Waak voor te veel aan vragen en denk aan je thuisfront

 

Rob van de Laar (VVD, 1947), met 29 jaar raadservaring de nestor van de Haagse gemeenteraad, vindt dat raadsleden minder schriftelijke vragen moeten stellen. Ook waarschuwt hij hen om het thuisfront niet uit het oog te verliezen. Zelf kostte de´verslaving´aan zijn werk hem zijn huwelijk.

In La Fontaine aan de boulevard in Kijkduin slaat de regen op het dak. “Jammer van het weer, anders is het hier echt veel mooier”, zegt Van de Laar, die zelf aan het Deltaplein woont. In zijn manchetten prijkt het logo van de stad in zilver. Voor hem een dossier met samenstelling van raad en colleges van de afgelopen 29 jaar, gesorteerd op regeerperiode. Daarbij een lijstje met onderwerpen, zoals ADO, waar hij zelf wel eens een schriftelijke vraag over stelde. “Ja, maar dat is wel verdeeld over al die jaren. Er worden te veel schriftelijke vragen gesteld. Vooral om zelf als raadslid in de media te komen. Dat hoeft helemaal niet, je kunt de vragen ook stellen in de rondvraag bij de commissie”. Zelf stelde hij in de voorloper van Stadsgewest Haaglanden “begin jaren tachtig een vraag over jeu de boules om in de aandacht te komen. “Dat heb ik geweten. Ik kreeg veel commentaar en heb het daar meteen afgeleerd. Je hebt niet overal schriftelijke vragen voor nodig”.

Het boek met tips voor nieuwe gemeenteraadsleden van zijn fractievoorzitter Anne Mulder heeft Van de Laar nog niet gelezen. De ervaringsdeskundige heeft wel veel met de auteur gesproken over het raadlidmaatschap en het fractievoorzitterschap, dat hij uit eigen ervaring had meegemaakt.  Mulder stelt de vraag aan het begin van zijn boek “Is het raadlidmaatschap een vak of een beroep?” Rob van de Laar antwoordt resoluut dat het een verslaving is. “Ik wil de nieuwe raadsleden wel waarschuwen: denk aan de sociale contacten ook met het thuisfront. Dat moet niet in het verdomhoekje terechtkomen. Ik heb mijn vrouw eraan verloren. Ik was veel ’s avonds weg en neem het haar ook zeker niet kwalijk. Haar interesses lagen elders en niet zo bij de gemeenteraad..

Uitgerekend na zijn aftreden als wethouder in 1996 vroeg hij zijn huidige partner mee uit. “Ik had haar al eerder gezien en ze viel me meteen op door haar mooie benen. We kwamen elkaar op de bewuste avond tegen bij de lift, ze was met haar oma. Ik heb haar toen mee uit eten gevraagd”. Wie Van de Laar sindsdien in de stad tegenkomt, en dat kan vaak, want hij mist nauwelijks een receptie of bijeenkomst, ziet haar vaak naast hem. “Zij is echt geïnteresseerd en gaat vaak mee. Sterker nog, ze wil over vier jaar ook meedoen aan de verkiezingen, voor de VVD uiteraard”. Ervaring met het uitdelen van folders heeft ze al, want ook daarin vergezelt ze haar partner.

Kenmerken

Mulder schetst in zijn boek een aantal kenmerken voor raadsleden: Betrokkenheid, inlevingsvermogen, plezier in discussies, betrouwbaarheid, teamspeler en een olifantenhuid. “Dat slaat allemaal op mij”, reageert Van de Laar. “Vandaar dat ik  tot verbazing van menigeen na mijn aftreden in de raad bleef zitten. Daar heb je een olifantenhuid en betrokkenheid voor nodig”. Van 1994 tot oktober 1996 was hij wethouder Economische Structuurbeleid, Marketing en Personeelszaken. Hij was ook verantwoordelijk voor de bedrijventerreinen, zoals Dekkershoek, Binckhorst en Laakhaven. De laatste kostte hem zijn wethouderschap. “In 1992 was al een bestemmingsplan vastgesteld, maar volgens mij was de combinatie woningen met overlastgevende bedrijven wel mogelijk. De toenmalige directeur van wat nu dienst stedelijke ontwikkeling is, had een maquette gemaakt waar de twee functies samengingen. Hij vroeg me nog even te wachten met het naar buiten brengen van het plan en dat heb ik gedaan. Een van zijn medewerkers ging kletsen en toen liep ik achter de feiten aan. Dat is niet meer goed gekomen. Ik hield vast aan de combinatie, maar ook het bedrijfsleven was tegen. Nu wordt het alsnog zo ingevuld, ik had een vooruitziende blik, maar ik had eerder de raad moeten inlichten. We zaten nog in de artikel-12 status, de stad stond er economisch slecht voor. Misschien had ik mijn positie kunnen redden als ik met mijn vuist op tafel had geslagen, maar dat zou een aangeschoten wethouder betekend hebben. Ik heb de verantwoordelijkheid genomen. Ook voor mijn directeur en voor betrokken collega Noordanus (toenmalig PvdA-wethouder volkshuisvesting) en trad in september 1996 af”. De wethouder was toen nog lid van de raad en Van de Laar bleef in de raad. “Of ik nu nog eens wethouder wil worden? Dat lijkt mij niet logisch, maar zeg nooit nooit in de politiek”, zegt de nestor.

Van de Laar begon in 1981 als raadslid, één jaar voor de raadsverkiezingen van 1982, omdat zijn partijgenoot Lien Vos-Van Gortel burgemeester van Utrecht werd. Hij was nummer 12 op de kandidatenlijst van de verkiezingen van 1978, dezelfde plek als nu. Hij moest toen drie jaar wachten, maar verwacht nu wel een plek in de raad. “Als we negen zetels krijgen en in de coalitie komen, gaan twee wethouders door en die ander gaat wellicht niet in de raad zitten. Dan ben ik er weer bij”. In veel partijen bestaat discussie over houdbaarheidsdata voor raadsleden. De PvdA en het CDA zien graag vers bloed in de raad. “Ik geloof daar niet zo in. Volgens mij moet een raadslid minimaal twaalf jaar zitten. De eerste vier jaar is opleiding. Dan heb je pas een gevoel voor wat er gebeurt. Zolang je je maatschappelijk betrokken voelt bij de stad waarin je woont en leeft en kan vinden in de beginselen van de partij is er geen houdbaarheidsdatum. Ik ben hier geboren en getogen, voor mij is er maar één stad in de wereld en dat is Den Haag. Maar het hangt ook wel af van de persoon. Je moet nog wel nieuwe verse dingen kunnen inbrengen en niet achteroverleunen”. Overigens kwam het in de jaren tachtig nog gewoon voor om lang raadslid te blijven. VVD’er Hans Sicman-Hardeman was raadslid van 1955 tot 1986. “Ook in andere partijen zaten raadsleden toen lang. Miep Walhain (CDA, red.) zat dik dertig jaar in de raad, maar denk ook eens aan Johan Chandoe (PvdA), die ik opgevolgd heb als nestor”.

Van de Laar geeft toe dat hij de afgelopen periode weinig aan het woord is geweest in de plenaire raad “ Ik had andere taken zoals voorzitter van de commissie Stedelijke Ontwikkeling en Ruimtelijke Ordening (SRO). In die hoedanigheid heb ik iets nieuws geïntroduceerd namelijk werkbesprekingen met deskundigen,  en stakeholders over ingewikkelde onderwerpen, zoals de woonvisie en de masterplannen. Daarnaast had ik een beperkt aantal woordvoerderschappen.  Het voorzitterschap van de commissie SRO vergde veel tijd aan voorbereiding. Mag ik nog even zeggen dat ik twee fantastische secretarissen had die veel werk hebben verricht waar ik erg dankbaar voor ben?” Dat klinkt als een afscheid. “Nee hoor, ik ga graag door. Als ik nu niet in de raad kom, is de kans echter klein dat ik terugkom. Ik heb nu een groot netwerk ook in de ambtelijke organisatie. Dat verwatert dan en maakt het moeilijker terug te keren. Maar dan ga ik een boek schrijven. Niet over frustraties, zoals sommige oud-collega’s hebben gedaan. Mijn boek wordt een frustratieloze beschrijving van de afgelopen periode van mijn raadslidmaatschap”.

Opleiding  

Het leven van een raadslid zeker als beginner is nu wel gemakkelijker. “Vanuit het presidium krijgen ze een introductiecursus en er zijn mentoren. Iedere beginner zou er eentje moeten hebben. Ik ben het ook verschillende keren geweest en je kunt iemand goed begeleiden. Toen ik in 1981 begon, was dat er nog niet”. Van de Laar voelde het als in het diepe gaan. Hij maakte toen ook een beginnersfout. “De Blauwe aanslag was net gekraakt en daar was en is de VVD tegen. Ik hield mijn maidenspeech om half drie ’s nachts daarover. Ik heb toen een motie gemaakt om alle energie  af te sluiten. Henk Happel was fractievoorzitter van het CDA en ik had hem niet ingelicht. Daarom heeft hij niet voor de motie terwijl hij wel voor het idee was. Dat heeft hij later toegegeven. Dat was een stuk onervarenheid”. Voor zulke fouten heeft hij zijn pupillen willen behoeden. Wie hij heeft begeleid wil hij niet zeggen, maar er zijn meerdere voorbeelden. Fractievoorzitter Anne Mulder hoorde daar niet bij, ondanks vele gesprekken tussen de twee.

Geen wonder dat de tips van Mulder en Van de Laar voor nieuwe leden op elkaar lijken: lees niet alles, zorg voor een archiefkast en een rond archief voor het oud papier. “In het begin moet je wel alles lezen om kennis op te doen, na vier jaar kun je volstaan met een paar bladzijden om de essentie te weten. Je moet ook goed opletten wat kaderstellende nota’s zijn en je niet te snel laten afschepen met een ‘dit is des colleges’. Het ideale raadslid heeft gecontroleerde emotionele betrokkenheid en kan zich goed inleven in het maatschappelijk gebeuren”. Ongecontroleerde emoties kunnen volgens hem de discussie vertroebelen. “Belangrijk is gezond verstand, bezit van algemene basiskennis en het vermogen om snel te lezen. En politiek gevoel, want dat is niet altijd logica. Het kan anders zijn dan je buiten de politiek kan vermoeden, bijvoorbeeld door afspraken binnen de coalitie. Wij waren niet echt dol op het Verkeerscirculatieplan, maar dat was een onderdeel van het coalitieakkoord”.

Niet ieder raadslid beschikt over alle goede eigenschappen, maar namen wil de nestor niet noemen. “Dat is te kwetsend. Iedereen moet goed in de spiegel kijken of hij goed is of niet. Neiging tot details, gebrek aan dossierkennis, luiheid en niet betrokken zijn, zijn kenmerken van slechte raadsleden”.

Burgemeester

De afgelopen 29 jaar maakte Van de Laar vier burgemeesters mee: Schols, Havermans, Deetman en Van Aartsen. Mist hij Deetman? “Nee. Hij was uitstekend in zijn periode. Hij heeft veel gedaan voor de stad, maar hij was moeilijker benaderbaar voor burgers. De huidige tijd vraagt daarom. Hij was iets te star in de handhaving van regels, maar dat was in die tijd ook meer nodig dan nu. Ik ben blij dat we hem hebben gehad als burgemeester. Evenals  zijn opvolger is hij op en top Hagenaar. Van Aartsen is voor deze tijd een geweldige burgemeester en dat is de mening dwars door de partijen heen”. Anders dan zijn partijgenoot en burgemeester Jozias van Aartsen is Van de Laar tegen de gekozen burgemeester. “Hij moet boven de partijen staan. Een gekozen burgemeester zou zijn eigen wethouders moeten kiezen en dat kan anders zijn dan de samenstelling van de raad. Het kabinet had bij de afgelopen burgemeestersbenoeming bijna ingegrepen. De voorkeur ging uit naar een CDA-kandidaat. Uiteindelijk durfde het kabinet dat niet vanwege een grote meerderheid in de raad voor Van Aartsen”. Van de Laar heeft met al zijn ervaring en liefde voor de stad niet gesolliciteerd naar de functie. “Ik mis aspecten die Jozias wel heeft, zoals een netwerk in de Tweede Kamer en internationaal. Daar kan ik niet aan tippen, hij is nu de ideale man”.