Ko

Hoe hij precies op het idee kwam, weet hij niet meer, maar Ko Hage maakte in de zomer van 2015 als afstudeerproject van de Fotoacademie in Amsterdam een reportage over Almere. Het was veertig jaar nadat de eerste paal was geslagen en hij maakte er een onderzoek van naar de structuur van de stad. Verder lezen Ko

De Keuze van Boris Zeisser: Hart van Hatert, Nijmegen

Probleemwijk Hatert, een van de Vogelaarwijken, had een nieuw hart nodig. De wijk moest een impuls krijgen en een nieuw gezicht met goede woningen. Woningcorporatie Portaal kwam bij 24H Architecture terecht, omdat het bureau al ervaring heeft met sociale woningbouw. Het belang was meteen duidelijk: Hatert had een nieuw uithangbord nodig. Verder lezen De Keuze van Boris Zeisser: Hart van Hatert, Nijmegen

De keuze van Eelco Basten: Mondial College in Nijmegen

De ambities liggen hoog voor de duurzaamheid bij de bouw van een nieuw onderkomen voor het Mondial College in Nijmegen. Het ontwerp voldoet aan de eisen van de Building Research Establishment Environmental Assessment Method (BREEAM).

BREEAM is een meetinstrument voor de beoordeling van de duurzaamheid van gebouwen. “Onze opdrachtgever, het schoolbestuur, wilde een duurzaam gebouw en was bereid tot extra investeringen om dat te bereiken. BREEAM is een mooi middel om dat te bereiken”, zegt Eelco Basten, architect bij Factor Architecten, de ontwerper van het gebouw. Het is het belangrijkste en meest gebruikte duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen ter wereld. Het systeem maakt gebruik van kwalitatieve weging. De architect ging aan de slag en kwam tot de conclusie dat twee van de vijf sterren haalbaar was. “BREEAM legt de lat hoog en voor meer sterren zouden de investeringen te zwaar worden”.

De architect zocht contact met de Dutch Green Building Council in Rotterdam (dgbc), om de voorschriften van BREEAM door te nemen die op schoolgebouwen van toepassing zijn. Samen met het dgbc is verder gesproken over de ontwikkeling van BREEAM voor schoolgebouwen. Een voorbeeld is de overkapping van de fietsenstalling. Dat is wenselijk om het certificaat te halen, maar voor scholen is de veiligheid belangrijker en voor het behouden van toezicht is het weglaten beter. Ook tellen zaken mee waar je geen invloed op hebt, zoals de aanwezigheid, de frequentie en de rijtijden van openbaar vervoer. De gemeente bepaalt over het algemeen de locatie van de school en de vervoerder gaat over de tijden, wij niet”.

Het Mondial College is een scholengemeenschap met vmbo, havo, atheneum en een technasium. Het nieuwe gebouw is bedoeld voor het vmbo-onderwijs. Elke afdeling krijgt een ‘eigen gebouw’. Daarop komt een overkoepelende verdieping die de gebouwen met elkaar verbindt. Hier worden de gemeenschappelijke vakken gegeven, zoals scheikunde, muziek, biologie en op deze afdeling komen ook de medewerkersruimtes. De vloeren in het gebouw zijn van beton, de gevels van kalksteen en beton. In het gebouw zijn geïntegreerde stalen liggers verwerkt. Die maken het mogelijk om bijvoorbeeld lokalen uit te breiden, zonder dat daarvoor een grote verbouwing nodig is. Ook dat is volgens Basten een voorbeeld van duurzaamheid. Daarnaast hangen in het pand daglicht afhankelijke armaturen.  In het midden is de aula met vide waar de leerlingen een restaurant en bijvoorbeeld een winkel bestieren. In het dak is in het midden een uitsparing die zorgt voor extra lichtinval. In de ramen van deze uitsparing zijn PV-cellen verwerkt.

In de aula hangt een meter met het verbruik van het gebouw en de opbrengst van de cellen. “Dat heeft ook een educatieve waarde. De leerlingen kunnen zien wat ze verbruiken en wat de zonnecellen aan energie opbrengen op een mooie dag”. Drie gymzalen staan los van het hoofdgebouw. Het was de bedoeling daar PV-cellen op het dak te plaatsen, maar omdat de subsidie niet is verleend, is dat nu nog niet rendabel. “We hebben alles wel zo ontworpen dat ze achteraf nog aangebracht kunnen worden”, aldus de architect.

Op het hoogste dak van het hoofdgebouw staat de luchtbehandelingsinstallatie. Op de lager gelegen daken van de blokken, ligt een sedumdak. Het houdt het water vast, isoleert en biedt een mooi uitzicht, zeker omdat het gebouw in een groene omgeving komt te liggen”. In het gebouw komt een warmte- en koude opslag. Het grondwater van 12 graden Celsius wordt van 100 meter diepte opgepompt en met een warmtewisselaar omgezet naar 35 graden. Dat is genoeg om het hele gebouw via de vloerverwarming op de juiste temperatuur te krijgen. Om het gebouw zit een hoogwaardig geïsoleerde schil. De vormfactor is volgens Basten ook iets om rekening mee te houden. “Een goede afstemming tussen vloeroppervlak en geveloppervlak vermindert het materiaalverbruik en is duurzaam. Een bol zou ideaal zijn, maar dat is technisch lastig. Wij hebben gekozen voor rechthoekig en compact. Uiteraard is renoveren nog duurzamer, maar dat is hier niet aan de orde”, aldus de architect.

Voor het BREEAM-certificaat is het belangrijk waar de materialen vandaan komen. “Je weet hierdoor precies hoeveel energie en grondstoffen het kost om het materiaal te produceren en dat helpt bij de keuze voor materialen en constructies”, zegt Basten.

Daarnaast spelen het gebruik en de exploitatie van gebouwen bij BREEAM een grote rol. Veel gebouwen worden gedurende hun levensduur niet op de juiste wijze gebruikt en onderhouden. Juist tijdens deze fase is een grote winst te behalen.

Een belangrijke eis binnen BREEAM is dan ook het maken van leesbare gebruikshandleidingen voor installaties, onderhoud en energiebeheer. Hierdoor wordt het voor de  gebruiker eenvoudiger om het gebouw op een duurzame wijze te gebruiken.

Intentiepolitiek is slecht voor de democratie

De Haagse raad moet af van de politiek van intenties. Altijd maar suggereren wat iemand bedoeld, in plaats van wat hij zegt. Tot zijn spijt ziet kersvers VVD-fractievoorzitter Boudewijn Revis (1974) steeds meer collega’s reageren op mogelijke achterliggende motieven van woorden, in plaats van op de inhoud. “Je steeds afvragen waarom iemand iets zegt, is slecht voor de democratie. Daar moet je heel voorzichtig mee zijn, want het leidt af van de inhoud”.

De inhoud vindt hij belangrijk. De aanname dat politiek altijd een dubbele bodem heeft tussen zeggen en bedoelen, werpt hij verre van zich. Hij vindt dat niet zozeer ingevuld moet worden wat de gedachten achter een opmerking zijn, maar dat uitgegaan moet worden van de het concrete voorstel. “Ik zie het nu vooral bij de bejegening van de PVV. Anderen hebben het bij hen continu over de intenties en verliezen de inhoud uit het oog. Neem bijvoorbeeld het vertrek van Geert Wilders uit de raad. Dat werd door menigeen geduid als ‘voortschrijdend inzicht’, ‘tactische timing’ of zelfs ‘kiezersbedrog’. Ik vind dat het duiden van de intenties van een ander op zo’n moment gevaarlijk. Wilders maakte de afweging het raadswerk niet langer te kunnen combineren met zijn overige bezigheden. Dat is op zichzelf beschouwd toch gewoon een daad van respect voor het werk van een raadslid? Verstandig dus”.

Winnen en verliezen liggen soms dicht bij elkaar. De voormalig campagneleider maakte de landelijke VVD de grootste partij van Nederland met een grote en dure advertentiecampagne. Eerder dit jaar dreigde hij buiten de raad te vallen na het verlies van drie zetels voor de VVD in de gemeenteraad. Nu is Boudewijn Revis (1974) fractievoorzitter. “Zeven zetels is erg weinig. Ik wil terugknokken zodat de VVD hier over drieënhalf jaar weer de grootste is”. Een verklaring heeft hij wel voor dit verlies. Zo was in wijken waar veel op de PVV is gestemd, zoals Loosduinen en Laakkwartier de opkomst hoger dan bij vorige raadsverkiezingen zonder dat de VVD daarvan heeft mee kunnen profiteren en heeft de VVD de afgelopen vier jaar in de coalitie moeilijke beslissingen moeten nemen voor bouwprojecten en bijvoorbeeld voor het Verkeerscirculatieplan (VCP). “Een aantal kiezers is daardoor teleurgesteld”.

Revis zat bij de vergaderingen van de VVD waar de inzet voor de coalitieonderhandelingen tussen PvdA, VVD, D66 en CDA werden besproken. “Dat was wel hard tegen hard. Op een bepaald moment moet je je beseffen dat je niet alle punten kunt handhaven. Een belangrijk punt voor ons was de bouwstop voor gesubsidieerde huurwoningen. De PvdA vindt het juist belangrijk dat 30 procent van de nieuwbouw sociale woningbouw is. Het compromis was dat die 30 procent voor de PvdA niet meer heilig is en dat het ook niet naar nul gaat. We zijn elkaar tegemoet gekomen”.

VVD-punten

Echte VVD-punten in het akkoord zijn volgens Revis de verlaging van de ozb en de investering van  € 4,7 miljoen extra in veiligheid. “Aan het begin van de onderhandelingen hebben we met de vier partijen afgesproken dat bezuinigen moet. Dat kun je maar beter goed plannen. We hebben toen ook de afspraak gemaakt meer te bezuinigen dan nodig lijkt, zodat we geld hebben om te investeren in de stad. Investeren in economie, veiligheid, bereikbaarheid en parkeren. Ik kan daar vol achter staan en zal hard knokken voor de uitvoering”.

Revis sluit niet uit dat hij ondanks deelname in de coalitie ook plannen van andere fracties zal steunen. Een prioriteit van de VVD is veiligheid en dat is tevens een van de belangrijkste onderwerpen van de PVV. Zo ergert hij zich met die partij aan de rellen op het Jonckbloetplein na elke wedstrijd van Oranje. “Het is schandelijk dat mensen zich misdragen en een deel van het feest verpesten. Dat moeten we hard aanpakken. Onbegrijpelijk dat mensen kunnen denken dat zoiets bij de stad hoort. We moeten er een feest van willen maken en ik vind dat de burgemeester er  in slaagt hier iets aan te doen”.

Gelegenheidscoalities om dit soort zaken aan te pakken sluit hij niet uit. “Als de PVV met goede voorstellen komt, kunnen wij die best steunen. Veiligheid is wel een thema waar we elkaar op kunnen vinden. Het gaat om de inhoud. Er zijn veel partijen in de raad en ik ben het met allen oneens. Anders hadden ze kunnen fuseren met de VVD. Ik zal iedere partij en elk voorstel apart beoordelen op inhoud”.

Partijman

In zijn kamer in het partijkantoor aan de Laan Copes van Cattenburch hangt een groot schilderij met een portret van partijprominent Frits Bolkestein en bijvoorbeeld een spotprent van Fritz Behrendt met de hoofden van Den Uyl en Wiegel als twee cirkels en als titel zonnewende. De fauteuils voor de open deuren naar het balkon zijn in VVD-blauw. Dit kantoor ademt het uit: hier werkt een partijman. Normaal loopt hij in pak, maar vanwege de warmte, maakt hij een uitzondering en heeft hij zijn jasje-dasje verruild voor een polo-shirt. “Ik vind het wel netjes een pak. In de raadszaal zit ik bovendien namens de kiezers en het toont respect… ik heb best veel pakken… maar ik vind het ook wel goed als een VVD’er niet alleen maar in pak loopt. Er is echt veel veranderd. Het is een partij met leden uit alle hoeken en gaten, jong, oud, t-shirt, sneakers. De VVD heeft anno 2010 overal vertegenwoordigers”.

Op zijn achttiende werd Revis lid van de VVD. In 2006 stond hij als kandidaatsraadslid op nummer 15 van de lijst voor de VVD in Den Haag. In april 2008 begon hij als campagnemanager voor de landelijke VVD en in september, na het vertrek van Thessa Oosterholt, werd hij raadslid in de Haagse gemeenteraad. Nu is hij directeur van het partijbureau van de VVD en fractievoorzitter in de Haagse raad. Een razendsnelle carrière. Hij is bijna dag en nacht met zijn werk bezig. Voor hobby’s heeft hij geen tijd. “Dat is soms vervelend. Voor mezelf is het lastig, omdat ik wel wat vaker thuis wil zijn. Maar het is vooral voor mijn vrouw vervelend. Mijn kinderen zie ik als ik ze elke ochtend naar school breng, bij het in bed stoppen voor ik weer vertrek en bij het voetballen”. Hij is met zijn vrouw afgelopen weekend voor het eerst sinds het begin van de campagne een weekend weggeweest. Samen hebben ze twee zoons van 6 en 8 jaar. “Ik wil graag dat zij opgroeien in een stad waar je veilig over straat kunt”.

 Kriebelen

Revis woont sinds 2000 in Den Haag en momenteel in de Haagse Hout. Toen zijn zoons opgroeiden, begon iets te kriebelen. “Ik kreeg meer interesse in- en zag het belang van de lokale politiek. Ik wil ook dat mijn kinderen veilig naar school kunnen fietsen, lekker buiten kunnen spelen, noem maar op. Daarvoor was ik meer de wereldreiziger”. De in Nijmegen geboren en getogen Revis doelt op zijn twee uitzendingen naar Bosnië als beroepsmilitair. Hij studeerde bestuurskunde en werkte vanaf 2004 als burgerambtenaar voor toenmalig Defensieminister Henk Kamp. Twee jaar later werd hij woordvoerder bij het ministerie van Defensie tot hij in 2008 campagnemanager werd. “Ik heb bewust voor banen gekozen met maatschappelijke relevantie. Ik wil graag bijdragen aan een goed functionerende samenleving. Overigens betekent dat niet dat uitsluitend publieke functies maatschappelijk relevant zijn”.

Als campagneleider heeft Revis de VVD de grootste partij van het land gemaakt. “Bij defensie leer je als militair direct het belang van teamwork. We werkten goed samen in het campagneteam en ik heb het dus niet alleen gedaan. Je moet een doel stellen, daar willen we naartoe en dan lukt het ook”. De campagne was anders dan anders. Niet met grote bijeenkomsten in het land, maar met spotjes op radio en televisie en advertenties in kranten en bladen. “We hebben een goede analyse gemaakt van potentiële kiezers en hoe je die bereikt. Veel van onze kiezers zijn op de hoogte van de politiek en die bereik je met een goed verkiezingsprogramma. Wil je echt groot groeien, dan moet je ook de kiezer bereiken die pas in het stemhokje een keuze maakt”. De nieuwe aanpak heeft veel geld gekost: zo’n 1,5 miljoen euro. “Dat was binnen het budget, we zijn een financieel degelijke partij, maar we moeten nu wel opnieuw sparen voor de nieuwe campagne voor de volgende verkiezingen”. Dat zijn de Statenverkiezingen van volgend jaar. En wie denkt dat de partij nog steeds die van de dixielandbandjes is, heeft de oude VVD in gedachten. “Ik heb ze nog nooit gezien, maar er is hier de afgelopen jaren veel veranderd”.

Teamspeler

Voormalig fractievoorzitter Anne Mulder is net als Revis beroepsmilitair geweest. “Dat schept een band. Hij is ook teamspeler en heeft mensen goed gecoacht en ruimte gegeven. Bij grote debatten gaven zijn bijdrage vaak een opleving”. Mulder legde zijn functie neer omdat hij ook in de Tweede Kamer is gekozen. Hij heeft nu een dubbelfunctie die soms lastig kan zijn, bijvoorbeeld bij gelijktijdige stemmingen in raad en Tweede Kamer. “Hij heeft bij mij nog niet gemeld dat hij de raad uit wil. Je kunt ook niet zeggen tegen iemand die de fractie zo lang en zo goed heeft geleid wat hij moet doen.  Hij moet zijn eigen afweging maken. Net als raadslid en onze goede wethouder voor citymarketing, Frits Huffnagel. Het was een moeilijk emotioneel moment toen we de keuze moesten maken welke wethouder doorging”. De VVD leverde het vorige college nog drie wethouders en in dit college twee. “Ze waren alledrie goed”. Raadslid Bart de Liefde staat nog op de lijst om Kamerlid te worden. Als er vijf mensen afvallen bij de VVD in de Tweede Kamer, bijvoorbeeld omdat ze een functie in het kabinet gaan vervullen, dan is hij aan de beurt. “Dat zullen we op dat moment wel zien. Je weet dat als je op de lijst staat, dat je opgeroepen kunt worden. Dat had ik afgelopen periode ook als raadslid”.

Een fractievoorzitter houdt zijn team bij elkaar, zorgt dat alles goed loopt, bewaakt de standpunten van de partij en in het geval van coalitiepartner ook de afspraken in het collegeakkoord. “Ik heb mezelf afgevraagd wil ik het? Kan ik het? Ik vind het leuk om in een team te werken en het beste uit mensen te halen. En zo bereiken wat we belangrijk vinden. En ik denk ook wel dat ik het kan”. Wat gaat hij anders doen dan zijn voorganger. “We hebben een andere stijl en persoonlijkheid. Wat die andere stijl is? Wie ben ik om dat te beoordelen? Dat moet je anderen maar vragen…. Mensen zijn verschillend dus dan heb je ook een andere stijl”. Revis lijkt met zijn snelle politieke carrière op weg naar grote hoogten. Waar staat hij over tien jaar? “Ik kan niet voorspellen waar mijn ambitie en overtuiging me over tien jaar brengen. Ik probeer stapsgewijs telkens van iedere klus het beste te maken”.

Revis is trots op de fractie die hij gaat leiden. “Die functioneert nu goed. We hebben een ervaren fractie. De kenmerken vind ik ook niet zo belangrijk, hoeveel man, of vrouw zijn, in welke wijk ze wonen, welke afkomst ze hebben, noem maar op. Het gaat mij om hun inhoud en de invloed die ze als raadslid kunnen uitoefenen. Daar bereik je meer mee voor de stad”.