De keuze van Eelco Basten: Mondial College in Nijmegen

De ambities liggen hoog voor de duurzaamheid bij de bouw van een nieuw onderkomen voor het Mondial College in Nijmegen. Het ontwerp voldoet aan de eisen van de Building Research Establishment Environmental Assessment Method (BREEAM).

BREEAM is een meetinstrument voor de beoordeling van de duurzaamheid van gebouwen. “Onze opdrachtgever, het schoolbestuur, wilde een duurzaam gebouw en was bereid tot extra investeringen om dat te bereiken. BREEAM is een mooi middel om dat te bereiken”, zegt Eelco Basten, architect bij Factor Architecten, de ontwerper van het gebouw. Het is het belangrijkste en meest gebruikte duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen ter wereld. Het systeem maakt gebruik van kwalitatieve weging. De architect ging aan de slag en kwam tot de conclusie dat twee van de vijf sterren haalbaar was. “BREEAM legt de lat hoog en voor meer sterren zouden de investeringen te zwaar worden”.

De architect zocht contact met de Dutch Green Building Council in Rotterdam (dgbc), om de voorschriften van BREEAM door te nemen die op schoolgebouwen van toepassing zijn. Samen met het dgbc is verder gesproken over de ontwikkeling van BREEAM voor schoolgebouwen. Een voorbeeld is de overkapping van de fietsenstalling. Dat is wenselijk om het certificaat te halen, maar voor scholen is de veiligheid belangrijker en voor het behouden van toezicht is het weglaten beter. Ook tellen zaken mee waar je geen invloed op hebt, zoals de aanwezigheid, de frequentie en de rijtijden van openbaar vervoer. De gemeente bepaalt over het algemeen de locatie van de school en de vervoerder gaat over de tijden, wij niet”.

Het Mondial College is een scholengemeenschap met vmbo, havo, atheneum en een technasium. Het nieuwe gebouw is bedoeld voor het vmbo-onderwijs. Elke afdeling krijgt een ‘eigen gebouw’. Daarop komt een overkoepelende verdieping die de gebouwen met elkaar verbindt. Hier worden de gemeenschappelijke vakken gegeven, zoals scheikunde, muziek, biologie en op deze afdeling komen ook de medewerkersruimtes. De vloeren in het gebouw zijn van beton, de gevels van kalksteen en beton. In het gebouw zijn geïntegreerde stalen liggers verwerkt. Die maken het mogelijk om bijvoorbeeld lokalen uit te breiden, zonder dat daarvoor een grote verbouwing nodig is. Ook dat is volgens Basten een voorbeeld van duurzaamheid. Daarnaast hangen in het pand daglicht afhankelijke armaturen.  In het midden is de aula met vide waar de leerlingen een restaurant en bijvoorbeeld een winkel bestieren. In het dak is in het midden een uitsparing die zorgt voor extra lichtinval. In de ramen van deze uitsparing zijn PV-cellen verwerkt.

In de aula hangt een meter met het verbruik van het gebouw en de opbrengst van de cellen. “Dat heeft ook een educatieve waarde. De leerlingen kunnen zien wat ze verbruiken en wat de zonnecellen aan energie opbrengen op een mooie dag”. Drie gymzalen staan los van het hoofdgebouw. Het was de bedoeling daar PV-cellen op het dak te plaatsen, maar omdat de subsidie niet is verleend, is dat nu nog niet rendabel. “We hebben alles wel zo ontworpen dat ze achteraf nog aangebracht kunnen worden”, aldus de architect.

Op het hoogste dak van het hoofdgebouw staat de luchtbehandelingsinstallatie. Op de lager gelegen daken van de blokken, ligt een sedumdak. Het houdt het water vast, isoleert en biedt een mooi uitzicht, zeker omdat het gebouw in een groene omgeving komt te liggen”. In het gebouw komt een warmte- en koude opslag. Het grondwater van 12 graden Celsius wordt van 100 meter diepte opgepompt en met een warmtewisselaar omgezet naar 35 graden. Dat is genoeg om het hele gebouw via de vloerverwarming op de juiste temperatuur te krijgen. Om het gebouw zit een hoogwaardig geïsoleerde schil. De vormfactor is volgens Basten ook iets om rekening mee te houden. “Een goede afstemming tussen vloeroppervlak en geveloppervlak vermindert het materiaalverbruik en is duurzaam. Een bol zou ideaal zijn, maar dat is technisch lastig. Wij hebben gekozen voor rechthoekig en compact. Uiteraard is renoveren nog duurzamer, maar dat is hier niet aan de orde”, aldus de architect.

Voor het BREEAM-certificaat is het belangrijk waar de materialen vandaan komen. “Je weet hierdoor precies hoeveel energie en grondstoffen het kost om het materiaal te produceren en dat helpt bij de keuze voor materialen en constructies”, zegt Basten.

Daarnaast spelen het gebruik en de exploitatie van gebouwen bij BREEAM een grote rol. Veel gebouwen worden gedurende hun levensduur niet op de juiste wijze gebruikt en onderhouden. Juist tijdens deze fase is een grote winst te behalen.

Een belangrijke eis binnen BREEAM is dan ook het maken van leesbare gebruikshandleidingen voor installaties, onderhoud en energiebeheer. Hierdoor wordt het voor de  gebruiker eenvoudiger om het gebouw op een duurzame wijze te gebruiken.