Huis voor democratie en rechtsstaat wordt ProDemos

Huis voor democratie en rechtstaat verandert van naam. Vanaf 15 september voeren het Instituut voor Publiek en Politiek  (IPP),  De Haagse Tribune en het Bezoekerscentrum Binnenhof samen de naam ProDemos, Huis voor democratie en rechtsstaat.

Huis voor democratie en rechtsstaat wordt daarmee een ondertitel. De officiële opening van het instituut is op 15 september, tijdens de Internationale Dag van de Democratie. Dit wordt gevierd met een democratiedebat, het uitreiken van Democracy Ribbons aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt  voor de democratie door voorzitter van de raad van toezicht Wim Deetman en een openingswoord van minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken).

ProDemos is een landelijke, niet partijgebonden organisatie die mensen informeert over en betrekt bij de democratie en de rechtsstaat. Dat gebeurt op tal van manieren: debatten, simulaties, cursussen, rondleidingen en exposities. Doelgroepen zijn scholieren, studenten, docenten, leden van politieke organisaties, algemeen geïnteresseerden, toeristen en inburgeraars. ProDemos houdt kantoor aan de Hofweg.

Strijd om locatie Huis voor Democratie slechts tijdelijk beslecht

Voorzitter van de Raad van Toezicht en oud-burgemeester Wim Deetman sluit niet uit dat het Huis voor de Democratie uiteindelijk toch een plek aan de Kalvermarkt zal krijgen. Het Huis moet eerst aan zijn programma werken. Bovendien zit de locatie er nieuwbouwtechnisch niet in, maar Deetman geeft de droom niet op.

Als mij om een oordeel wordt gevraagd over de locatie geef ik dat. Maar dat is op dit moment niet aan de orde. We moeten eerst het programma goed hebben”, zei Deetman bij de officiële opening van het Huis voor de Democratie. Momenteel is het tijdelijk gehuisvest aan de Hofweg boven Dudok. Naar een locatie wordt nog gezocht.

“We hebben te maken met een budget. De afspraak is dat we dat nu inzetten voor het programma. Maar als straks het bezoekersaantal stijgt, hebben we vast weer een nieuwe locatie nodig”, aldus Deetman. De voorzitter hoopt op 300.000 tot 400.000 bezoekers per jaar. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij de locatie aan de Kalvermarkt met nieuwbouw de beste plek vindt voor het Huis. “Eerst de bezoekers, de locatie zien we dan later wel”.

Het andere grote vraagstuk is de directeur. “We hebben een ordelijke sollicitatieprocedure gehad met veel kandidaten. Ik zat zelf bij de laatste ronde en als Raad van Toezicht hebben we Jan Schinkelshoek unaniem gekozen. Het was allemaal uitstekend, maar door de politieke ontwikkelingen (onderhandelingen tussen VVD, CDA en PVV, waarna Schinkelshoek zich terugtrok van de CDA-lijst)hebben we nog een check uitgevoerd. We hebben een indringend en open gesprek gehad en de Raad was unaniem: wij gaan voor jou. Hij heeft er een nachtje over geslapen en gezegd dat doe ik niet. Dat vinden we jammer en Nel neemt nu de honneurs waar”, aldus Deetman. Nel is Nel van Dijk van voorheen het Instituut voor Publiek en Politiek dat is opgegaan in het Huis voor de Democratie en Rechtstaat. Zij is interim-directeur tot een nieuwe directeur is benoemd.

Het was een feestje bij de opening van het Huis voor Democratie en Rechtstaat. Bijna vijftien jaar is er hard aan gewerkt en nu is de oprichting een feit. “Ik ben nog nooit zo blij geweest met notariële aktes”, zei Deetman. Hij kreeg ze uit handen van demissionair minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie in de Oude Zaal van een ander Huis voor de Democratie, de Tweede Kamer. Verder was er alle lof voor de initiatiefnemers, met speciale vermelding van Cathrien van Herwaarden van voorheen de Stichting Huis voor de Democratie die nu verder gaat als Vrienden van het Huis voor Democratie en Rechtstaat.

“Ik vond het een eer. Ik had veel verwacht, maar niet dat ik hiervoor gevraagd zou worden. Het is een cadeautje. Heel mooi, ik heb er ook erg lang laan gesjouwd”, aldus Deetman. Hij mocht, mede door het gebrek aan een directeur, de cadeaus in ontvangst nemen, een lespakket van Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, het boekje over de wording van het Huis voor de Democratie van de Vrienden van het Huis voor de Democratie en een grondwetparaplu van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Overigens is het Huis voor Democratie en Rechtstaat de komende jaren niet afhankelijk van cadeaus voor het voortbestaan. “De subsidie voor de komende vijf jaar hebben we in de zak. Dat staat in de notariële akte”, aldus een trotse Deetman.

Hirsch Ballin stond even stil bij de ‘mensen die ons ontvallen zijn’. “Mijn voorganger Guusje ter Horst heeft het initiatief genomen voor het Huis voor de Democratie. Gaandeweg is ook Rechtstaat erbij gekomen en die twee kunnen en mogen ook niet worden losgemaakt”, aldus de minister. “Op een goed moment vroeg Guusje: ‘Ernst wil je niet meedoen? En een financiële bijdrage is ook handig”. Ter Horst vertrok na de val van het kabinet. Het voortouw kwam toen bij staatssecretaris Ank Bijleveld te liggen. “Maar zij is ook weg en bezig met een ander deel van de politiek, hier niet zo ver vandaan”, zij Hirsch Ballin, doelend op de presentatie van het regeer- en gedoogakkoord van het beoogd kabinet Rutte-Verhagen, waar Bijleveld medeonderhandelaar van was. Volgens de minister is het goed dat vele krachten in het Huis voor de Democratie worden gebundeld en dat het een plek wordt waar mensen over de democratie en rechtstaat kunnen leren. Hij gaf wel een kleine waarschuwing mee: “De werking van de democratie en rechtstaat is ook hoe dingen zich realiseren in de praktijk. Mensen van het verkeerde pad afbrengen hoort ook bij de rechtstaat. Wat je hier ziet kan soms de aanschijn hebben van een debatwedstrijd, maar het gaat ook om de uitwerking en de inhoud. Daar moet ook aandacht voor zijn, anders krijg je de indruk dat het niet om de knikkers gaat. En dat gaat het wel”.

 

Jan Schinkelshoek: ‘De aantrekkingskracht van het Binnenhof was groter dan ik dacht’

Jan Schinkelshoek is verslaafd. Aan het Binnenhof. Aan de politiek. En aan Den Haag. Als jongmaatje van 18 jaar zette hij zijn eerste schreden op het Binnenhof als journalist van het Reformatorisch Dagblad. Daarna volgende een carrière die verweven was met de politiek en journalistiek.

Als je hem vraagt wat het hoogtepunt in die carrière was, aarzelt hij geen seconde: het hoofdredacteurschap van de Haagsche Courant. Maar aan die functie kleeft ook het dieptepunt van diezelfde carrière. “Ik heb helaas de val van de Haagsche Courant niet kunnen keren”. Sinds 2006 zit hij voor zijn CDA in de Tweede Kamer.

Het Binnenhof kent voor Jan Schinkelshoek geen geheimen. Niet zo vreemd voor iemand die er nagenoeg zijn hele leven heeft gewerkt. Hij maakte weliswaar enkele uitstapjes, zoals naar de directie voorlichting van het ministerie van Justitie en later naar de Rabobank, waar hij ook directeur voorlichting en communicatie was. Maar zijn verslaving aan het Binnenhof en de politiek trok hem altijd terug naar het centrum van de macht. Zelf spreekt hij liever van een zwart gat, waarin hij steeds weer naartoe gezogen werd. “De aantrekkingskracht van het Binnenhof, dat zwarte gat, was groter dan ik dacht”, verklaart hij zijn overstap in 2006 naar de Tweede Kamer.

Zijn eerste kennismaking met dat zwarte gat dateert van 19…. “Zoals kinderen ervan dromen brandweerman te worden, zo droomde ik van de journalistiek”, herinnert hij zich. Hij bracht zijn jeugd door in Capelle aan den IJssel, toen een dijkdorp, tegenwoordig zo’n gemeente waarvan er zoveel zijn. Met als enige uitzondering dat premier Balkenende er woont. Thuis werd vaak gesproken over de politiek. “Mijn opvoeding was klassiek calvinistisch,  waarin het leven draaide om de kerk, de staat en maatschappij”, zegt hij. Schinkelshoek was zestien toen zijn vader overleed, hij was slechts 43 jaar. Niet lang daarna hij de kans om op jonge leeftijd in de journalistiek in te stappen. Hij begon op de redactie van het Reformatorisch Dagblad in Apeldoorn. Maar al na een half jaar, in 1973, werd het enkele reis Den Haag met als bestemming het Binnenhof waar hij voor zijn krant over de Haagse politiek ging schrijven. “Daarna ben ik nooit meer weggegaan uit Den Haag”.

Overstap

In Den Haag trof hij een andere wereld aan. “De samenleving was toen nog maakbaar. Iedereen was bezig met de politiek, het kabinet-Den Uyl moest nog gevormd worden”. Het talent van de jonge Jan Schinkelshoek viel snel op en niet veel later stapte hij over naar de politieke redactie van de Haagsche Courant. Om in 1983, amper dertig jaar jong, over te stappen naar de afdeling voorlichting van de CDA-fractie. Een journalist die voorlichter wordt, moest zich in die tijd nog stevig verdedigen. “Mijn hoofdredacteur Gommert de Kok sprak van verraad aan de journalistiek. Hij vond me een overloper”, weet Schinkelshoek nog.

Verrader of niet, Schinkelshoek raakte snel in de ban van de landelijke politiek. En met zijn antenne voor de journalistiek, bleek hij voor het CDA al snel goud waard. Hij was niet alleen de voorlichter van de fractie maar werd al vrij snel ook persoonlijk politiek adviseur, onder meer van CDA-fractievoorzitter Bert de Vries. Zijn ster zou later in het CDA nog verder rijzen en hij werd tot twee keer toe (in 1986 en in 1989) campagneleider met Lubbers als lijsttrekker.

Op het hoogtepunt van de macht, het CDA had in 1990 in de Tweede Kamer 54 zetels, werd hij directeur voorlichting van het ministerie van Justitie, een zware functie omdat ook toen al alles ogen waren gericht op de bestrijding van de criminaliteit. Vier jaar later begon een hectische periode toen hij hoofdredacteur werd van de Haagsche Courant. Toen hij er aantrad had de krant een oplage van 130.000.

Eerder ingrijpen

Het werd geen vrolijke periode, want het aantal lezers nam in een gestaag tempo af, een proces dat zich in veel stedelijke gebieden voltrok en nog dat nog immer gaande is. Schinkelshoek haalde alles uit de kast om het tij te keren. “We begonnen met een ochtendeditie. Er kwam meer papier voor de regio. De stadsredactie verhuisde van de Plaspoelpolder naar het Spui, hartje stad”, vertelt hij in zijn werkkamer in het voormalig ministerie van Justitie. Het mocht allemaal niet baten, de neergaande lijn viel gewoon niet te stoppen, mede doordat uitgever Wegener niet bereid bleek extra te investeren in het dagblad. “Het doet me pijn, tot op de dag van vandaag”, zegt Schinkelshoek. Nog steeds zoekt hij naar het antwoord hoe het allemaal zo gekomen is. “Misschien hadden mijn voorgangers eerder moeten ingrijpen”, oppert hij.

Zijn opvolger Peter ter Horst vocht tegen dezelfde problemen en moest, net als Schinkelshoek, constateren dat steeds minder lezers zich aan de krant wilden binden. Later ging de Haagsche Courant op in het Algemeen Dagblad. Maar daarmee kwam geen einde aan dalende lijn. Op dit moment heeft het AD/HC rond de … abonnees, … minder dan toen Schinkelshoek aantrad als hoofdredacteur.

Het werd al met al tijd voor een verandering. Tot veler verbazing werd Schinkelshoek in 2001 benoemd tot directeur voorlichting van de Rabobank. Schinkelshoek weg uit Den Haag? Weg uit het centrum van de macht? Voor velen was dat ondenkbaar, maar toch geschiedde het. Zijn nieuwe functie herinnerde hem snel aan de politiek. “Ook de Rabobank kende, net als het CDA, bloedgroepen: de katholieken en protestanten”, constateert hij. Om te vervolgen: “Waarom ik dat gedaan heb, de bank? Ik weet niet. Misschien had het iets te maken met mijn leeftijd, er was sprake van onrust. Ik vroeg me toen af: is er wel ‘n leven buiten Den Haag? Daar wilde ik een antwoord op zien te krijgen”.

Terug in Den Haag

Of het heimwee was of gewoon de aantrekkingskracht van het ‘zwart gat’ weet hij niet meer. Vast staat wel dat, toen hij drie jaar geleden benaderd werd voor het Kamerlidmaatschap, hij dit niet kon weigeren. Schinkelshoek: “Ik dacht: laat ik het zelf nu ook eens een keer doen. Vanaf die dag ben ik weer voor 100 procent terug in Den Haag”. Als kersvers Kamerlid met een enorme staat van dienst, verbaasde hij zich over wat hij aantrof op het Binnenhof. Alles leek in die paar jaar veranderd. “Op het gevaar af dat opa nu gaat praten constateer ik dat  Kamerleden nu veel harder werken. De eisen die aan ze gesteld worden zijn ook hoger en de druk vanuit de samenleving is veel groter. De burger eist, desnoods per e-mail, dat een Kamerlid per direct een oplossing heeft voor hun probleem.”

Daarnaast ziet Schinkelshoek dat de druk van de media op Kamerleden toenam. “Toen ik de campagnes deed voor Lubbers, was het medialandschap erg overzichtelijk. Je had twee tv-zenders, je had een aantal landelijke en een reeks regionale kranten. Plus nog een overzichtelijk aantal radiozenders. Toen vormden de parlementaire journalisten een vertrouwd keurkorps, met mensen die hier lang rondliepen. Nu is de omloopsnelheid in de journalistiek erg hoog”.

Hijgend

Omdat Schinkelshoek al zoveel heeft meegemaakt in de politiek hoeft hij niet per se hijgend vooraan te lopen en te scoren. Een rol op de achtergrond is hem even lief en hij besteedt zijn tijd liever aan een herijking van het werk van Kamerleden. Vol trots laat hij het resultaat ervan zien: het rapport ‘Vertrouwen en zelfvertrouwen’, waarin Tweede Kamerleden hun eigen functioneren onder de loep namen. Voorin staat de motie die hij indiende en die tot het rapport heeft geleid. Het legt uit: “We moeten als Tweede Kamer breken met de zoveelste motie, het gedrang bij het vragenuurtje en de hoeveelheid spoeddebatten. Daar tegenover moeten we de ondersteuning versterken en als Kamer meer onderzoek doen. Het mag allemaal kloeker en ingrijpender, maar dat is relatief, want de Partij van de Dieren blijft vragen stellen, de PVV blijft bij lelijke taal en de SP bij het aanvragen van spoeddebatten”.

Schinkelshoek woont in het centrum van Den Haag en op mooie dagen loopt hij naar zijn werk. “Op de Haagse Markt kom ik af en toe, niet vaak. Bij mijn afscheid als hoofdredacteur kreeg ik een spotprent gemaakt door Jaap Vegter. Daarop zag je een heer met hoed en vlinderdas over de Haagse Markt bij een kraam met vlinderdassen kijken. Twee mensen zeiden tegen elkaar ‘Wat zou die Schinkelshoek hier zoeken?’ Dat geeft al aan dat ik er toen ook al niet veel kwam”.

De kenmerkende strik en hoed zijn voor Schinkelshoek overigens geen bewust gekozen imago. “Ik heb ze altijd gedragen en de vlinderdasjes strik ik zelf. Ik heb er ongeveer 35 en een paar soorten hoeden”.

Burgemeesters

Schinkelshoek is namens zijn partij ook degene die zich met de benoemingen van burgemeesters bezighoudt. Hij lobbyt voor zijn partij en zorgt voor een lijstje met mooie kandidaten voor elke burgemeestersvacature. Toch verloor het CDA zijn Den Haag met de komst van VVD’er Jozias van Aartsen als burgemeester. Schinkelshoek vindt niet dat hij gefaald heeft. Waarom niet? “De betekenis van de burgemeesterslobbyist is uitgehold. De feitelijke benoeming is van de Kroon naar de gemeenteraad verschoven. Die komt nu met een bindende voordracht”, aldus de CDA’er. Den Haag is hier een goed voorbeeld van. “Maar ook andere voorbeelden bewijzen dat de partijpolitiek op dat vlak heeft afgedaan. Met een D66’er in Wassenaar is het voor het eerst sinds de Batavieren dat daar geen VVD’ er zit”.

Ondanks dat de stad verloren is gegaan aan zijn partij spreekt Schinkelshoek respectvol over Van Aartsen. “Het is een goede burgemeester. Het idee dat Deetman al vergeten is, deel ik niet. Hij is een markante burgemeester geweest, maar Van Aartsen doet het goed”.

Huis voor Democratie

Schinkelshoek trekt samen met Van Aartsen en collega en stadgenoot de PvdA’er Pierre Heijnen aan de komst van het Huis voor de Democratie in Den Haag.  Hij ziet het als een voorportaal van de Kamer over hoe de democratie werkt. Het liefst zou hij een verbinding met het Tweede Kamergebouw zien komen. “Het moet niet alleen inzicht geven in hoe de democratie werkt, maar ook in onze omgangsvormen, en hoe we omgaan met conflicten. Ik stel me iets echt professioneels voor”.

Of hij de opening meemaakt als Kamerlid, weet hij nog niet. “Mijn termijn loopt tot 2011. Ik heb voor mezelf besloten er voor vier jaar met huid en haar in te gaan en dat doe ik ook. Eind volgend jaar neem ik de beslissing.”