Opknappen bedrijventerreinen met geld uit nieubouw

Het opknappen van verloederde bedrijventerreinen kost nog jaren. Het rapport van de taskforce herontwikkeling bedrijventerreinen, dat in september verschijnt, moet de komende jaren houvast bieden bij de aanpak van de terreinen. Kern is het opknappen van oude terreinen met het geld uit de aanleg van nieuwe.

Peter Noordanus is voorzitter van de taskforce die is ingesteld door minister Van der Hoeven (Economische Zaken) en Cramer (Ruimtelijke Ordening). ‘We hebben het hier over een slecht gedefinieerd probleem. De afgelopen jaren is het een festijn gebleken voor adviesbureaus en consultants. Op dit terrein zijn veel rapporten verschenen en is er geen gebrek aan papier’, zegt hij. Het probleem is volgens hem dat al die rapporten over teveel zaken tegelijkertijd gingen.

Concrete oplossingen

Zijn taskforce wil concrete oplossingen bieden met bijdragen van alle betrokkenen en daarbij onderscheid maken in verschillende vormen verloederende bedrijventerreinen. Er zijn terreinen met een klein probleem, bijvoorbeeld een slechtere bereikbaarheid, waar kan worden volstaan met een kleine opknapbeurt, bijvoorbeeld door de aanleg van een weg. Er zijn ook bedrijventerreinen, zoals de IJ-oever van Amsterdam en de stadshavens in Rotterdam die worden omgebouwd tot woongebieden. ‘Daar zijn vaak al dragers voor de financiële consequenties, dus daar speelt het probleem minder’, aldus Noordanus. Het echte probleem zit volgens de taskforce in de bedrijventerreinen die een economische functie houden en die grondig op de schop moeten.

De herstructurering van deze bestaande en blijvende bedrijventerreinen is juridisch en financieel vaak ingewikkeld. Volgens de tussenrapportage van de de taskforce moet daarvoor verbinding worden gezocht met nieuw te bouwen bedrijventerreinen. ‘Verevening met opbrengsten uit nieuwe terreinen zou hier een oplossing kunnen bieden. Dat is juridisch wel ingewikkeld, maar de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening en de nieuwe grondexploitatiewet bieden wel kansen. We komen nog wel met aanbevelingen om bijvoorbeeld onteigening beter mogelijk te maken’, aldus Noordanus.

De oud-wethouder van Den Haag ziet ook mogelijkheden in fiscale maatregelen, bijvoorbeeld door bedrijven soepeler met afschrijvingen om te laten gaan. Bovendien mogen gemeenten best wat meer geld vragen bij de gronduitgifte. ‘In Nederland worden gronden relatief goedkoop uitgegeven, vergeleken op internationaal niveau, daar mag best iets aan veranderen’. Gemeenten zouden ook vrijstelling moeten kunnen verlenen van lokale belastingen voor bedrijventerreinen, internationaal een beproefd middel om geld te genereren.

De aanpak die de taskforce voor ogen heeft is geen eendagsvlieg, maar een proces van meerdere jaren. Voor het opknappen van een verloederd terrein moet namelijk vaak eerst de grond worden onteigend en aangekocht door de overheid. Dan moet de bodem worden schoongemaakt en zijn al enkele jaren voorbij. ‘Gebiedsontwikkeling is niet iets van één kabinet, dus er is geduld voor nodig, maar met financiële creativiteit is er iets moois van te maken’, zegt Noordanus. De kern van de nieuwe aanpak is regionale samenwerking voor de bedrijventerreinen, zoals nu op sommige plekken al is ingezet. Als voorbeeld noemt Noordanus de Brabantse OntwikkelMaatschappij (BOM). Deze aanpak voorkomt bovendien dat gemeenten zich alleen concentreren op een eigen bedrijventerrein, zoals in het verleden wel is gebeurd. ‘Provincies hebben hier ook een rol in, maar zij hebben de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening en de grondexploitatiewet als hulpmiddel’, aldus Noordanus. Bedrijven die terugkeren op een vernieuwd bedrijventerrein kunnen eveneens meebetalen, want zij profiteren ook van de opknapbeurt.

Geld

In de tussenrapportage wordt van het kabinet wel een som geld gevraagd (Zie kader). ‘Bij de ministers was bij de aanbieding van de tussenrapportage wel de beduchtheid dat er weer onmiddellijk wordt gekeken naar een financiële bijdrage van het rijk, want de polsstok reikt niet tot het oneindige. Daarom staat meteen ook in de tussenrapportage dat daarbij is ingecalculeerd dat decentrale overheden en marktpartijen ook zullen moeten bijdragen en zoekt de taskforce het ook in fiscale inscentives en Financial engineering’, aldus Noordanus.

De taskforce (her)ontwikkeling bedrijventerreinen is ingesteld door het kabinet om te adviseren over de herstructurering van bedrijventerreinen. De tussenrapportage moest voor 1 mei zijn afgerond en is vorige week aangeboden. Het definitieve rapport verschijnt in september. Voorzitter Peter Noordanus was wethouder van ruimtelijke ordening in Den Haag en is nu directievoorzitter van AM Holding. Vanaf 29 mei is hij tevens voorzitter van Neprom, vereniging van Nederlandse projectontwikkelaars. Volgens hem bestaat het team uit ‘een flink aantal vogels van verschillende pluimage’. Lid zijn bijvoorbeeld: Elco Brinkman (voorzitter Bouwend Nederland), Theo Rietkerk (gedeputeerde Overijssel), Roelof Bleker (wethouder in Enschede).

Gevraagde rijksbijdrage

Een bijdrage van het rijk volgens de tussenrapportage onontkoombaar. Het kabinet wil jaarlijks ongeveer 1.500 hectare aan bedrijventerreinen herstructureren vanaf 2010. De taskforce stelt een proef voor om de geadviseerde aanpak te testen met 500 hectare in 2009 en daarna 1.000 per jaar. De geschatte kosten die het rijk hieraan zou moeten bijdragen zijn ongeveer 30 miljoen euro het eerste jaar en daarna 65 miljoen euro per jaar vanaf 2010. De taskforce roept het rijk op de middelen hiervoor alvast in de rijksbegroting te reserveren.

Volgend jaar komt de omgevingsvergunning

De ene noemt het een onleesbaar gedrocht, de ander een zegen. Volgend jaar moeten ze er allemaal aan geloven, want dan gaat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in die de omgevingsvergunning regelt. Dat betekent dat 25 vergunningen en ontheffingen opgaan in één.

De komst van de Wabo is een aantal keren uitgesteld. Minister Jacqueline Cramer (VROM) zei bij de behandeling van de wet in de Tweede Kamer dat zij echt verwacht dat 1 januari 2009 de ingangsdatum wordt. ‘Of dat zo is, kan ik je op 2 januari 2009 vertellen’, zegt Joke de Vroom, programmamanager Wabo bij het ministerie van VROM. ‘Er zijn nog wel een aantal stappen te nemen. Zo moet de Eerste Kamer nog over de wet beslissen’, aldus De Vroom. Het is nog niet bekend wanneer de Wabo daar op de agenda staat.

Een ander heikel punt is de ICT. Cramer moest de Tweede Kamer beloven dat zij daar zorgvuldig mee omgaat, na een rapport van de Algemene Rekenkamer dat veel ICT-projecten van de overheid mislukken. ‘De aandacht is logisch. In de loop van volgend jaar zijn alle overheden aangesloten op het systeem. Dan kijken we hoe het ervoor staat en tussentijds houdt de minister de Kamer op de hoogte’, zegt De Vroom.

De invoering van de Wabo scheelt ook papier. ‘Er zijn nu 2100 verschillende formulieren, dat wordt er straks eentje. De gegevens die nodig zijn voor de vergunning harmoniseren we. Zo wordt de reguliere vergunningsprocedure teruggebracht tot één besluit en één beroepsprocedure’. Volgens De Vroom is dat een grote verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Als voorbeeld noemt ze een supermarkt in Amsterdam die het bedrijfspand wilde uitbreiden. ‘De eigenaar is vier jaar bezig geweest met het verkrijgen van alle vergunningen, omdat een bovenbuurman die het er niet mee eens was tegen elk besluit bezwaar aantekende en daarna in beroep ging.’

Een aantal gemeenten is al op orde voor de komst van de omgevingsvergunning. Voor het nemen van dat ene besluit en het doorlopen van één beroeps- en bezwaarperiode moeten ze wachten tot de wet in werking treedt. De Vroom geeft toe dat de wet ingewikkeld is. ‘Maar straks hoef je in plaats van twintig boeken maar één boek open te slaan om te kijken hoe het zit met de vergunning. Dat is niet ingewikkelder dan het nu is. Het is belangrijk dat de wet werkbaar is voor burgers en ondernemers. En overheden moeten er ook mee uit de voeten kunnen.’

De kleine projectontwikkelaars, verenigd in de NVB zijn er niet blij mee. Zij zijn bang voor onwerkbare situaties. ‘onze leden kopen veelal grond van particulieren en zij willen weten of een bestemmingsplan gewijzigd kan worden, voor ze aan een bouwvergunning beginnen. Mogelijk hebben ze een milieueffectrapportage nodig, blijkt later dat bodemsanering nodig is en zo kunnen ze meer dingen tegenkomen. Later komt nog eens de gebruikersvergunning. Daar heb je dan toch veel deelvergunningen voor nodig. Het had best zo kunnen blijven als het nu is’, zegt Frits Nuss, directeur van de NVB. De grotere ontwikkelaars, verenigd in de NEPROM zijn positiever. ‘Op zich is het belangrijk, ook voor ons, dat je procedures kunt ontwikkelen. Het helpt de consumenten, de ontwikkelaars vaak niet. We verwachten geen wereldwonderen’, zegt Jan Fokkema, directeur van de NEPROM. Een belangrijke eis vindt hij wel dat gemeenten wel meteen met de vergunning aan de slag gaan en niet wachten tot alles binnen is. ‘Dan worden de procedures te zwaar. We willen dat er maximaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de wet op dit punt biedt’, stelt Fokkema.

Zowel Nuss als Fokkema wijzen erop dat gemeenten nogal wat voor hun kiezen krijgen met de invoering van een nieuwe Wet ruimtelijke ordening en bijvoorbeeld de grondexploitatiewet. ‘Juist die dingen die op de gemeente afkomen is voor ons een belangrijke reden om kritische kanttekeningen bij de wet te zetten’, zegt Nuss. Fokkema ziet in de draai van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van tegen naar voor de Wabo een teken dat gemeenten het wel aankunnen. ‘Het is een worsteling voor gemeenten, maar dat is voor ons geen reden om te zeggen we doen het niet’, zegt Fokkema. Hij verwacht wel invoeringsproblemen en hoopt dat er goede afspraken zijn tussen gemeenten en provincies zodat de ontwikkelaars niet voor alle vergunningen naar de provincie moeten. ‘Misschien hebben wij met onze kritiek ongelijk maar de praktijk zal het leren’, reageert Nuss.

Volgens de programmamanager zijn er al een aantal proefprojecten voor deze punten. ‘Gemeenten en provincies zijn hard bezig te kijken naar de vergunningen en de organisatie om de dienstverlening te verbeteren. Ook bij ondernemers wordt veel proefgedraaid. We willen wel weten of de beperking van het aantal vergunningen niet berust op waandenkbeelden uit Den Haag, maar of het echt gaat werken’. De kritische geluiden van ondernemers heeft ze wel vaker gehoord. ‘We hebben ook met individuele ondernemers gepraat. Zij kunnen de vergunning wel in één keer aanvragen, maar als er een boom staat op de plek voor een nieuw bedrijfspand willen ze eerst weten of ze die mogen kappen. Daarom is het mogelijk de omgevingsvergunning in fasen aan te vragen. We hebben het getest en het helpt.’

In oktober volgt de ultieme test van het hele systeem waar dan alle overheden inzitten. Dan wordt duidelijk of de Wabo echt per 1 januari van kracht wordt.