De keuze van Nina Graziosi

De entree van travertin is kenmerkend voor de Alpha Tower- voorheen A-toren- bij de Amsterdam Arena. Het is het kantoor van Commerz Real AG. De investeerder vroeg Graziosi Progetti een ontwerp te maken om de entree op te frissen. Naast de nieuwe grafische identiteit moest het gehele pand een architectonische opwaardering krijgen: een moderner uiterlijk en beleving. Verder lezen De keuze van Nina Graziosi

De keuze van Bart Kellerhuis

“De Watertoren is nog voor de herbestemming verkocht aan BOEi, een organisatie die zich bezighoudt met herbestemming van industrieel erfgoed. Die heeft de subsidies bij elkaar gekregen voor de verbouwing. Eerst is de buitenkant aangepakt. Daarbij hadden wij een adviserende functie. Het metselwerk vertoonde scheuren en het dak is aangepakt. Toen kon er meteen ruimte worden gemaakt voor onze vier grote ramen in de schuine wanden van het dak”, zegt Kellerhuis. De verbouwing kostte in totaal ongeveer €700.000,-€ 500.000,- voor de restauratie en €200.000,- voor het nieuwe binnenwerk met als blikvanger de nieuwe brede trap. Verder lezen De keuze van Bart Kellerhuis

De keuze van Maaike Westinga

In Huize Het Oosten in Bilthoven wonen en werken oudere vrijmetselaren en mensen die daar affiniteit mee hebben. De eigenaar wilde nieuwbouw met een hoofdrol voor de buitenruimte. “De ultradunne balkons zijn duurzaam en je zit bij huis toch ook een beetje in het park”, zegt architect Maaike Westinga van TenBrasWestinga uit Amersfoort. De balkons wonnen de Betonprijs 2013 Woningbouw. Verder lezen De keuze van Maaike Westinga

De keuze van Jorris Hoste: De Calypso, Rotterdam

Een grillige verzameling torens met een hoogte tot 70 meter markeert de hoek van de Mauritsweg en het Schouwburgplein in Rotterdam. “Het ontwerp van De Calypso is van de Britse architect William Alsop, de uitwerking aan aanpassing naar Nederlandse maatstaven is van ons”, zegt architect Jorris Hoste van Van der Laan Bouma Architecten. Verder lezen De keuze van Jorris Hoste: De Calypso, Rotterdam

De keuze van Arjen Reas, Living on the Edge Zoetermeer

 

Het met riet bedekte woonhuis Living on the Edge in Zoetermeer ligt op de grens met Benthuizen. De locatie maakt het concept. Riet als overgang naar de natuur staat in contrast met de witgestucte entree en plint. De overgang tussen landelijk en stedelijk.

De opdrachtgever wilde een huis met rieten kap aan de rand van het stedelijke Zoetermeer, met uitzicht op de weilanden en het landelijke Benthuizen. Ontwerper Arjen Reas ging in 2009 aan de slag met het idee de woning goed aan te laten sluiten op de omgeving. Het huis moet een landelijke en moderne uitstraling krijgen.

Riet

Reas koos voor het benadrukken van de landelijke uitstraling voor het doorvoeren van het riet strak tegen de gevel. Hij koos voor Chinees riet, omdat dat een fijnere structuur heeft dan westers riet. “De strakke witgestucte plint en entrees vormen een contrast. Ik heb daarvoor gekozen om de grens tussen het landelijke en de nabijgelegen stad te benadrukken.” De rietlaag is bijna overal 30 cm dik, al zakt dat nog iets in. Hoeveel riet in het project zit, weet Reas niet precies.

Omgeving

Aan de ene kant van het huis hebben de buren een Amerikaans ogende villa neergezet. “Daar heb ik rekening mee gehouden. Aan die kant zijn er drie raampartijen, aan de andere kant vier. Zo ontstaat meer zicht aan de andere kant, waar op iets meer afstand een huis met witte bakstenen en rieten kap is gebouwd. Dat is minder erg, maar de nadruk ligt op het uitzicht achter het huis over de weilanden,” aldus de ontwerper.

Heide

Het idee voor de nokafwerking met heide kwam ook van hem. “Het is een techniek die in Duitsland populair is. Hier kennen we vooral gebakken of betonnen nokvorsten. De rietdekker had mij de heide een keer laten zien bij een ander project van hem. Ik zocht naar een originele afwerking. De toepassing van de heide vroeg wat aandacht voor de waterdichtheid, maar het echte zorgenkindje van de rietdekker was de overgang tussen de verticale rietlaag en het schuine dak. Maar ook dat is gelukt.” Op de heidelaag is de bliksemafleider aangebracht. Deze loopt in huis door, zodat de rieten uitstraling niet wordt gehinderd door kabels aan de buitenkant.

Raampartijen

De kozijnen van de hoge raampartijen vallen weg in het riet. “Deze zijn wel zichtbaar in de witgestucte plint, maar daar zijn ze wit geschilderd, zodat ze niet erg opvallen. Aan de zijkant zijn ze antraciet,” zegt Reas. Boven de ramen is op advies van de rietdekker een extra druiprand aangebracht, zodat het regenwater gemakkelijk weg kan. De raampartijen ware een precies klusje, omdat bij gaten weer rekening moet worden gehouden met de lekdichtheid. De ramen zijn met hun 90 cm smal, wat zorgt voor weinig warmteverlies. Ze zijn wel hoog, van maaiveld tot ongeveer 1.10 m boven de verdiepingsvloer, schuin meelopend met het dak. Het plafond op de begane grond is 2,80 m hoog, dat van de kapverdieping in de nok 3,70 m. De vloer is daarom aan de zijkanten afgewerkt met wit folie. De raamkozijnen zijn van merbauhout met een FSC-keurmerk.

Isolatie

Bij de bouw is veel aandacht geweest voor duurzaamheid. Met het isolatiepakket onder de rietlaag was al rekening gehouden met de voorgeschreven epc en het riet vormt nog een extra isolatielaag. In de woning is een warmtepomp aangebracht, die de warmte in de woning hergebruikt voor het water en verwarming. “Afgelopen winter is het gelukt om alleen met de vloerverwarming op de begane grond het hele huis warm te houden. De radiatoren op de eerste verdieping zijn nog niet aangeweest. Best bijzonder voor een huis met een vloeroppervlak van 300m2 en de inhoud iets onder de 1000 kuub,” besluit Reas.

De keuze van Noud Paes: Transport, hoofdkantoor van transavia.com en Martinair

Een boemerang met veel glas. TransPort is volgens architectenbureau Paul de Ruiter het eerste kantoorgebouw in Nederland dat voldoet aan de duurzaamheideisen van BREEAM-NL Very Good. Bovendien voldoet het gebouw als eerste in Nederland aan de hoogste eisen van duurzaam bouwen van het  internationaal gerenommeerde LEED Platinum-certificaat.

De gebruikte technieken zijn niet uniek, wel het feit dat ze allemaal in één gebouw worden gecombineerd en betaalbaar zijn gerealiseerd. De CO2 reductie en energiebesparing van het gebouw bedragen 43 %.

Op het topdak ligt 808,50 m2 aan PV-cellen. Op het dak zijn 460 zonnepanelen geplaatst met een vermogen van 225 watt per paneel. Hiermee voorziet de zonne-energie in 10% van het totale elektriciteitsverbruik van het gebouw en in 5% van het totale energieverbruik. “Dat klinkt niet veel, maar op de 450 werkplekken wordt veel energie verbruikt. De rest wordt aangevuld met groene stroom via Schiphol”, zegt projectleider Noud Paes van architectenbureau Paul de Ruiter. Alle overige stroom wordt 100% groen afgenomen. De energieopbrengst van de zonnecellen wordt dagelijks visueel gemaakt voor de gebruikers bij de entree.

Een dak lager is 1.300 m2 groen dak gemaakt en op het binnenterrein ligt 1.100m2 aan duurzaam FSC hout in de vorm van vlonders. “Hierbij hebben we rekening gehouden met het heat island effect. Bitumen absorbeert heel veel warmte en dat wil je zeker niet in de stad. De warmte blijft dan te veel hangen. Dat wilden we vermijden en dat is ook een eis in het LEED-certificaat. Vandaar dat we voor PV-cellen hebben gekozen die zon en warmte ook weerkaatsen en voor groen dak dat ook water opneemt. We hebben voor de vlonders vooral gekeken naar hardhout dat lang meegaat”, aldus Paes.

Grote noord- en zuidgevel

Het gebouw heeft door de halfronde vorm een grote zuid- en noordgevel zodat optimaal gebruik wordt gemaakt van het zonlicht. De zuidgevel met uitzicht op het Amsterdamse Bos en de kleinere oost en westgevel zijn zonwerend gemaakt met recyclebare horizontale aluminium lamellen. Deze lichte zonwering is aan de gevel gehangen en is vast ingesteld op de ideale hoek om de zon zoveel mogelijk tegen te houden, maar wel veel licht in het gebouw toe te laten. De noordgevel, uitkijkend op Schiphol-Oost, kan zonder zonwering. Op deze manier is met minimale zonwering de zon maximaal geweerd en dat betekent minder koellast op zonnige dagen.

Betonkernactiering

De betonvloeren zijn gemaakt van Bubbledeck. Dat betekent vloeren van 30 centimeter dik beton met in de kern plastic ballen van ongeveer 18 centimeter. De overblijvende betonlaag was genoeg voor het aanbrengen van betonkernactivering, een waterbuisjessysteem. Daar stroomt water door dat verwarmd of gekoeld kan worden. Dat zorgt voor een geleidelijke opwarming of desgewenst afkoeling van de betonvloeren. “Daardoor konden we niet gebruikmaken van een verlaagd plafond. Dan zou de warmte blijven hangen. We hebben nu gekozen om een strook van zes meter van de gevels hoog te houden en alleen in het middengedeelte waar printers staan en de looproutes zijn, het plafond te verlagen. Door de extra hoogte blijft de warmte beter hangen en hoef je minder te verwarmen. Bijkomend voordeel is de grotere raamoppervlakken. De verlichting hoeft minder te branden bij de werkplekken”. Voor de verlichting zijn TL-buizen gebruikt met armaturen die bij te sturen zijn. Overdag brandt het licht niet tot minimaal en als het gaat schemeren neemt de lichtsterkte langzaam toe.

Warmte- en koudeopslag

Voor de verwarming en de koeling van het gebouw is gebruik gemaakt van een warmte- en koudeopslag. De warmte van de zomer wordt opgeslagen in twee bronnen die een end uit elkaar liggen. “Dat is een vrij efficiënt systeem. De opslag is voldoende voor het hele gebouw en door het langzaam verwarmen van stromend grondwater in de zomer, hoef je in de winter maar drie graden Celsius te verwarmen in plaats van tien graden”, aldus Paes. Het hele gebouw beschikt ook over een grijswatercircuit. Een grote tank van 70 kuub vangt het regenwater op. Dat water wordt gebruikt voor het doorspoelen van de toiletten. Dat bespaart 40 procent op het water. De urinoirs in het gebouw zijn bovendien waterloos en uitgerust met een vacuümsysteem.

Bewezen technieken

“Eigenlijk zijn het allemaal bewezen technieken die we hebben gebruikt. Alles komt hier samen en dat maakt het uniek. We hebben erg nagedacht over de materialen en over het hergebruik ervan. Vaak beginnen architecten met veel ambities aan een duurzaam ontwerp, maar valt weer wat af. Het LEED certificaat biedt een goed handvat om de ambities waar te maken. Je moet ook denken over een goede manier om het duurzame te kwantificeren. Bovendien houdt het niet op bij de bouw. Ook tijdens het gebruik hoort meten en eventueel bijsturen bij het certificaat”, aldus de projectleider.