen van vier bewindslieden. ‘Het helpt echt als je een directe lijn hebt naar de bestuurlijke top.’

Tekst Elske Koopman
Beeld Arenda Oomen

Sinds haar studie sociologie interesseerde Annet Bertram (49), gemeentesecretaris van de gemeente Den Haag, zich al voor probleemwijken. Zij deed onderzoek in een stadsvernieuwingswijk, wijdde haar scriptie eraan, maar wilde meer van de problematiek weten. Ze plakte er een studie rechten aan vast, om meer te weten over volkshuisvestingsrecht. In 1985 kreeg ze een baan bij het ministerie van VROM en na verschillende functies werd zij in 2002 directeur-generaal Wonen. Vijf jaar later koos ze voor een baan bij de gemeente Den Haag, waar vier van de veertig Vogelaarwijken liggen: Schilderswijk, Stationsbuurt, Transvaal en Zuidwest.

Je bent één van de architecten van de adoptiewijken.
Lacht… ‘Ja, en hoe kwam dat… Ik was net directeur-generaal en Calvinist genoeg om te zeggen dat als iets niets oplevert, het anders moet. Je moet een goed onderbouwd verhaal hebben. Aantonen wat de slechtste wijken zijn en weten dat het wat oplevert als je er geld instopt. We hebben twee jaar onderzoek gedaan en een methodiek ontwikkeld waar ik, samen met mijn collega’s bij Financiën en Léon van Halder, toenmalig directeur-generaal Grotestedenbeleid en mijn opvolger bij VROM, helemaal achter stonden. We hebben toen adoptie bedacht.’

Hoe gaat dat?
‘We hebben adoptieteams voor de wijken samengesteld, dwars door de kokers heen. Daarin zaten wethouders uit de stad zelf, een bewindspersoon, een onafhankelijk deskundige en een topambtenaar met verschillende achtergronden. De opdracht was simpel: laat partijen vertellen waar ze tegenaan lopen en probeer daar wat aan te doen in regelgeving, bijvoorbeeld. De betrokken directeuren-generaal overlegden elke zes weken over de vorderingen. Ik had mezelf twee wijken toebedeeld: Overtoomse veld in Amsterdam waar de Ru Parée school wordt omgevormd tot Community Center met allerlei activiteiten. Mijn adoptieminister was toen Gerrit Zalm van Financiën. In Utrecht-Overvecht begeleidden we, met toenmalig minister Aart-Jan de Geus van Sociale Zaken en wethouder Rinda den Besten, onder meer een autopimpbedrijf waar tien tot twintig jongeren werden opgeleid die echt niet vooruit kwamen, geen lieverdjes.’

Kom je daar nog wel eens?
‘Ik ben nog voorzitter bij de vergaderingen over de Ru Paréeschool en dat Community Center komt er. Wouter Bos zet zich daar ook voor in. De man uit Utrecht belt me nog regelmatig voor advies en toevallig was ik daar pas nog.’

Er was wel kritiek op het woord adoptie en de actiefste begeleiders bereikten het meest.
‘Dat is zo. Ik heb zelf het hele project laten begeleiden door onderzoekers. Je hebt mensen nodig die op onorthodoxe manier willen sjouwen. In sommige groepen ontbrak de chemie. Na dit project wilde ik ook echt bij een gemeente werken, om in de praktijk dwars door de kokers te kijken. Ik heb ervan geleerd en de aanbevelingen toegepast in Den Haag.’

Welke?
Je moet je richten op het echte probleem. Geen carrousel van dertig projecten van een bezoek bij 75-plussers tot het opknappen van de markt. En de gemeentetop moet in de wijk zitten, omdat je anders niet door de regels en kaders komt. Je moet snel contact kunnen leggen met meerdere ministeries, want het probleem zit niet op één onderwerp. Ik heb echt twaalf hulpverleners per gezin gezien, we willen naar één gezinscoach en met verschillende instanties gaat dat niet zomaar. Je hebt de juiste connecties nodig om dat te bereiken. In feite heeft die autopimpman dat met mij.’

Dus alle vertrouwen in adoptie?
‘Het helpt… het helpt echt.’

Hoe heb je dat toegepast in de vier Haagse krachtwijken?
‘We hebben eerst wijkplannen gemaakt. Het college van burgemeester en wethouders zei bij het begin al dat als er vier dezelfde plannen lagen, er iets niet klopt. De wijken zijn te verschillend. We hebben vijf pijlers benoemd waar we ons op richten: Schoon, heel en veilig, Jongeren en gezondheid, Multiprobleemgezinnen, Werk, inburgering en wijkeconomie en Leefbaar wonen. We hebben vier wethouders uit het college bereid gevonden om koplopers te zijn en de kar te trekken, maar het hele college doet natuurlijk mee. Samen met de betrokken directeuren vorm ik een ontstoppersteam, dat snel problemen op kan lossen. In de wijken zitten teams met mensen van verschillende achtergronden met een directe lijn naar de gemeentetop.’

Maar ook dit keer zijn er bewindslieden in het spel.
‘We hebben bewindspersonen gekoppeld aan businesscases. Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van onderwijs begeleidt het 7/24 project op het Novacollege, waar jongeren en ouders zeven dagen per week een activiteitenprogramma krijgen aangeboden, zodat ze niet buiten de boot vallen. Ernst Hirsch Ballin, minister van Justitie, begeleidt het veiligheidsonderdeel, staatssecretaris van Economische Zaken Frank Heemskerk begeleidt de economische ontwikkeling van Transvaal en Ab Klink, minister van Volksgezondheid, heeft het gezondheidsprogramma onder zijn hoede. Een coalitie met zorgverzekeraars en zorginstellingen zet zich in voor preventie. We willen mensen in beweging krijgen en anticiperen op specifieke ziektes, zoals suikerziekte bij Hindostanen. Het is handig als je de departementen achter je hebt staan’

Is adoptie het middel tegen de kwaal probleemwijken?
‘Niet de adoptie, wel de gerichte aandacht op de wijk. Kars Veling van het Novacollege wilde alleen meedoen met steun van gemeente en Rijk, omdat hij tegen veel regels opliep. De bereidheid van de overheid om mee te doen, geeft mensen energie.’

Horen probleemwijken niet gewoon bij Nederland?
‘Ja, natuurlijk. Maar dat betekent niet dat je een hek erom moet zetten en klaar.’

Ben je bang dat na de opknapbeurt omliggende wijken problemen krijgen?
‘Ah, het waterbedeffect. Nee. We beginnen bij de wijken waar het om gaat. Daar bouwen we kennis op die we later in andere wijken kunnen gebruiken. We hebben nu dertig miljoen uitgetrokken voor 2.200 ondergrondse vuilcontainers in de krachtwijken, maar de bedoeling is dat ze in de hele stad komen. Pieter Winsemius (oud-minister van VROM, EK) zei eens: als een huis in brand staat, begin je toch niet met het afblussen van de panden eromheen. Dan begin je bij de brand. Mooie beeldspraak vind ik dat.’

Kunnen andere gemeenten leren van de Haagse aanpak?
‘Poeh. Het staat nog wel in de kinderschoenen. Ik hoop wel dat we in de loop van dit jaar ervaringen kunnen uitwisselen over de wijken. Deze maand moet de aanpak echt op stoom komen en dit jaar moeten we resultaten boeken, vindt het college.’

Het is ook het laatste jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010.
‘Daarom.’

Is er al wat gebeurd in de krachtwijken?
‘Eind deze maand begint het Novacollege met de zaterdagschool, met activiteiten voor de jeugd. We zijn ver met de gezincoaches en met het instellen van een Veiligheidshuis, een samenwerkingsverband voor een veiliger stad. De eerste ondergrondse container gaat hopelijk dit kwartaal de grond in. Tijdens een speciale participatietop deed het bedrijfsleven toezeggingen. Ballast Nedam betrekt de jeugd in een renovatie- en reparatiewerkplaats in Transvaal en Albert Heijn opent filialen in alle krachtwijken.’

Hoe ziet de toekomst van de wijken eruit?
‘Dit soort processen hebben wel tien jaar nodig. In Den Haag zie ik al beweging. Partijen willen ervoor gaan en dat moeten we vasthouden. Als het ons lukt voor de komst van een nieuw kabinet resultaten te laten zien, maken we een kans. Je moet het wel samen goed doen. Niet iedereen kan onconventioneel doorsjouwen en risico’s nemen.’

En de toekomst van Annet Bertram?
Ik heb heel bewust voor deze baan gekozen. Mijn takenpakket is breder dan de krachtwijken en gaat ook over Den Haag internationale stad en de gemeentelijke organisatie. Je gaat pas weg als je klaar bent.’