Franssen: ‘Tijd voor een Randstadprovincie’

Zuid-Holland heeft weinig eigen geld en kan beter opgaan in een Randstadprovincie. Minder provincies is goed, al moet er altijd een bestuurslaag tussen gemeenten en rijk blijven. Dat zegt de Zuid-Hollandse Commissaris van de Koningin Jan Franssen. Hij snapt niet dat Jozias van Aartsen, burgemeester van Den Haag, tegen een Randstadprovincie is.

“De politieke partijen moeten bepalen wat de centrale thema’s zijn in de provincie. Daar ga ik niet over. Er moet wel voldoende geld beschikbaar komen. Dat is een groot probleem in provincies en zeker in Zuid-Holland. Wij hebben een smalle beurs met €150 miljoen aan eigen geld op een begroting van een miljard. Provincies zoals Gelderland en Brabant die de aandelen in energiebedrijven verkochten, hebben een paar miljard”.

Franssen vertelt zijn verhaal in de grondig opgeknapte werkkamer in het Provinciehuis. Buiten raast het verkeer de stad uit. Binnen legt hij uit waarom de provinciale belasting, de opcenten, in zijn provincie de afgelopen vier jaar met 29,6 procent zijn gestegen. De grootste stijging in Nederland. Deze belasting is de enige manier voor provincies om zelf geld op te halen bij de burger. De rest van de financiering komt van specifieke rijkssubsidies voor bijvoorbeeld wegen of natuur.

Bereikbaarheid en natuur

De bereikbaarheid, de druk op het landelijk gebied, de grondwaterstand, het gebruik van de bodem, het behoud van genoeg hoogwaardige recreatiemogelijkheden in combinatie met een verstedelijkingsafspraak van 80 procent en het blijven werken aan de economische structuur zijn belangrijke kwesties in de provincie Zuid-Holland.

Het verwijt van wethouder Marnix Norder dat de provincie weinig vaart zet in de ontwikkeling van de Driemanspolder, doet hij af als zwartepieten. “Het toedelen daarvan komt in november wel als Sinterklaas weer in het land is. Verder doe ik als commissaris geen uitspraken over concrete projecten”.

Natuur

Dat de provincie nu de Milieufederatie Zuid-Holland gaat korten op de subsidie en deze in 2011 stopzet, heeft volgens Franssen niets te maken met het kabinetsbeleid om de natuurlijke verbinding door Nederland, de Ecologische Hoofd Structuur los te laten. “De heroverweging van de subsidie komt door twijfel over de effectiviteit van de Milieufederatie en na intensieve gesprekken”. De provincie voert volgens Franssen nog een hard en heftig debat met het rijk over de aangekondigde bezuinigingen op natuur. Als het aan de commissaris ligt, worden de investeringen in natuur hooguit uitgesteld en niet afgesteld.

Debatten

Dit soort provinciale thema’s komen in de verkiezingsdebatten nauwelijks naar voren. “De landelijke ontwikkelingen kapen alle verkiezingen. Niet alleen de provinciale. Dat daar nu extra lading op ligt, komt door de vraag of het lukt de coalitie een meerderheid te krijgen. Het is aan de provinciale politici om aan de hand van aansprekende thema’s daar doorheen te breken”.

Samenwerking

Steden en provincie zouden volgens Franssen meer in elkaar moeten investeren. En een stad moet dan niet naar het rijk stappen als de provincie ‘nee’ heeft verkocht voor een plan. Zoals wethouder Peter Smit dat in de vorige collegeperiode deed door eigenhandig een deal te sluiten met het ministerie van Verkeer en Waterstaat over de tramtunnel bij de Koninginnegracht. Dat kan nu nog, maar het kabinet wil daarvan af.

Franssen vindt het geen probleem dat Den Haag en Rotterdam steeds intensiever samenwerken. “Wanneer steden elkaar opzoeken op terreinen waar ze over gaan, is daar niks mis mee. Maar op het moment dat ze ook zaken willen doen waar de provincie over gaat, hebben ze een probleem. Tenzij steden en provincie bereid zijn om in elkaar te investeren”.

Randstadprovincie

Franssen pleit voor een grote Randstadprovincie. Hij was verbaasd over een recente brief van voorzitter van stadsgewest Haaglanden Van Aartsen aan de gemeenteraden van Rotterdam en Den Haag. Daarin schrijft de VVD-burgemeester dat de komst van de Randstadprovincie nadere samenwerking tussen beide steden in de vorm van een metropoolregio in de weg staat.

Franssen heeft al met Van Aartsen gebeld over de brief. “Je kunt toe met minder provincies, minder ministeries en minder gemeenten. Maar de bestuurlijke tussenlaag die het minst zichtbaar is voor de burger, de provincie, moet blijven. We gaan als provincie niet over de inrichting van de straat, maar zijn abstracter bezig. Dat is een zaak van langere adem. Wij zorgen voor de uitwerking en brengen partijen bij elkaar. Natuurlijk realiseer ik me dat dat verder af staat van de beleving van de burger, maar die taak is nodig, zeker in zo’n dichtbevolkt land als Nederland met talloze deelbelangen. Als je de provinciale bestuurslaag weghaalt, krijg je een grotere dikkere rijksoverheid, een zwaarder en opgefokter Den Haag. Intussen zie ik dat veel departementen bezig zijn met zaken die ze best aan ons kunnen overlaten”.

De PVV maakt er geen geheim van alleen mee te doen aan de provinciale verkiezingen, omdat de Statenleden de Eerste Kamer kiezen. “De PVV heeft patent op makkelijke oplossingen. Maar ik zie niet op tegen de komst van de PVV in de staten. De partij moet zich wel houden aan de democratische spelregels. En dat verwacht ik ook. Mocht de fractie zich aan het werk in de staten onttrekken dan zullen de andere partijen vanzelf corrigerend optreden. En als onafhankelijk voorzitter zal ik niet schuwen daar dan ook iets van te zeggen. Ik heb recent al een gesprek met de lijsttrekker gehad over de provincie”.

Bijbaantjes

Franssen had de naam van de commissaris met de vele bijbaantjes. Een groot deel heeft hij inmiddels afgestoten, of verlaat hij binnenkort, maar niet allemaal. “Ik vind het juist goed om in mijn positie een aantal nevenfuncties te houden. Dat heeft een positief effect op mijn hoofdfunctie. Als voorzitter van de Raad van Toezicht bij revalidatiecentrum Rijndam in Rotterdam heb ik bijvoorbeeld de marktwerking in de zorg van dichtbij gezien, fusieperikelen meegemaakt, maar ook de verandering van de maatschappij ervaren. De Provinciale Staten oordelen of ik mijn werk goed doe en dat was in november nog positief”.

Met minder bijbanen heeft Franssen tijd over. “Ik heb weer tijd voor het lezen van boeken. Maar ik maak nog steeds werkweken van zeventig tot tachtig uur. Als er een leuke nieuwe nevenfunctie voorbij komt, moet een ander afvallen. Verversing en verfrissing kan geen kwaad, dat verruimt je blik”.

Franssen vervult zijn rol nu zo’n elf jaar. Dit jaar loopt zijn voorzitterschap bij het Interprovinciaal Overleg af en volgend jaar eindigt zijn termijn als commissaris. Dit jaar wordt hij zestig. Of hij in is voor een herbenoeming? “Daar doe ik nu nog geen uitspraken over. Maar inderdaad, ik ben nog geen zestig en je mag in deze functie door tot je zeventigste”.