Proef preventieve meisjesbesnijdenis succes

Wethouder Bert van Alphen (GroenLinks, Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie) is blij met het resultaat van een proef ter voorkoming van meisjesbesnijdenis. Door voorlichting zijn 2500 mensen bereikt en tijdens 69 huisbezoeken is het onderwerp bespreekbaar gemaakt. Hij wil de proef nu verlengen.

Samen met vijf andere steden en het ministerie van Volksgezondheid werkt Den Haag sinds november 2006 mee aan een proef om meisjesbesnijdenis te voorkomen. De eigen inbreng in de proef van Den Haag was het bespreekbaar maken van de besnijdenis en bekend maken van de negatieve effecten zoals gezondheidsklachten. In Den Haag is het project gericht op groepen uit risicolanden Soedan, Somalië, Ethiopië, Ghana, Nigeria en Sierra Leone.

Over de voortgang van de proef heeft de wethouder een brief gestuurd aan de raad. In totaal zijn in Den Haag dertien mensen actief die getraind zijn om als tussenpersoon tussen zorg en de doelgroepen proberen meisjesbesnijdenis bespreekbaar te maken. Deze mensen komen uit de risicolanden. Naast voorlichtingsbijeenkomsten is ook contact gezocht met mensen uit de doelgroep met een hoog aanzien, in de hoop dat zij hun achterban op de gevaren van meisjesbesnijdenis wijzen. Ook zijn er afspraken gemaakt over informatieoverdracht door gynaecologen over besneden vrouwen met een dochter aan de Jeugdgezondheidszorg.

Bespreekbaar

Volgens Van Alphen is door de proef het onderwerp bespreekbaar gemaakt en praten jongeren er nu gemakkelijker over dan twee jaar geleden. Ook zijn er initiatieven om een dag voor gezondheid te houden en om te kijken of de werkwijze van Senegal, waar per dorp een contract tegen besnijdenis wordt ondertekend, ook kan werken in Soedan.

Vanwege het succes van de proef wil wethouder Van Alphen deze in 2010 voortzetten. Daarvoor is met de deelnemende organisaties gesproken over het instellen van een VGV-team, met daarin de politie, meldpunt kindermishandeling, een gynaecoloog, de jeugdgezondheidszorg, de Raad voor de Kinderbescherming en de GGD. De contactpersonen met dezelfde achtergrond als de doelgroepen zijn op afroep beschikbaar.

Het ministerie van Volksgezondheid heeft laten weten dat de proef definitief eind 2009 eindigt. Het komend half jaar kijkt het ministerie met de deelnemende steden hoe het voorkomen van meisjesbesnijdenis structureel kan worden aangepakt. Na de zomer is er hierover bestuurlijk overleg waar ook de financiering wordt besproken.

Ministers bezoeken krachtwijken

Minister Eberhard van der Laan (PvdA, Wonen, Wijken en Integratie) en Guusje ter Horst (PvdA, Binnenlandse Zaken) bezochten deze week de Haagse Krachtwijken. Ter Horst liep door Laak en liet zich informeren over de veiligheid op straat. Van der Laan werd rondgeleid door Zuidwest.

Het bezoek van Ter Horst was zonder Haagse bestuurders, op haar eigen verzoek. Van der Laan kreeg gezelschap van de vier krachtwijkwethouders, Marnix Norder (PvdA, bouwen en Wonen), Sander Dekker (VVD, Onderwijs, Jeugdzaken en Sport), Henk Kool (PvdA, Sociale zaken, Werkgelegenheid en Economie) en Bert van Alphen (GroenLinks, Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie).

Het bezoek begon met een toelichting op de voortgang van de aanpak in de Haagse krachtwijken, daarna kreeg de minister uitleg over het geplande topsportcentrum in het Zuiderpark. In tuktuks ging het gezelschap naar het nieuwe stadsdeelkantoor aan de Leyweg, nu nog een bouwput. Norder legde het belang voor de wijk uit. “Een kantine komt er niet in. Daar moesten de ambtenaren even aan wennen, maar ze moeten echt buiten hun broodje halen. Dat is goed voor de buurt”.

In de basisschool de Krullevaar volgde een ceremonieel deel van het bezoek: het ondertekenen van een akkoord tussen de gemeente Den Haag, het Rijk, de Haagse schoolbesturen en corporaties voor zes Brede Buurtscholen Plus en drie Brede Buurtzones. De scholen geven extra les en organiseren andere activiteiten. “Dat was geen gemakkelijk proces”, zegt wethouder Dekker. “We hebben eerst sterk onderhandeld met corporaties, toen met de scholen, best ingewikkeld”.

Daarna toog het gezelschap naar de Ottenrade, waar afgelopen week de met bewoners opgeknapte binnentuin werd opgeleverd. Woningcorporatie Vestia heeft enkele panden in bezit, zwengelt de Vereniging van Eigenaren aan en stimuleert bewonersinitiatieven om nieuwe verloedering te voorkomen.

De minister stelde af en toe kritische vragen, zoals “wat gebeurt er met de mensen die na sloop en herbouw niet terug kunnen?” Hij vond het ongelooflijk dat er geen havo/vwo-school meer in de buurt was. Dekker hoopt aan het eind van het jaar de onderhandelingen te hebben afgerond voor de vestiging van een nieuwe school in het oude stadsdeelkantoor.

Zaterdagschool succesvol heringevoerd

Ze hadden gerekend op ongeveer 130 leerlingen, maar er kwamen meer dan 200 aanmeldingen binnen voor de zaterdagschool van het Nova College. Eind januari gingen de deuren open. Halverwege de eerste lesperiode van negen weken valt de uitval mee: Van de 170 leerlingen zijn er 145 over.

“We begonnen met 170 deelnemers in de vakken Nederlands, Engels, Wiskunde en Sport. Daarnaast lopen kinderen uit groep zeven en acht van de basisschool zich warm voor de brugklas via lesstof en nieuwkomer is ICT voor volwassenen. De buurt begint ons om meer te vragen”, zegt Jeroen Vrolijk, coördinator van de zaterdagschool.

De zaterdagschool is het eerste duidelijk zichtbare onderdeel van aanpak van de krachtwijken in Den Haag. Het doel is de kinderen van straat te houden, maar ook de ouders een plek te bieden, bijvoorbeeld voor het bijspijkeren van de Nederlandse taal. De zaterdagschool is een samenwerkingsverband tussen de school, welzijnsorganisatie Zebra, wooncorporatie Haagwonen en de gemeente Den Haag.

Gastheer, directeur Kars Veling, staat vlak voor de opening op zaterdag 31 januari glunderend bij de ingang van het Nova College, waar de zaterdagschool huist. Achter hem lopen leerlingen die hun eerste les er al op hebben zitten. “Het is toch fantastisch dat er zaterdagochtendvroeg al honderd kinderen aan het werk waren. Hier in de buurt is veel energie. Mensen zijn niet tevreden met een zesje, ze willen een zeven of acht”, reageert Veling. Veling heeft op voorwaarde dat gemeente en Rijk hem steunden de zaterdagschool heringevoerd.

Hij wacht op staatssecretaris Marja van Bijsterveldt en de wethouders Bert van Alphen en Sander Dekker die gezamenlijk de openingshandeling zullen verrichten. Voor de officiële opening is de zaterdagschool eerder die ochtend al begonnen.

Leergierig

Docenten van het Nova College geven op zaterdag (bij)les, maar er zijn ook workshops dansen en toneel, bijvoorbeeld. De leerlingen die de eerste dag in de bankjes van de zaterdagschool zitten, zijn allemaal leergierig. Op de eerste dag vullen zij na een voorstelrondje een lijst in met vragen over wat ze willen leren. De ene wil begrijpend leren lezen, de ander wil Engels bijspijkeren en een derde heeft veel moeite met Wiskunde. Jongens en meisjes van verschillende groepen zitten bij elkaar. De leerlingen willen allemaal graag wat bijleren. Ze zijn, net als de docenten, een contract voor negen weken aangegaan met school dat zij op zaterdag lessen volgen. Als zij niet komen, belt een klassenondersteuner meteen om te vragen waar ze blijven. Op de gang loopt ondersteuner Fatma. Vrolijk informeert naar de absenties. “Jean-Pierre is al een half uur onderweg”, antwoordt ze. Vrolijk zijn gezicht betrekt. Hij had al indringend gesproken met Jean-Pierre, maar nu moet nog een gesprek volgen. Even later staat hij beneden bij de conciërge.

Hij lijkt een uitzondering. Halverwege de eerste periode van negen weken is het enthousiasme over het algemeen nog niet gedaald. De leerlingen zitten vol aandacht te luisteren, leren hun breuken bij Wiskunde en doen kruiswoordpuzzels in het Engels. Lidy van Wijk geeft Wiskunde. “We begonnen met een breukentoets en herhalen bepaalde stukken. Dat is niet gemakkelijk, want we hebben hier alle niveaus van de eerste klas tot vier havo. Aan het einde geven we weer een breukentoets, om te kijken wat de vooruitgang is”, zegt ze. Fikria is 21 en heeft moeite met het rekenen. Zij gebruikt haar telefoon als rekenmachine, maar eigenlijk mag dat niet. Haar zus Ikram van 22 zit naast haar en naast Wiskunde volgen ze Nederlands op de zaterdagschool. Ze zijn anderhalf jaar geleden uit Marokko gekomen. En dromen allebei van een carrière. In ieder geval wil Ikram doktersassistente worden. Achter hen zit Marouan van 13 jaar oud, ook uit Marokko. Hij maakt trouw zijn sommen, maar zou eigenlijk liever buiten spelen op zaterdag.

Het zaterdagcollege is voornamelijk vraaggestuurd. Het initiatief ligt bij de school, die alleen door wilde zetten met steun van gemeente en Rijk. Dat is gelukt. Een aantal docenten is bereid gevonden en leerlingen zijn er ook al meer dan genoeg. Aan het begin van de lesperiode van negen weken geven zij hun leerdoelen op. Daarbij kwam ook de vraag binnen of economieles kon worden gevolgd. Veling: “We hebben nu al meer leerlingen dan verwacht en natuurlijk gaan we ook bekijken of we economie kunnen geven. Er is vraag naar, dus we proberen het. Waar we het geld vandaan moeten halen , weet ik nog niet, maar dat komt vast goed.” In de eerste periode heeft de economieles het niet gehaald. “We willen eerst vijftien leerlingen hebben, dat aantal is er nog niet/. Misschien halen we dat wel voor de tweede periode die op 18 april begint”, aldus Vrolijk.

Drijvende kracht

De Haagse gemeentesecretaris en drijvende kracht achter de aanpak van de krachtwijken is Annet Bertram. Zij prijst het Nova College met het initiatief en ziet de zaterdagschool als een teken dat de school het centrum in de wijk wordt. Wethouder Dekker noemde het initiatief ongelooflijk bijzonder. “Ik zie jullie allemaal glimmen en dat is goed”, zei hij bij de opening tegen de aanwezige leerlingen. Bij de school komt ook een Cruyffcourt, een voetbalveld. “Er was geen sportmogelijkheid hier, maar vanochtend zag ik dat er nog geen matje in het veld lag. Ik heb meteen gebeld en dat kan pas bij beter weer, vanaf 12 graden”, aldus Dekker eind januari.

In Den Haag zijn grote projecten in de krachtwijkenaanpak geadopteerd door bewindslieden. Van Bijsterveldt heeft het zaterdagcollege geadopteerd. “Het is de enige school die ik echt heb geadopteerd, als staatssecretaris en als mens. Daardoor ben ik iets meer betrokken dan normaal. Het is heel leuk om bij één school iets meer betrokken te zijn en meer te weten van de mensen daar. Dat betekent niet dat de school een voorkeursbehandeling krijgt, alle scholen zijn me even lief, maar ik heb nu wel een sterkere band met deze school. Dit is de tweede keer dat ik hier ben. Ik ben ook echt van plan hier vaker te komen. Het is de kunst om plezier te houden in het leren en de kinderen gemotiveerd te houden. Zag je die koppies daarnet? Dat is toch geweldig”, glundert de staatssecretaris. Zij is van plan ook onverwachts op de stoep te staan. Of zij adoptiemoeder blijft als zij geen staatssecretaris van Onderwijs meer is, weet ze nog niet. “Dat zien we tegen die tijd wel.”

Begin

Wethouder Dekker ziet het zaterdagcollege als het begin van een groter project met de school als centrum van de wijk, niet alleen in de Schilderswijk, maar later ook in andere wijken. “Een mooie bijkomstigheid is dat de jongeren van de straat zijn.” Hij ziet het onderwijs als goed middel om de buurt te verbeteren. Of hij zelf vrijwillig op zaterdag naar school zou gaan, weet hij niet. Zijn collega Van Alphen heeft nog meegemaakt dat hij zaterdags naar school moest.

Bij de opening is ook An van Erkel, secretaris van bewonersorganisatie Schilderswijk de Paraplu. “Ik vind het belangrijk dat kinderen die niet goed kunnen leren dit gaan doen en de ouders moeten er ook van weten”, zegt zij. Als het moet wil ze wel voor gastvrouw spelen en de mensen van de zaterdagschool ontvangen. Veling vindt dat een gastvrouw bij de zaterdagschool hoort. Hij wil de ingang van het schoolgebouw verbouwen tot een uitnodigende entree en gastheren en –vrouwen inzetten om de cursisten te verwelkomen. Zowel de staatssecretaris als de Haagse gemeentesecretaris zien zichzelf best een keer optreden in die rol. Nu worden we ontvangen door Juliëtte uit de Filippijnen. Zij heeft net een gezin een rondleiding gegeven door de school en vermaakt zich nu met de vier maanden oude dochter van de conciërge die vandaag ook even op school is.

Na de negen weken komen de leerlingen nog een keer terug voor een evaluatie. De leerlingen krijgen aan het eind van de rit een certificaat mee als bewijs dat zij de zaterdagschool hebben doorlopen.

Als het aan Veling ligt, komt er ook een zondagschool in het Nova College. Wethouder Van Alphen, voorstander van een leven lang leren, kan zich voorstellen dat er zoiets komt, maar hij ziet dan meer ruimte voor overleg. “Zeven dagen naar school voor Wiskunde is volgens mij iets te veel van het goede.” Een zomerschool kan hij zich wel voorstellen. Volgens onderwijsdirecteur Ajoeb Muhamed heeft het Nova College daar ook oren naar, maar eerst wil hij de zaterdagschool stevig neerzetten. De leerlingen zijn zo gemotiveerd dat een aantal desgevraagd aangeeft ook op zondag naar school te willen, als dat mogelijk zou zijn.

Kosten

De zaterdagschool zou gebaseerd op 130 leerlingen €160.000,- kosten. De deelnemende partijen, de corporatie, de welzijnsorganisatie, de gemeente en natuurlijk de school zelf hebben afgesproken dat ze samen voor de financiering zorgen. Hoe dat in de praktijk vorm krijgt en wie wat bijdraagt, moet nog blijken. Van Bijsterveldt geeft zelf niet direct geld aan het project en ook CFI is hierbij niet betrokken. “De gemeente kan achterstandsgeld gebruiken voor het project. Daarnaast zijn er participatiegelden beschikbaar. Ik heb ook niet direct de vraag gekregen voor extra middelen”, aldus de staatssecretaris.

‘Problemen bij MeaVita door bedrijfsvoering’

Wethouder Bert van Alphen (GroenLinks, Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie) gaat de komende jaren de bedrijfsvoering van thuiszorgorganisaties goed volgen. Dat zei hij bij de presentatie van de aanbestedingsresultaten van de huishoudelijke zorg. Veertien bedrijven gaan die verzorgen, daaronder ook de Thuiszorg Service Nederland (TSN) die delen van MeaVita heeft overgenomen. De klanten mogen zelf kiezen waar zij de zorg vandaan halen.

De financiële problemen bij MeaVita zijn volgens Van Alphen vooral ontstaan door een slechte bedrijfsvoering. Hij heeft de instelling daarvoor gewaarschuwd en voerde naar eigen zeggen de afgelopen twee jaar al gesprekken hierover. Nu het noodlijdende MeaVita is overgenomen door TSN voldoet de organisatie weer aan de eisen en is de continuïteit van de zorg volgens de wethouder gegarandeerd. Hij heeft van de affaire geleerd dat hij goed gaat volgen hoe de bedrijfsvoering is geregeld. Jaarverslagen en accountantsrapporten en accountantsverslagen zijn daarbij belangrijk. Verder krijgt de gemeente maandelijks van elke instelling al een overzicht met de stand van zaken.

De huishoudelijke zorg valt sinds de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Zij zijn verplicht die Europees aan te besteden. Twee jaar geleden is met elf aanbieders een contract aangegaan voor twee jaar. In Den Haag zijn 13000 mensen die recht hebben op huishoudelijke zorg. Daarin zijn twee categorieën: HV1 voor de simpele schoonmaakklussen als stofzuigen en ramen lappen en HV2 voor mensen die de regie over hun huishouden kwijt zijn. Zij krijgen bijvoorbeeld hulp bij de administratie en het maken van boodschappenlijstjes. Deze hulp is nu aanbesteed aan veertien instellingen die de komende twee jaar de zorg gaan verlenen met een optie op nog twee jaar. “Als we tevreden zijn, gaan we over twee jaar met deze bedrijven door”, lichtte Van Alphen toe.

In totaal waren er zeventien bedrijven die zich hadden ingeschreven. Eentje daarvan was Axxicon, die met MeaVita had ingetekend. Die is buiten de boot gevallen, omdat die volgens de wethouder niet meer aan de eisen voldeed. “Onze eisen waren dat ze moesten voldoen aan de Europese aanbestedingsregels en dat de instellingen continuïteit van de zorg, kwaliteit en keuzevrijheid van de klant moesten garanderen. Ook moeten ze over een goede klachtenregeling beschikken en gediplomeerde krachten in dienst hebben.” De prijs lag ook al vast: voor HV1 is de prijs van €13,75 naar €20 euro per uur gegaan en voor HV2 van €20,40 naar €21,55. MeaVita verklaarde eerder dat de prijzen te laag waren, maar volgens Van Alphen klopt dat niet omdat de andere bedrijven wel uitkwamen met deze prijzen.

TSN stond al op het lijstje van zorgaanbieders en is een van de veertien gegunde bedrijven voor de overname van MeaVita. Volgens Van Alphen voldoet het bedrijf aan alle gestelde eisen. Alle 6500 klanten van MeaVita zijn nu overgenomen en ook het personeel. De instelling garandeert in ieder geval de werkgelegenheid tot 8 april. Dan gaat de nieuwe situatie in met de veertien aanbieders. Of alle klanten bij TSN blijven, is nog niet duidelijk. Volgens Van Alphen mogen de afnemers op elk gewenst moment van aanbieder wisselen.

Uitwisseling slachtoffers homogeweld

Den Haag werkt samen met de drie andere grote steden aan een uitwisseling van bedreigde homoseksuelen, zowel allochtoon als autochtoon. In het Haagse centrum is een opvanghuis, Amsterdam heeft ook al zoiets en Rotterdam en Utrecht volgen binnenkort. Bij groot gevaar kunnen slachtoffers worden uitgewisseld. Vorige week kregen de vier steden elk € 200.000, – voor meer sociale acceptatie van homoseksuelen.

Den Haag heeft in het centrum een pand geopend waar homoseksuelen worden ondergebracht die lijden onder geweld en bedreigingen. “De locatie daarvan is geheim. Het is niet de bedoeling dat de daders de locatie weten. Het is een soort blijf-van-mijn-lijfhuis, maar dan voor bedreigde homoseksuelen”, zegt Nico Mokveld, woordvoerder van emancipatiewethouder Bert van Alphen. De andere grote steden werken ook aan zo’n locatie. Tussen de vier steden die door minister Ronald Plasterk (Emancipatie) zijn uitgeroepen tot koplopers, is al een akkoord gesloten voor bescherming van deze groep mensen en mogelijke uitwisseling als de bedreiging voor de persoon in kwestie in eigen stad nog te groot is.

De koplopers ondertekenden vorige week een akkoord met de minister en krijgen ieder twee ton om te komen tot een betere sociale acceptatie van homoseksualiteit. Volgens betrokkenen is dat nodig. Een woordvoerder van minister Plasterk wijst op het toenemend geweld tegen homoseksuelen. Ook in Den Haag is dat volgens Mokveld zichtbaar. Vandaar het opvanghuis en ook eerwraak tegen homoseksuelen komt regelmatig voor, voornamelijk in de moslimgemeenschap. Ook daarvoor zijn speciale voorzieningen. “We hebben bijvoorbeeld gemeenschapsbemiddelaars. Dat zijn mensen uit de eigen gemeenschap die homoseksualiteit bespreekbaar proberen te krijgen. Er zijn al zeker 21 bemiddelaars actief in de stad”, zegt Mokveld.

Den Haag gebruikt het geld van Plasterk verder voor een betere voorlichting op scholen, zowel in het basis- als middelbaar onderwijs over homoseksualiteit. Docenten krijgen daarvoor extra cursussen en ondersteuning vanuit de gemeente. “ Daarnaast blijft het belangrijk vooral het gesprek aan te gaan met mensen en organisaties over dit onderwerp”, aldus Mokveld.

Van Alphen komt binnen enkele weken met een eigen nota homo-emancipatie. Mokveld verwacht dat de afspraken die nu met het Rijk en de andere grote steden zijn gemaakt daar ook in komen te staan.

Onderzoek naar welzijn Oost-Europeanen

Wethouder Bert van Alphen (Welzijn, Volksgezondheid en Emancipatie) gaat de gezondheid en het welzijn bekijken van de Oost-Europeanen in de stad. Hij zei dat in de raadsvergadering bij de behandeling van zijn ‘Nota Volksgezondheid 2007-2011 Natuurlijk: gezond!’.

Hij wil daar wel wat tijd voor hebben om te kijken waar hij zijn informatie vandaan kan halen en wil half januari een beeld krijgen van wat deze groep mogelijk extra nodig heeft. In de stad wonen steeds meer Oost-Europeanen. Op het gebied van volkshuisvesting en openbare orde is al aandacht voor deze groepen. Nu kwam daar op het verzoek van de raad de gezondheid bij. Aanleiding waren onder andere berichten over zwaar alcoholgebruik en het drinken van spiritus onder deze groep. Overigens heeft de GGD dat laatste niet hard kunnen krijgen en slechts één geval van spiritusdrinken achterhaald.

De nota ‘Natuurlijk: gezond!’ geeft aan op welke volksgezondheidsonderwerpen de wethouder zich de komende jaren richt. In Den Haag bestaat op dat gebied nog een kloof. Hagenaars met een lage sociaaleconomische positie hebben gemiddeld een slechtere gezondheid dan hun stadgenoten met een hogere sociaaleconomische positie. Het college accepteert dat niet en daarom blijft het wegwerken van gezondheidsachterstanden prioriteit. De doelen en acties van de nota worden later apart uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s. Ook wordt met gezondheidsenquêtes per stadsdeel een beeld gevormd van de gezondheidssituatie en de ontwikkelingen.

Raad akkoord met plan maatschappelijke ondersteuning

De gemeenteraad is akkoord met het meerjarenbeleidsplan maatschappelijke ondersteuning dat wethouder Bert van Alphen (Welzijn) heeft opgesteld. Veel mensen krijgen daarmee te maken, maar weten het nog niet. Den Haag is de eerste van de vier grote steden die de Wet maatschappelijke ondersteuning invult.

Het plan ‘Aandacht voor elkaar’ is in nauw overleg met de raad uitgewerkt. Er staat in hoe de inwoners van Den Haag actief meedoen en lang kunnen blijven wonen in hun eigen buurt. Bijna iedereen krijgt dus vroeg of laat met de wet te maken. Begin dit jaar is de wet van kracht geworden. Het eerste jaar was een proefjaar, vanaf volgend jaar moeten gemeenten hem echt uitvoeren.

Volgens de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning moeten  gemeenten een samenhangend pakket van voorzieningen aanbieden op het terrein van wonen, welzijn en zorg. Dat kan de gemeente volgens Van Alphen niet alleen. Daarom komt er een campagne om meer vrijwilligers te werven, komt er ondersteuning voor bewonersorganistaties, zijn er trainingen voor professionals die werken met jeugd en is er aandacht voor mantelzorgers die over drie jaar een volwaardige positie hebben in de zorg. In Den Haag nemen naar schatting 80.000 mantelzorgers een belangrijk deel van de zorg voor een vriend of familielid voor hun rekening. In het plan staan 63 actiepunten en met de uitvoering van het totale plan is een bedrag gemoeid van EUR 160 miljoen, waarvan € 50 miljoen voor huishoudelijke verzorging.

Dat laatste heeft in het hele land stof doen opwaaien. Mensen in de thuiszorg waren bang voor hun baan, omdat alles openbaar aanbesteed moest worden en allerlei partijen konden meedingen. In Den Haag zijn uiteindelijk elf instanties uit de aanbesteding gekomen voor de huishoudelijke verzorging. Een meerderheid van de raad wilde dat de wethouder de gang van zaken zou evalueren. Vier organisaties gingen namelijk in beroep tegen de selectie, maar verloren. De raad wil nu precies weten wat er precies in de hele procedure is gebeurd en wat beter kan. Over enkele jaren moet de zorg namelijk opnieuw worden aanbesteed.

De raad was kritisch over de informatieverstrekking en de ingewikkelde formulieren om bepaalde ondersteuning aan te vragen. Van Alphen: “Het heeft mijn grootste aandacht om de informatie zo laagdrempelig mogelijk en door deskundigen te laten brengen”, zei hij. In het plan staat dat er 24 informatiepunten komen waar iedereen terecht kan met vragen over de wet. Ook wilden de meeste fracties weten of de klachtenregeling wel goed was. “Er zijn klachtenregeling op verschillende niveaus. Bij de ondersteuningsloketten neem ik aan dat dat onafhankelijk is. Verder staat altijd nog de weg naar de ombudsman open”, aldus de wethouder.

De PvdA wilde meer aandacht voor andere aspecten van de Wmo, zoals levensbestendig bouwen, zodat mensen tot op late leeftijd in hun huis kunnen blijven, en een koppeling van het steunpunt woonoverlast aan de het Wmo-loket. Ook wilde raadslid Hedwig Vos weten of wijkagenten wel op de hoogte zijn van de nieuwe wet. Zij wilde bovendien dat Den Haag meedoet aan een landelijke proef voor bemiddeling bij de maatschappelijke ondersteuning. Van Alphen is het daarmee eens en zei navraag te hebben gedaan. Het is volgens hem nog niet duidelijk is hoe de proef van het ministerie van Volksgezondheid eruit gaat zien. Hij houdt het wel in de gaten. Hij vond het voorstel van Vos ook sympathiek om een jaarlijks terugkerende maatschappelijke ondersteuningsdag in te stellen. “Als het maar niet te veel gaat kosten”, aldus de wethouder.

De wethouder is blij dat er nu een kader voor de Wmo ligt. Hij kreeg veel complimenten van de raad, maar gaf die ook terug. “Niet omdat ik ze niet wil, maar omdat er door de gezamenlijke inspanning binnen een jaar een goede kadernota ligt. Jaarlijks houdt hij de raad op de hoogte van de voortgang van de maatschappelijke ondersteuning met uitvoeringsverslagen. Die zijn volgens Van Alphen ook voor de inwoners beschikbaar.