Jan Schinkelshoek: ‘De aantrekkingskracht van het Binnenhof was groter dan ik dacht’

Jan Schinkelshoek is verslaafd. Aan het Binnenhof. Aan de politiek. En aan Den Haag. Als jongmaatje van 18 jaar zette hij zijn eerste schreden op het Binnenhof als journalist van het Reformatorisch Dagblad. Daarna volgende een carrière die verweven was met de politiek en journalistiek.

Als je hem vraagt wat het hoogtepunt in die carrière was, aarzelt hij geen seconde: het hoofdredacteurschap van de Haagsche Courant. Maar aan die functie kleeft ook het dieptepunt van diezelfde carrière. “Ik heb helaas de val van de Haagsche Courant niet kunnen keren”. Sinds 2006 zit hij voor zijn CDA in de Tweede Kamer.

Het Binnenhof kent voor Jan Schinkelshoek geen geheimen. Niet zo vreemd voor iemand die er nagenoeg zijn hele leven heeft gewerkt. Hij maakte weliswaar enkele uitstapjes, zoals naar de directie voorlichting van het ministerie van Justitie en later naar de Rabobank, waar hij ook directeur voorlichting en communicatie was. Maar zijn verslaving aan het Binnenhof en de politiek trok hem altijd terug naar het centrum van de macht. Zelf spreekt hij liever van een zwart gat, waarin hij steeds weer naartoe gezogen werd. “De aantrekkingskracht van het Binnenhof, dat zwarte gat, was groter dan ik dacht”, verklaart hij zijn overstap in 2006 naar de Tweede Kamer.

Zijn eerste kennismaking met dat zwarte gat dateert van 19…. “Zoals kinderen ervan dromen brandweerman te worden, zo droomde ik van de journalistiek”, herinnert hij zich. Hij bracht zijn jeugd door in Capelle aan den IJssel, toen een dijkdorp, tegenwoordig zo’n gemeente waarvan er zoveel zijn. Met als enige uitzondering dat premier Balkenende er woont. Thuis werd vaak gesproken over de politiek. “Mijn opvoeding was klassiek calvinistisch,  waarin het leven draaide om de kerk, de staat en maatschappij”, zegt hij. Schinkelshoek was zestien toen zijn vader overleed, hij was slechts 43 jaar. Niet lang daarna hij de kans om op jonge leeftijd in de journalistiek in te stappen. Hij begon op de redactie van het Reformatorisch Dagblad in Apeldoorn. Maar al na een half jaar, in 1973, werd het enkele reis Den Haag met als bestemming het Binnenhof waar hij voor zijn krant over de Haagse politiek ging schrijven. “Daarna ben ik nooit meer weggegaan uit Den Haag”.

Overstap

In Den Haag trof hij een andere wereld aan. “De samenleving was toen nog maakbaar. Iedereen was bezig met de politiek, het kabinet-Den Uyl moest nog gevormd worden”. Het talent van de jonge Jan Schinkelshoek viel snel op en niet veel later stapte hij over naar de politieke redactie van de Haagsche Courant. Om in 1983, amper dertig jaar jong, over te stappen naar de afdeling voorlichting van de CDA-fractie. Een journalist die voorlichter wordt, moest zich in die tijd nog stevig verdedigen. “Mijn hoofdredacteur Gommert de Kok sprak van verraad aan de journalistiek. Hij vond me een overloper”, weet Schinkelshoek nog.

Verrader of niet, Schinkelshoek raakte snel in de ban van de landelijke politiek. En met zijn antenne voor de journalistiek, bleek hij voor het CDA al snel goud waard. Hij was niet alleen de voorlichter van de fractie maar werd al vrij snel ook persoonlijk politiek adviseur, onder meer van CDA-fractievoorzitter Bert de Vries. Zijn ster zou later in het CDA nog verder rijzen en hij werd tot twee keer toe (in 1986 en in 1989) campagneleider met Lubbers als lijsttrekker.

Op het hoogtepunt van de macht, het CDA had in 1990 in de Tweede Kamer 54 zetels, werd hij directeur voorlichting van het ministerie van Justitie, een zware functie omdat ook toen al alles ogen waren gericht op de bestrijding van de criminaliteit. Vier jaar later begon een hectische periode toen hij hoofdredacteur werd van de Haagsche Courant. Toen hij er aantrad had de krant een oplage van 130.000.

Eerder ingrijpen

Het werd geen vrolijke periode, want het aantal lezers nam in een gestaag tempo af, een proces dat zich in veel stedelijke gebieden voltrok en nog dat nog immer gaande is. Schinkelshoek haalde alles uit de kast om het tij te keren. “We begonnen met een ochtendeditie. Er kwam meer papier voor de regio. De stadsredactie verhuisde van de Plaspoelpolder naar het Spui, hartje stad”, vertelt hij in zijn werkkamer in het voormalig ministerie van Justitie. Het mocht allemaal niet baten, de neergaande lijn viel gewoon niet te stoppen, mede doordat uitgever Wegener niet bereid bleek extra te investeren in het dagblad. “Het doet me pijn, tot op de dag van vandaag”, zegt Schinkelshoek. Nog steeds zoekt hij naar het antwoord hoe het allemaal zo gekomen is. “Misschien hadden mijn voorgangers eerder moeten ingrijpen”, oppert hij.

Zijn opvolger Peter ter Horst vocht tegen dezelfde problemen en moest, net als Schinkelshoek, constateren dat steeds minder lezers zich aan de krant wilden binden. Later ging de Haagsche Courant op in het Algemeen Dagblad. Maar daarmee kwam geen einde aan dalende lijn. Op dit moment heeft het AD/HC rond de … abonnees, … minder dan toen Schinkelshoek aantrad als hoofdredacteur.

Het werd al met al tijd voor een verandering. Tot veler verbazing werd Schinkelshoek in 2001 benoemd tot directeur voorlichting van de Rabobank. Schinkelshoek weg uit Den Haag? Weg uit het centrum van de macht? Voor velen was dat ondenkbaar, maar toch geschiedde het. Zijn nieuwe functie herinnerde hem snel aan de politiek. “Ook de Rabobank kende, net als het CDA, bloedgroepen: de katholieken en protestanten”, constateert hij. Om te vervolgen: “Waarom ik dat gedaan heb, de bank? Ik weet niet. Misschien had het iets te maken met mijn leeftijd, er was sprake van onrust. Ik vroeg me toen af: is er wel ‘n leven buiten Den Haag? Daar wilde ik een antwoord op zien te krijgen”.

Terug in Den Haag

Of het heimwee was of gewoon de aantrekkingskracht van het ‘zwart gat’ weet hij niet meer. Vast staat wel dat, toen hij drie jaar geleden benaderd werd voor het Kamerlidmaatschap, hij dit niet kon weigeren. Schinkelshoek: “Ik dacht: laat ik het zelf nu ook eens een keer doen. Vanaf die dag ben ik weer voor 100 procent terug in Den Haag”. Als kersvers Kamerlid met een enorme staat van dienst, verbaasde hij zich over wat hij aantrof op het Binnenhof. Alles leek in die paar jaar veranderd. “Op het gevaar af dat opa nu gaat praten constateer ik dat  Kamerleden nu veel harder werken. De eisen die aan ze gesteld worden zijn ook hoger en de druk vanuit de samenleving is veel groter. De burger eist, desnoods per e-mail, dat een Kamerlid per direct een oplossing heeft voor hun probleem.”

Daarnaast ziet Schinkelshoek dat de druk van de media op Kamerleden toenam. “Toen ik de campagnes deed voor Lubbers, was het medialandschap erg overzichtelijk. Je had twee tv-zenders, je had een aantal landelijke en een reeks regionale kranten. Plus nog een overzichtelijk aantal radiozenders. Toen vormden de parlementaire journalisten een vertrouwd keurkorps, met mensen die hier lang rondliepen. Nu is de omloopsnelheid in de journalistiek erg hoog”.

Hijgend

Omdat Schinkelshoek al zoveel heeft meegemaakt in de politiek hoeft hij niet per se hijgend vooraan te lopen en te scoren. Een rol op de achtergrond is hem even lief en hij besteedt zijn tijd liever aan een herijking van het werk van Kamerleden. Vol trots laat hij het resultaat ervan zien: het rapport ‘Vertrouwen en zelfvertrouwen’, waarin Tweede Kamerleden hun eigen functioneren onder de loep namen. Voorin staat de motie die hij indiende en die tot het rapport heeft geleid. Het legt uit: “We moeten als Tweede Kamer breken met de zoveelste motie, het gedrang bij het vragenuurtje en de hoeveelheid spoeddebatten. Daar tegenover moeten we de ondersteuning versterken en als Kamer meer onderzoek doen. Het mag allemaal kloeker en ingrijpender, maar dat is relatief, want de Partij van de Dieren blijft vragen stellen, de PVV blijft bij lelijke taal en de SP bij het aanvragen van spoeddebatten”.

Schinkelshoek woont in het centrum van Den Haag en op mooie dagen loopt hij naar zijn werk. “Op de Haagse Markt kom ik af en toe, niet vaak. Bij mijn afscheid als hoofdredacteur kreeg ik een spotprent gemaakt door Jaap Vegter. Daarop zag je een heer met hoed en vlinderdas over de Haagse Markt bij een kraam met vlinderdassen kijken. Twee mensen zeiden tegen elkaar ‘Wat zou die Schinkelshoek hier zoeken?’ Dat geeft al aan dat ik er toen ook al niet veel kwam”.

De kenmerkende strik en hoed zijn voor Schinkelshoek overigens geen bewust gekozen imago. “Ik heb ze altijd gedragen en de vlinderdasjes strik ik zelf. Ik heb er ongeveer 35 en een paar soorten hoeden”.

Burgemeesters

Schinkelshoek is namens zijn partij ook degene die zich met de benoemingen van burgemeesters bezighoudt. Hij lobbyt voor zijn partij en zorgt voor een lijstje met mooie kandidaten voor elke burgemeestersvacature. Toch verloor het CDA zijn Den Haag met de komst van VVD’er Jozias van Aartsen als burgemeester. Schinkelshoek vindt niet dat hij gefaald heeft. Waarom niet? “De betekenis van de burgemeesterslobbyist is uitgehold. De feitelijke benoeming is van de Kroon naar de gemeenteraad verschoven. Die komt nu met een bindende voordracht”, aldus de CDA’er. Den Haag is hier een goed voorbeeld van. “Maar ook andere voorbeelden bewijzen dat de partijpolitiek op dat vlak heeft afgedaan. Met een D66’er in Wassenaar is het voor het eerst sinds de Batavieren dat daar geen VVD’ er zit”.

Ondanks dat de stad verloren is gegaan aan zijn partij spreekt Schinkelshoek respectvol over Van Aartsen. “Het is een goede burgemeester. Het idee dat Deetman al vergeten is, deel ik niet. Hij is een markante burgemeester geweest, maar Van Aartsen doet het goed”.

Huis voor Democratie

Schinkelshoek trekt samen met Van Aartsen en collega en stadgenoot de PvdA’er Pierre Heijnen aan de komst van het Huis voor de Democratie in Den Haag.  Hij ziet het als een voorportaal van de Kamer over hoe de democratie werkt. Het liefst zou hij een verbinding met het Tweede Kamergebouw zien komen. “Het moet niet alleen inzicht geven in hoe de democratie werkt, maar ook in onze omgangsvormen, en hoe we omgaan met conflicten. Ik stel me iets echt professioneels voor”.

Of hij de opening meemaakt als Kamerlid, weet hij nog niet. “Mijn termijn loopt tot 2011. Ik heb voor mezelf besloten er voor vier jaar met huid en haar in te gaan en dat doe ik ook. Eind volgend jaar neem ik de beslissing.”