De keuze van Rik de Jager, badkamer in Blaricum

De eigenaren van een nieuwbouwvilla in Blaricum wilden een badkamer met luxe uitstraling. Zij kozen voor interieurarchitect Rik de Jager die voor rust en eenheid staat. In zijn ontwerpen keren materialen uit andere delen van het interieur van het huis terug. De basiskleuren zijn wit en grijs, zoals in veel badkamers. “Maar grijs heeft vele schakeringen”, stelt De Jager. Verder lezen De keuze van Rik de Jager, badkamer in Blaricum

De Keuze van Daniëla Schelle en Leendert Spreij: Hoofdkantoor Capgemini, Utrecht

Capgemini wilde in het nieuwe hoofdkantoor een toekomstbestendige open inrichting gericht op krimp en op groei. Delen uit de oude kantoren, zoals systeemwanden en werkplekken, moesten ook een plek krijgen in het nieuwe kantoor. Het Nieuwe Werken met hergebruikt materiaal, een uitdaging voor interieurarchitecten Daniëla Schelle en Leendert Spreij van Kraaijvanger. Verder lezen De Keuze van Daniëla Schelle en Leendert Spreij: Hoofdkantoor Capgemini, Utrecht

De keuze van Hans van Heeswijk, gemeentehuis Lansingerland

De fusiegemeente Lansingerland moest een nieuw gemeentehuis hebben en de keuze viel op nieuwbouw. Vanwege gebrek aan ruimte in de bestaande kernen verrees op de grens tussen Bergschenhoek en Berkel en Rodenrijs een nieuw gebouw met open uitstraling, passend bij de tuinbouwgemeente. Het ontwerp is van architect Hans van Heeswijk, directeur/eigenaar van Hans van Heeswijk architecten. Verder lezen De keuze van Hans van Heeswijk, gemeentehuis Lansingerland

De keuze van Margriet Eugelink en Maarten Castelijns: Flats aan Loevesteinstraat in Breda

De woonflats Zorgvliet en Doenrade in de Bredase wijk IJpelaar waren verouderd, betonschade aan de galerijen en balkons legden de wapening deels bloot, dus er moest iets gebeuren. De bewoners met een gemiddelde leeftijd van 76 jaar waren wel erg tevreden, dus besloot woningcorporatie Laurentius met architectenbureau Van Aken Architecten tot een renovatie waarbij de bewoners konden blijven zitten. Verder lezen De keuze van Margriet Eugelink en Maarten Castelijns: Flats aan Loevesteinstraat in Breda

De keuze van Michiel Hofman: Eneco hoofdkwartier Rotterdam

Het interieur van het Eneco hoofdkantoor in Rotterdam straalt openheid en transparantie uit. Dat was het uitgangspunt van Michiel Hofman partner architect van Hofman Dujardin Architecten. De groene begroeide gevel van buiten loopt door naar binnen de ruime lichte ontvangsthal in. Het hart van het Eneco hoofdkantoor is het open atrium met koffiebar en de transparante warme ontmoetings- en werkplekken die hier omheen liggen. Het pand is genomineerd voor de ARC12 Interieurprijs. Verder lezen De keuze van Michiel Hofman: Eneco hoofdkwartier Rotterdam

De Keuze van Boris Zeisser: Hart van Hatert, Nijmegen

Probleemwijk Hatert, een van de Vogelaarwijken, had een nieuw hart nodig. De wijk moest een impuls krijgen en een nieuw gezicht met goede woningen. Woningcorporatie Portaal kwam bij 24H Architecture terecht, omdat het bureau al ervaring heeft met sociale woningbouw. Het belang was meteen duidelijk: Hatert had een nieuw uithangbord nodig. Verder lezen De Keuze van Boris Zeisser: Hart van Hatert, Nijmegen

De keuze van Wytze Bouma: Pakhuis Hartenlust, Leeuwarden

Jaren gebeurde er niets aan het technisch onderhoud van Pakhuis Hartenlust in Leeuwarden. Het was velen een doorn in het oog en plannen voor een opknapbeurt sneuvelden, tot het plan om woningen in het pakhuis te maken met behoud van zoveel mogelijk originele details en de oorspronkelijke constructie. Nieuw in oud.

Het pakhuis was jaren in gebruik van stichting Emmaus die het gebruikte als winkel voor tweedehands goederen waarvan de opbrengst naar goede doelen gaat. Die liet het pand vervallen en dat was vele mensen een doorn in het oog. Uiteindelijk kwam projectontwikkelaar Lontplan met de oplossing. Het ontwerp van Jelle de Jong architekten was toen al praktisch klaar.

“Wij zijn in 2006 betrokken bij het project door een particulier, Cor Visser, die zich zorgen maakte over de toekomst van het pand. Het was technisch in slechte staat en al een paar keer mislukten andere plannen om het pand een nieuwe bestemming te geven. Wij hadden een ontwerp met appartementen en wat commerciële ruimten en wij zijn door Lontplan mee overgenomen”, zegt projectarchitect Wytze Bouma van Jelle de Jong architekten.

Plan

Het plan bestond uit het maken van 28 appartementen. Zes daarvan hebben aan de zijgevel een balkon gekregen. “Dat kon maar aan één kant, omdat je aan de andere kant met de erfscheiding zit en aan de voorgevel vonden we balkons niet acceptabel, omdat dat een te grote aantasting zou zijn van het beeld”. In de moeilijk bewoonbare ruimten, vanwege lichtval en uitzicht aan de erfscheidingskant zijn daarom kantoren en vergaderruimten gekomen. Lontplan heeft aan het project bovendien nog een gezamenlijke ruimte voor de bewoners toegevoegd, bijvoorbeeld voor feestjes. Het pakhuis is over het algemeen vier verdiepingen hoog met aan weerszijden een torenkamer. “De ene bewoner heeft er een slaapkamer van gemaakt, de ander een woonkamer. De bewoners zijn betrokken bij de inrichting. De badkamer lag vast, maar de rest mochten ze zelf bepalen”, aldus Bouma.

Oorspronkelijke tekeningen

De tekeningen van het oorspronkelijke ontwerp voor het ijzerwarenpakhuis van de Leeuwarder architect Feddema uit 1906 waren samen met een kleuronderzoek  het uitgangspunt voor de renovatie. Emmaus had als doel een zo groot mogelijk vloeroppervlak te maken en had daarom vloeren toegevoegd. Die zijn verwijderd en de originele gaanderijen zijn aangepast aan de eisen van het bouwbesluit. “De vloeren in de appartementen zijn iets hoger. De huidige appartementen waren vroeger opslagruimtes voor moertjes, schroefjes en ander materiaal. De gaanderijen hebben wij daarom opgehoogd met aluminiumplaten op vilt, zodat het lopen niet doorklinkt in de appartementen. De hekken waren ook te laag, dus die hebben we verhoogd met behoud van de detaillering en het originele materiaal: staal.

Worsteling

Het was soms wel een worsteling om de oude constructie te behouden en het pand toch geschikt te maken voor bewoning.  In de appartementen zijn over de originele houten vloeren op stalen liggers zwevende cementvloeren aangebracht mede om geluidoverlast naar benedenburen te voorkomen. Tussen de balken van het plafond is een nieuwe plafondlaag aangebracht voor de isolatie. “We hebben het er expres niet onder gedaan. We hebben bewust alle originele elementen in tact gelaten voor zover dat goed was”.

Bouwbesluit

Vernieuwingen waren wel nodig om aan het Bouwbesluit en de wooneisen van deze tijd te voldoen. De houten kozijnen waren aan vervanging toe en daar zijn nieuwe voor aangebracht, even breed als het origineel. “Die liggen net als de oude houten kozijnen diep in het metselwerk. Het vervangen van deze kozijnen bood ons meteen de kans om het oude ijzerwerk te verwijderen. Dat was gaan roesten en tastte het metselwerk aan”. Nieuwe ramen zijn toegevoegd van aluminium. “Die liggen minder diep in het metselwerk. We wilden benadrukken wat we nieuw hebben aangebracht ten opzichte van de oude constructie. Een nieuwe gaanderij die we hebben toegevoegd om naar de appartementen aan de overkant te komen, wijkt af van het origineel. Als je goed kijkt, zie je dat. Meer in het oog springen de nieuwe muren op de begane grond die we met houtwolcement hebben gemaakt en niet met baksteen om ook hier het verschil aan te geven en de balkons zijn strak en modern als contrast met de bestaande constructie”.

Het licht op de binnenruimte komt door de originele ramen en daar hoefde de architect niets aan te doen.  “Het licht vanuit het Noorden valt daar zo mooi naar binnen op de voormalige binnenstraten, er was geen reden om extra voorzieningen te treffen”.

De keuze van Eelco Basten: Mondial College in Nijmegen

De ambities liggen hoog voor de duurzaamheid bij de bouw van een nieuw onderkomen voor het Mondial College in Nijmegen. Het ontwerp voldoet aan de eisen van de Building Research Establishment Environmental Assessment Method (BREEAM).

BREEAM is een meetinstrument voor de beoordeling van de duurzaamheid van gebouwen. “Onze opdrachtgever, het schoolbestuur, wilde een duurzaam gebouw en was bereid tot extra investeringen om dat te bereiken. BREEAM is een mooi middel om dat te bereiken”, zegt Eelco Basten, architect bij Factor Architecten, de ontwerper van het gebouw. Het is het belangrijkste en meest gebruikte duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen ter wereld. Het systeem maakt gebruik van kwalitatieve weging. De architect ging aan de slag en kwam tot de conclusie dat twee van de vijf sterren haalbaar was. “BREEAM legt de lat hoog en voor meer sterren zouden de investeringen te zwaar worden”.

De architect zocht contact met de Dutch Green Building Council in Rotterdam (dgbc), om de voorschriften van BREEAM door te nemen die op schoolgebouwen van toepassing zijn. Samen met het dgbc is verder gesproken over de ontwikkeling van BREEAM voor schoolgebouwen. Een voorbeeld is de overkapping van de fietsenstalling. Dat is wenselijk om het certificaat te halen, maar voor scholen is de veiligheid belangrijker en voor het behouden van toezicht is het weglaten beter. Ook tellen zaken mee waar je geen invloed op hebt, zoals de aanwezigheid, de frequentie en de rijtijden van openbaar vervoer. De gemeente bepaalt over het algemeen de locatie van de school en de vervoerder gaat over de tijden, wij niet”.

Het Mondial College is een scholengemeenschap met vmbo, havo, atheneum en een technasium. Het nieuwe gebouw is bedoeld voor het vmbo-onderwijs. Elke afdeling krijgt een ‘eigen gebouw’. Daarop komt een overkoepelende verdieping die de gebouwen met elkaar verbindt. Hier worden de gemeenschappelijke vakken gegeven, zoals scheikunde, muziek, biologie en op deze afdeling komen ook de medewerkersruimtes. De vloeren in het gebouw zijn van beton, de gevels van kalksteen en beton. In het gebouw zijn geïntegreerde stalen liggers verwerkt. Die maken het mogelijk om bijvoorbeeld lokalen uit te breiden, zonder dat daarvoor een grote verbouwing nodig is. Ook dat is volgens Basten een voorbeeld van duurzaamheid. Daarnaast hangen in het pand daglicht afhankelijke armaturen.  In het midden is de aula met vide waar de leerlingen een restaurant en bijvoorbeeld een winkel bestieren. In het dak is in het midden een uitsparing die zorgt voor extra lichtinval. In de ramen van deze uitsparing zijn PV-cellen verwerkt.

In de aula hangt een meter met het verbruik van het gebouw en de opbrengst van de cellen. “Dat heeft ook een educatieve waarde. De leerlingen kunnen zien wat ze verbruiken en wat de zonnecellen aan energie opbrengen op een mooie dag”. Drie gymzalen staan los van het hoofdgebouw. Het was de bedoeling daar PV-cellen op het dak te plaatsen, maar omdat de subsidie niet is verleend, is dat nu nog niet rendabel. “We hebben alles wel zo ontworpen dat ze achteraf nog aangebracht kunnen worden”, aldus de architect.

Op het hoogste dak van het hoofdgebouw staat de luchtbehandelingsinstallatie. Op de lager gelegen daken van de blokken, ligt een sedumdak. Het houdt het water vast, isoleert en biedt een mooi uitzicht, zeker omdat het gebouw in een groene omgeving komt te liggen”. In het gebouw komt een warmte- en koude opslag. Het grondwater van 12 graden Celsius wordt van 100 meter diepte opgepompt en met een warmtewisselaar omgezet naar 35 graden. Dat is genoeg om het hele gebouw via de vloerverwarming op de juiste temperatuur te krijgen. Om het gebouw zit een hoogwaardig geïsoleerde schil. De vormfactor is volgens Basten ook iets om rekening mee te houden. “Een goede afstemming tussen vloeroppervlak en geveloppervlak vermindert het materiaalverbruik en is duurzaam. Een bol zou ideaal zijn, maar dat is technisch lastig. Wij hebben gekozen voor rechthoekig en compact. Uiteraard is renoveren nog duurzamer, maar dat is hier niet aan de orde”, aldus de architect.

Voor het BREEAM-certificaat is het belangrijk waar de materialen vandaan komen. “Je weet hierdoor precies hoeveel energie en grondstoffen het kost om het materiaal te produceren en dat helpt bij de keuze voor materialen en constructies”, zegt Basten.

Daarnaast spelen het gebruik en de exploitatie van gebouwen bij BREEAM een grote rol. Veel gebouwen worden gedurende hun levensduur niet op de juiste wijze gebruikt en onderhouden. Juist tijdens deze fase is een grote winst te behalen.

Een belangrijke eis binnen BREEAM is dan ook het maken van leesbare gebruikshandleidingen voor installaties, onderhoud en energiebeheer. Hierdoor wordt het voor de  gebruiker eenvoudiger om het gebouw op een duurzame wijze te gebruiken.

De keuze van Ronald Olthof: RK Daltonbasisschool Sint Plechelmus in Hengelo

Kolossale kerkdeuren met originele scharnieren bieden toegang tot RK Daltonbasisschool St. Plechelmus. Het nieuwe onderkomen van de school met zo’n 340 leerlingen in Hengelo won de Gouden Piramide 2010. Leijh, Kappelhof,  Seckel, Van Den Dobbelsteen architecten bedacht het concept van een gebouw in een gebouw.

De originele scharnieren moesten wel even worden bijgesteld en gereinigd. De originele deurklinken van de kerk zijn in de loop der jaren verdwenen. Nieuwe matzwarte deurklinken, passend bij het originele hang- en sluitwerk geven de deuren weer hun authentieke uitstraling. Het gebouw van de Kerk van het Heilige Hart van Jezus uit 1953, waar ooit het Roomse deel van Hengelo-Noord kerkte, stond op de nominatie voor sloop toen het oog van de architect op het gebouw viel.

“De school wilde een uitbreiding van zeven lokalen. Het binnenterrein was dusdanig verpauperd dat een uitbreiding op die locatie toekomstige ontwikkelingen van het terrein in de weg zouden staan. Toen viel ons oog op de kerk aan de overkant waar de school wonderwel in bleek te passen. De kerk was verkocht aan een aannemer voor sloop en de bouw van zes woningen. Wij maakten een plan met respect voor het oude gebouw. De kerk is nog een kerk met een schoolgebouw erin”, zegt Ronald Olthof van Leijh, Kappelhoff, Seckel, Van Den Dobbelsteen architecten uit Hengelo.

De kerk was bouwkundig goed. Een paar lekkages en enkele ingegooide ruiten, maar verder nauwelijks scheuren. “Een deel van het oude hang- en sluitwerk zat er nog. Mooie oude deuren met mooie scharnieren. De deurklinken waren niet meer origineel, maar we hebben nieuwe gevonden, matzwart en passend bij de oude stijl en bij de scharnieren”.

De scharnieren kregen wel een flinke opknapbeurt. Zij werden gereinigd en sluitend gemaakt. Op de deuren zijn nieuwe klinken en rozetten aangebracht met een politiekeurmerk. Maar alles met de oude uitstraling.

Omdat een schoolgebouw andere eisen stelt dan een kerkgebouw, moest er bijvoorbeeld meer lichtinval komen. Daarvoor zijn nieuwe puien geplaatst. “De nieuwe puien met nieuwe deuren en grepen zijn voorzien van roestvrijstalen hang- en sluitwerk van FSB”.

Visie en lef staan aan de basis van dit project. De school en de kerk zijn als twee aparte entiteiten zichtbaar gelaten. Buiten is dat zichtbaar door het stalen kader voor de nieuwe puien in het gebouw. Binnen zijn twee volumes zelfstandig in de ruimte gepositioneerd. Hierdoor blijft het bestaande kerkgebouw herkenbaar. De filosofie van het Dalton-onderwijs is ruimtelijk vertaald door de combinatie van twee lokalen met een insteekverdieping in het oude middenschip van de kerk. Zo kunnen lessen groepsgewijs,  groepsoverstijgend en individueel plaatsvinden. De oude zijbeuken doen nu dienst als gangen met als plafond de gewelven. In het dak heeft de architect lichtstraten geplaatst voor extra lichtinval. De uitstraling van het schoolgedeelte is dan ook licht en vrolijk met vrolijke kleuren. Achter in de kerk is het voormalige priesterkoor. In de absis en andere nissen zijn kantoorruimtes geplaatst.

In de hal van het gebouw staan de oude biechtstoelen, buiten het volume van de school. De biechtstoelen waren nog in goede staat met het originele hang- en sluitwerk.

De doopkapel van de kerk is ook behouden gebleven. “De toegang is nog oud met gietijzeren deurtjes. Deze hebben ook nog religieuze afbeeldingen, zoals een kruis en op de andere drie cirkels. Die poortjes hebben we laten zitten. Daarachter is nu een stilteruimte annex mediatheek. De leerlingen kunnen op die plek rustig werken of iets opzoeken”. Aan de buitenkant is de kapel vierkant, van binnen is deze rond afgewerkt. “Er komt nog een ronde bank in te staan. Het mooie van dit project is dat met de buurt is afgesproken dat de kapel ook voor hen een stilteruimte blijft. Zij kunnen hier even tot rust komen, of herdenken.

De buurtfunctie van het kerkgebouw is ook op een ander punt gebleven. Aan de lange westgevel is een modern klaslokaal aan de oorspronkelijk kerk toegevoegd. Deze is afsluitbaar van de rest van het schoolgebouw en daarom goed te gebruiken door buurtverenigingen.

Het gebouw is in 2009 genomineerd voor de Prijs Herbestemming Religieus Erfgoed, maar kroon op het werk, ook voor de architecten, was de Gouden Piramide 2010 voor Anneke Kuiper, directrice van de school.

 

De keuze van Ralf Pasel: Woningen Nieuw Leyden

Nieuw Leyden is een nieuwbouwproject vlakbij de historische binnenstad van Leiden. Het stedenbouwkundig plan is gemaakt door architectenbureau MVRDV. Architectenbureau PASEL.KUENZEL ARCHITECTS tekent voor het ontwerp van elf woningen die allen tot stand komen met particulier opdrachtgeverschap. Een kakofonie aan stijlen en materialen tekent de wijk, architect Ralf Pasel koos daarom voor minimale materialisatie en rustige ontwerpen.

Het ontwerp ‘Four Seasons’ voor kavel V23K16 van Pasel-Künzel architecten won in 2004 de Leidse Bouwmij!-prijs. Het ontwerp won ook in de categorie Duurzaam Bouwen. “We hebben gebalanceerde ventilatie en HR++ glas toegepast, maar waren zelf ook verrast door die prijs. De duurzaamheid zit volgens de jury vooral in de flexibiliteit van de plattegronden. Je kunt zo meerdere kamers maken op de verdiepingen, want alle infra zit in één kast”, zegt Pasel. De dienende functies zitten rationeel bij elkaar om zoveel mogelijk vloeroppervlak te benutten.

“Een stel wilde precies dat ontwerp, met anderen hebben we langer gesproken en ontworpen”. De betreffende woning is in de buurt bekend als ‘het huis van Koen en Geert’. Het bestaat uit drie etages. Het gebouw ligt met de rug tegen de woning erachter en is zo volledig ingebouwd. Licht was daarom het devies.

“De ombouw is helemaal van geperforeerd stelmetaal. Dat is mooi van buiten, maar ook van binnen. De glazen gevel ligt 30 cm dieper dan de rooilijn. De luikjes naast de ramen gaan naar buiten open en steken door de verspringing niet uit.” De voordeur heeft hij weggewerkt in de gevel. Van een afstand zie je een grijs vlak met ramen ernaast. Pas als je dichterbij komt, zie je de perforaties en een horizontaal balkje over de entree. In de deur zit een brievenbus en in het vaste deel de deurbel.”

Daktuin

Het dak loopt over 3 m ongeveer 60 cm omhoog. “De raampartij is zo iets groter en de zon dringt verder door in het huis. Het lijkt weinig, 60 cm, maar het effect is enorm”. De daktuin is nu bezaaid met gras, de sprieten zijn zichtbaar vanaf de straat. Dat een van de twee opdrachtgevers van deze woning landschapsarchitect is, heeft daar zeker aan bijgedragen. “Hij had ook het eikenhout in een opslag liggen waarmee we een deel van de vloeren en de trappen hebben bekleed.”

De voorgevel van V23K16 is voornamelijk van glas. “Omdat het pand zo ingesloten ligt, wilden we het vooral licht houden. Dus veel glas in de gevel, een splitlevel met twee ramen. Van de voorkant kun je naar buiten kijken door de toegang van de patio. Op de vloer van de patio aan de achterkant witte kiezels, die het licht reflecteren. Ook de vloeren, de wanden en de schuifdeuren van strekmetaal zijn licht. Al kan het strekmetaal aan de gevel volgens de architect op regenachtige dagen heel donker lijken, in de zon licht het op.

Het splitlevel heeft nog een andere reden. Onder het gebouw is een halfverdiepte parkeergarage voor de bewoners. Het gebouw is daar omheen gebouwd. Het materiaalgebruik oogt sober. “Het liefst hadden wij met één materiaal gewerkt. Juist vanwege het schreeuwerige van enkele andere woningen in Nieuw Leyden, wilden wij het rustig houden.”